Zoenen op een duintop of huilen aan het graf

Geluk, daar begint het mee. ‘Het begon echt perfect vanmorgen,’ zegt de dertienjarige Kos. De wereld is nog fris. ‘Met nog dauwdruppels op het helmgras en op de stoelen op het terras en de zon die dan groot uit het land klimt en dat je op je eigen balkon kan staan en zwaaien en dat je schaduw op het strand naar jou zwaait.’

Zulk geluk is Kuyper ten voeten uit. Altijd al geweest. In zijn eerste boek sinds hij in 2012 de Theo Thijssen-prijs ontving, blijkt dat die onderscheiding allesbehalve een strik om zijn oeuvre was. Kuyper heeft met Hotel De Grote L uitmuntende kinderliteratuur geschreven, een boek dat blaakt van de onstuimige schrijflust – en tegelijk houdt de schrijver zijn pen begenadigd in het gareel.

Over geluk dus? Niet helemaal: er was een opmaat naar die zalige beginzin, die penarie verraadde. Daar introduceerde Kos zijn gesproken dagboek (voor zijn overleden moeder) en vertelde hij hoe zijn vader in het ziekenhuis belandde, na een hartaanval. Dus zijn hij en z’n drie zussen nu verantwoordelijk voor het familiehotel. Blijkt dat vader duizenden euro’s schuld had, en het geduld van de deurwaarder opraakt.

Een onvervalst kinderboekavontuur volgt – Kuyper kiest schaamteloos voor vermaak. Zijn verhaal stuitert van voetbaljongensglorie naar missverkiezing en het ultiem kolderieke nationale jeugdvoetbalelftal van het eilandje Tuvalu.

Maar: lucht en ernst blijven in evenwicht. ‘Idioot dat de dingen zo door elkaar heen lopen, dat je niet weet wat je het eerst te wachten staat: zoenen op een duintop of huilen aan een graf,’ aldus Kos.

Want: Isabel. Achter alle rumoer broeit en bloeit er een verpletterende kalverliefde, waar secuur mee omgesprongen moet worden. ‘Je steekt niet meteen je vork in het vlees,’ is nog wel de beste metafoor voor de verhoudingen – zoals veel meer metaforen heel erg raak zijn in Hotel De Grote L. (En de titel is niet toevallig suggestief.) De snelle spreektaal van Kos houdt het verhaal energiek én rechtvaardigt de kolder: je moet de poëet-in-de-dop z’n dichterlijke vrijheid gunnen. Die notie geeft het verhaal een literair dubbelzinnig randje, terwijl Kos niet liegt over wezenlijke zaken – de dood, de liefde, de meisjes.

Zo valt er evenveel te genieten – de vertederende Isabel, de bluesversjes tussendoor, de figurantenrol van Ajaxscout ‘Kuyper’ als expliciete geluksbrenger – als te overpeinzen. Het genot beperkt zich niet tot de lachspieren óf de hersenen, maar kruipt overal. Kuyper lezen doet je bloed sneller stromen, tintelend van geluk.