Wiet is strafbaar – best wel, een beetje

De Vereniging voor Opheffing van het Cannabisverbod demonstreert in Den Haag tegen de kabinetsplannen met cannabis en coffeshops. Foto David van Dam

Niet alleen in Nederland, maar ook in het buitenland zwelt de roep aan om de wietteelt te reguleren of zelfs volledig vrij te geven. De Nederlandse regering blijft zich verzetten. Een vast argument van minister Opstelten (Justitie, VVD) daarbij is dat regulering van de wietteelt in strijd zou zijn met internationale verdragen.

Maar is dat wel zo? Nederland is partij bij een aantal internationale drugsverdragen, met name het VN-verdrag van 1961 en het VN-verdrag van 1988 tegen sluikhandel. Die verdragen verplichten Nederland om zaken als handel, teelt en transport van wiet strafbaar te stellen. Er is geen verplichting om bijvoorbeeld het persoonlijk gebruik van wiet te vervolgen.

Opsteltens bezorgdheid over de internationale verdragen is volgens de Groningse hoogleraar Jan Brouwer, specialist op het terrein van wietwetgeving, eigenaardig. Al sinds de jaren 80 gedoogt Nederland immers, op grond van een rekkelijke uitleg van de verdragen, coffeeshops waar wiet in kleine hoeveelheden wordt verkocht. „Daar hebben we in Nederland nooit moeite mee gehad”, aldus Brouwer.

Dat neemt niet weg dat Nederland daar wel jaarlijks kritisch over is aangesproken door de Verenigde Naties. Maar tot sancties tegen Nederland heeft dat niet geleid.

Volgens Brouwer is het, binnen de huidige verdragen, wel degelijk mogelijk een door de overheid gedoogde en gereguleerde wietteelt toe te laten, zoals bepleit door sommige Nederlandse burgemeesters. „Je moet er wel goede argumenten voor aanvoeren, bijvoorbeeld dat het wenselijk is in verband met de volksgezondheid. Je wilt niet dat gebruikers worden blootgesteld aan vervuilde soorten wiet, en daarom reguleer je de teelt als overheid.”

Een land als Spanje is daarin voorgegaan. Daar wordt de wietteelt voor persoonlijk gebruik in het kader van zogeheten cannabis social clubs door de overheid gedoogd.

Uruguay is vorig jaar een stap verder gegaan en heeft als eerste land de wietteelt formeel gereguleerd. „Dat is onverenigbaar met de verdragen”, erkent Martin Jelsma van het Transnational Institute in Amsterdam, die ook optreedt als adviseur van de regering van Uruguay. „We zijn nu aan het brainstormen om dat juridisch op te lossen. Je zou bijvoorbeeld met een groepje andere verdragsstaten kunnen besluiten de interpretatie van het verdrag op te rekken. Misschien zijn er ook amendementen nodig.”

Jelsma is het met Brouwer eens dat uitbreiding van het gedoogbeleid naar de teelt juridisch te verdedigen valt, mede dankzij een voorbehoud dat Nederland bij de VN gemaakt heeft. Maar formeel reguleren met een vergunningstelsel, omzetbelasting en opheffing van de strafbaarstelling, is onder de verdragen moeilijk te verantwoorden.

Jelsma constateert niettemin een kentering in het internationale klimaat. Belangrijk daarbij is vooral een omslag in de Verenigde Staten, die lange tijd een repressieve interpretatie van de verdragen aanhingen. Staten als Colorado en Washington hebben de wietteelt eveneens gereguleerd. Toen Uruguay zijn besluit nam, volgde er geen kritiek uit de VS.

Gevraagd naar het standpunt van de Amerikanen, laat een woordvoerder van de ambassade in Den Haag schriftelijk weten dat de VS nog altijd hechten aan hun verdragsverplichtingen en marihuana als een „gevaarlijke drug” beschouwen. Maar de woordvoerder onderstreept tegelijkertijd dat de verdragen „een mate van flexibiliteit toelaten” en in staat zijn geweest „variaties in de nationale wetgeving en beleid toe te staan”.

Jelsma denkt dat de regulering niet meer teruggedraaid zal worden. Integendeel, in verschillende staten, waaronder Californië, neigt men eveneens naar regulering. Als Californië het doet, zal Mexico naar verwachting volgen. „Wij denken dat het een domino-effect wordt, dat deze ontwikkeling niet meer is te stuiten”, zegt Jelsma. „Nederland kan zich daarbij aansluiten of in de achterhoede gaan zitten. Alleen zeggen ‘het kan niet’, zoals Opstelten doet, begint achterhaald te raken.”