Westerse zakenlui gaan naar circus Iran

Iraanse arbeiders werken vlakbij de grens aan een gaspijplijn naar buurland Pakistan, dat ook meer zaken doet met Iran. Foto AP

Het is niet zo dat de telefoon de hele dag rinkelt met vragen om hulp, maar de Nederlandse bedrijfsadviseur in Teheran is al bezig met het uitbreiden van zijn praktijk. Vanwege de sancties, Iran als pariastaat, was het „jarenlang sappelen”, zegt hij. „Maar nu heeft opeens iedereen interesse in Iran. Zelfs de hele grote bedrijven. Er gaan hier grote zaken gedaan worden.”

Lang geïsoleerd van de wereld, verborgen achter een muur van sancties en islamitische ideologie, schittert Iran nu plotseling als een verleidelijke diamant voor een verlekkerde internationale zakenelite.

Als een van de laatste grote geïsoleerde markten, met grote olie- en gasvoorraden en meer dan 75 miljoen vrij welvarende consumenten, was de islamitische republiek lang onbereikbaar voor westerse bedrijven vanwege vooral Amerikaanse maatregelen tegen het atoomprogramma.

Een tijdelijk nucleair akkoord tussen Iran, de VS, Europa en China en Rusland zorgt sinds 20 januari voor sanctieverlichting. En hoewel de meeste handelsbeperkingen – zoals een verbod op het overmaken van geld – nog goeddeels van kracht blijven, verdringen wereldleiders en bedrijven zich om de banden aan te halen.

Vorige week had premier Rutte als een van de eerste leiders een tête-à-tête met de Iraanse president Hassan Rouhani in het Zwitserse Davos. Rutte vertelde na afloop te hebben gesproken over het atoomakkoord, mensenrechten en de oorlog in Syrië. Rutte: „Het bedrijfsleven zal ongetwijfeld met een schuin oog naar Iran kijken. Als je een goede ondernemer bent en je ziet daar kansen, gezien het feit dat nu tijdelijk bepaalde sancties zijn gelift, dan biedt dat natuurlijk mogelijkheden.” Rouhani sprak ook met directieleden van grote oliebedrijven zoals Shell en het Nederlandse Vitol. De Tweede Kamer wil nu ook een politieke missie sturen naar Teheran.

De voorbije weken stuurden de Duitsers, Fransen, Ieren en Zweden al delegaties van parlementsleden. Italië, net als Duitsland vroeger een van de grootste handelspartners, zond zelfs buitenlandminister Bonino, die tegen haar zin een hoofddoek opdeed. In hun kielzog komt een grote stroom handelsmissies die alles willen verkopen – van kunstgras tot elektriciteitscentrales.

„Het is echt een circus”, zegt de Nederlandse adviseur, die niet met naam in de krant wil. Hij woont drie jaar in Iran en werkt in de communicatie.. „In Iran kan helemaal niets, dachten veel mensen. Nu is de sfeer volledig aan het omslaan. Iran is weer open voor zaken.”

In Iran wordt de aandacht uit het Westen uitgelegd als een overwinning en het langzame einde van alle sancties tegen het land. „De Europeanen staan in de rij om hier zaken te doen”, zegt Hossein Sheikholeslami, buitenlandadviseur van parlementsvoorzitter Ali Larijani, die de meeste buitenlandse bezoekers ontvangt. „Ze willen hier eerder zijn dan hun rivalen.”

Het potentieel voor westerse investeerders is groot. Vrijwel de gehele infrastructuur is aan vervanging toe, zeggen Iraanse economen. De technologie van de winstgevende olie- en zware industrie is meer dan 40 jaar oud. „We hebben letterlijk alles nodig”, zegt Saeed Laylaz, een econoom met nauwe banden met de regering.

Het Nederlands-Britse Shell deed grote zaken in Iran en bleef totdat de regels het niet meer toelieten Iraanse olie kopen. Om de relaties met de Iraniërs goed te houden probeert Shell nu al ruim twee jaar een schuld van 1,7 miljard euro aan Iran terug te betalen – wat niet kan omdat er geen geld kan worden overgemaakt. Een poging om Iran in medicijnen en voedsel uit te betalen in een soort ruilhandel mislukte. Minister van Buitenlandse Zaken Frans Timmermans (PvdA) zei hierover vorig jaar in het parlement, dat er altijd „uitzonderingen” gemaakt moeten kunnen worden. Maar het Britse parlement hield de ruil tegen.

Het is niet zo dat de bezoekers allemaal contracten komen tekenen. „De meeste bedrijven verkennen de mogelijkheden”, zegt Rouzbeh Pirouz, directeur van investeringsmaatschappij Turquoise Partners in Teheran. „Maar ik denk dat het nog even duurt voor ze ook geld in Iran pompen.”

De Obama-regering waarschuwde dat bedrijven die de nog bestaande sancties breken, zwaar bestraft zullen worden met hoge boetes. ING werd in 2012 gedwongen 452 miljoen euro te betalen aan de Amerikanen vanwege interacties met Iran. ABN Amro betaalde 60 miljoen euro in „We zitten nu natuurlijk in een schemergebied”, zegt Marietje Schaake, Europarlementariër voor D66. Schaake was in december in Iran tijdens het eerste officiële bezoek van Europarlementariërs in zes jaar. „De sancties, ook de Europese, blijven van kracht”, zegt ze. „Maar ik raad Nederlandse bedrijven aan zich paraat te maken.”

Ondernemingsorganisatie VNO-NCW ondersteunt die gedachte. „Het zou goed zijn om de relaties aan te halen, zoals Duitsland en Frankrijk dat doen”, zegt Linda van Beek, manager internationaal beleid. „Te beginnen met een fact-finding mission van hoog ambtelijk niveau. We moeten niet als laatste op zoek naar mogelijkheden, maar we moeten ook erkennen dat die sancties er niet voor niets zijn geweest.”