Weekers is weg – hij is terecht opgestapt

Voor de derde maal sinds het aantreden van het kabinet- Rutte II moest staatssecretaris Frans Weekers (Financiën) spitsroeden lopen in de Tweede Kamer – en ditmaal struikelde de VVD’er. Na zijn stuntelige optreden woensdagavond in het parlement en de fouten die de Belastingdienst onder zijn verantwoordelijkheid met toeslagen heeft gemaakt, was het aftreden van Weekers een juist besluit. Sinds het aantreden van dit kabinet op 5 november 2012 is hij de tweede staatssecretaris die sneuvelt; de PvdA’er Co Verdaas (Economische Zaken) ging hem voor.

Elf jaar lidmaatschap van de Tweede Kamer en vier jaar staatssecretariaat op Financiën – hij begon op die post in Rutte I – bleken Weekers niet de politieke behendigheid en bestuurlijke kwaliteit te hebben gebracht die hij woensdag nodig had om zich zonder kleerscheuren door het debat te slaan.

Het wantrouwen was al eerder opgebouwd. De dubieuze financiering van een reclamezuil die in 2012 in de verkiezingstijd voor de VVD’er in Limburg werd opgericht, was een eerste smet, die Weekers in de Kamer met het aanbieden van veel excuses maar net kon wegwassen. De fraude met toeslagen door met name Bulgaren leverde hem al een motie van wantrouwen op. Die dreigde opnieuw, ditmaal met steun van de hele oppositie, inclusief ChristenUnie en SGP die er de vorige keer nog niet voor tekenden. Het viel ook op dat de steun vanuit de coalitie, VVD en PvdA, er dan formeel nog wel was, maar ook dat de PvdA-fractie aandrong op een wekelijkse rapportage van de staatssecretaris over de toeslagen. Dat was geen blijk van vertrouwen.

Allengs werd het de staatssecretaris duidelijk – of duidelijk gemaakt – dat zijn positie onhoudbaar was geworden. Dat is de politieke slotsom. Maar daar kan het niet bij blijven. Feit is dat een bewindspersoon voor zijn welslagen voor een niet gering deel medeafhankelijk is van de kwaliteit van zijn ambtenarenkorps. De missers van de Belastingdienst met het toeslagensysteem zijn de staatssecretaris dan wel aan te rekenen, maar ze zijn wél bij die dienst gemaakt.

Toen de behandeling van toeslagen, die burgers krijgen voor de kosten van zorg, kinderopvang en wonen, indertijd naar de Belastingdienst werden overgeheveld, werd een rondpompsysteem geïntroduceerd dat fraudegevoelig is. De aanpak daarvan, na de opschudding over de Bulgaren, leidde ertoe dat burgers die er wel recht op hebben hun toeslagen niet of veel later kregen.

Weekers’ opvolger doet er wijs aan nog eens naar de logica van dit systeem te kijken en naar de wijze waarop de Belastingdienst is georganiseerd. En hij of zij moet zich er vooral bewust van zijn leiding te geven aan een politiek gevoelige overheidstaak.