Uit de weg, wij stelen onze woorden terug

Al is de schrijver nog zo snel, zijn flaptekst achterhaalt hem wel. Walter van den Berg publiceerde een paar manden geleden de mooie roman Van dode mannen win je niet, over een charmante man die zich ontpopt als meedogenloze vrouwenmepper. Op de achterflap liet hij zetten: ‘De jeugd van Walter van den Berg werd getekend door een gewelddadige stiefvader. Om de psychologie van het geweld te doorgronden kroop hij in het hoofd van de man die zijn moeder terroriseerde.’

Voor de marketing, zei Van den Berg later. Hij wilde weleens een groter publiek. De autobioblurb als opkontje, het zou kunnen: ‘J.K. Rowling zat jaren op een kostschool en leed aan depressies. Haar trauma verbeeldde zij in Harry Potter en de Gevangene van Azkaban’. Of: ‘Franz Kafka was een kantoorbeambte die werd geterroriseerd door zijn chef. Zijn angst om te laat op zijn werk te verschijnen bood hij het hoofd met de novelle De gedaanteverwisseling.’ Het had deze boeken vast het zetje gegeven dat ze bij het grote publiek nodig hadden.

Overal in de boekenwereld heerst hetzelfde marketing-misverstand. Aan de interviewers die, hopend op een huilverhaal, op Van den Berg afstapten vertelde de schrijver de waarheid: driekwart van zijn boek was fictie. Tja, dan pakken we de camera maar weer in. Zo raken we de massa niet. Een schrijver moet de Eerste Wet van Dautzenberg kennen: mensen pikken alles, zolang je zelf in je fictie gelooft. Ze gaan er zelfs nieren van doneren. Maar met alleen een flaptekst red je het niet. Het is hetzelfde misverstand van de literatuurliefhebbers die nu handenwringend constateren dat de wanstaltige naam Polare die boekhandelketen de das omdeed. Het is een geruststellend idee: de taal heeft toch het laatste woord. Maar zoals een flaptekst geen bestseller kan maken, kan een naam geen boekhandel breken.

Uiteindelijk draait het om saaie cijfers, zoals de huurprijs van een winkelpand. En zo liggen er op die peperdure vierkante meters duizenden boeken te verstoffen, opgesloten door de macht van de boekhouders. Er liggen grote stapels van Buiten beeld, het door Polare ‘normaal bestelde’ Poëzieweekgeschenk van K. Schippers – precies het boekje waarvan je hoopt dat het de aandacht trekt van een langswaaiende Isa Hoesshopper. Daar moet iets mee te doen zijn. We maken van de Poëzieweek een Polareweek. Tommy Wieringa zou de komende Boekenweek toch al niet bij Polare optreden, maar K. Schippers moet de komende Poëzieweek uitsluitend de gesloten keten bezoeken. Op de stoep leest hij uit Buiten beeld voor:

[…] Tel niets

meer. Gun de cijfers

hun rust. Laat ze gaan.

Nog negen woorden. Nu wordt

het stil in de tuin.

Waarna de lezersmassa het pand bestormt, openbreekt en onze woorden terugsteelt.