Studies gaan niet met hun tijd mee

Alleen maar studeren volstaat niet langer

meent Jelle Hummelen uit Utrecht

Volgens Saar van Veelen moeten scholieren al in een vroeg stadium worden bijgestuurd om een studie te kiezen die beter aansluit op de behoefte van de arbeidsmarkt. Indirect waarschuwt ze voor het kiezen van een alfa- of gammastudie.

Maar het ligt helemaal niet aan de studie dat een student geen baan kan vinden, maar aan de student én aan de anachronistische functie van de universiteit.

Een studie filosofie bijvoorbeeld valt nu te comprimeren tot het downloaden van relevante e-books en het volgen van gratis online-colleges. Maakt dat alfa- en gammastudies irrelevant? Nee, maar de relevantie wordt bepaald door de proactieve aanpak van zowel de student als de universiteit. Nieuwe initiatieven ontplooien, vakgebieden combineren en maatschappelijk relevante stages aanbieden/volgen zijn de enige manieren om die relevantie te behouden.

De softe studies moeten zich aan het vacuüm van de wetenschap ontworstelen en hun vakgebieden aanpassen aan het opleiden van werknemers en niet louter en alleen wetenschappers. Studenten moeten zich realiseren dat studeren niet genoeg meer is om een baan te krijgen. Ga in de zomervakantie op stage, leer jezelf vaardigheden waaraan de markt behoefte heeft en ontplooi je intellectuele capaciteiten. Alleen dan blijft je studie nuttig nadát je bent afgestudeerd.

Ook op universiteiten zijn stages essentieel

schrijft Sabina de Lange uit Tilburg

In de discussie over succesvol studeren worden diverse onderwerpen onjuist of niet belicht. Zo wordt het kiezen voor een studierichting die je interesseert omschreven als onverstandig. Dit terwijl interesse van grote invloed is op motivatie en dus op inzet en daarmee op studiesucces. Hierbij moet wel worden opgemerkt dat het óók belangrijk is dat je weet welke baan je daarna te wachten staat.

Een opvallend gegeven hierbij is het ontbreken van stages bij de universitaire bachelor en de meeste masters. Terwijl dit juist een uitgelezen kans is om bekend te raken met het terrein waarop je later naar alle waarschijnlijkheid gaat werken. Ook wordt het besluit toch van studie te wisselen hierdoor gefundeerder, het is immers gemaakt op basis van ervaring en niet van een aanname.

Onderwijs is meer dan kennisoverdracht

meent Koen Istha , docent in opleiding

‘Succeservaring is de motor achter motivatie’ stelt Ton van Haperen. (nrc.next, 25 jan.) Het eindeloze soul searchen bij scholieren moet plaatsmaken voor focus op kennisoverdracht in het voortgezet onderwijs. Deze claim vind ik eendimensionaal. Motivatie is even lastig definieerbaar als meetbaar en er zijn weinig theorieën die algemeen geldend zijn. Eén uitzondering daarop is de motivatietheorie van orthopedagoog Stevens die stelt dat de basis van motivatie bestaat uit een drietal componenten: relatie, autonomie en competentie. Als leerlingen voldoende het gevoel hebben ‘ertoe te doen’ en goede relaties hebben met hun medeleerlingen en docenten wordt voldaan aan de eerste vereiste. Daarnaast wil de leerling autonomie op de eigen leerweg, eigen inbreng. Ten derde is er de behoefte aan competentie waarbij de leerling het gevoel heeft ‘het te kunnen’ en te groeien door die succeservaringen. Als de focus alleen ligt op kennisoverdracht zal de leerling moeite hebben zichzelf te motiveren.

Waarom is een mbo-opleiding geen studie?

vraagt Sara Albone, zich af. Zij is dierenarts, docent Groenhorst Barneveld, ‘mbo-leraar van het jaar 2013’

Als docent op een mbo-school merkte ik vol verbazing dat het mbo helemaal niet in de stukken over studiekeuze voorkwam. Ik bedenk me dat ik mogelijk, door mijn Engelse afkomst, de term ‘studie’ niet begrijp. Ik vraag het aan mijn Nederlandse man: ‘Waarom telt hbo als een studie en mbo niet?’ Hij heeft geen idee. Nooit over nagedacht.

Ik ga op zoek in woordenboeken. Volgens woordenboek.nl betekent studie: ‘beoefening van een vak van wetenschap of kunst om het zich eigen te maken.’ Of op encyclo.nl: ‘tijd besteed om zich kennis of vaardigheid eigen te maken of tijd besteed aan het uitzoeken van een bepaald onderwerp of probleem.’ Maar belangrijker nog, zie Van Dale: ‘zich bekwamen in een vak.’

In alle gevallen zou een opleiding in het mbo toch een studie moeten zijn: een vak aanleren, dit jezelf eigen maken, past namelijk helemaal in ons mbo-straatje.

Er valt maar één conclusie te trekken: het mbo heeft een imagoprobleem. NRC ziet een mbo-opleiding niet als studie. Ik bedenk nu ter plekke een voornemen voor 2014. Voortaan praat ik op open dagen en overal waar ik kom alleen nog maar over mbo-studies. Opleiding is zó 2013.