Sensuele ensembledans met golvende individuen

Scène uit Addio alla Fine Foto Alwin Poiana

De locatievoorstelling Addio alla Fine (afscheid van het einde) door Emio Greco en Pieter Scholten deed bij de première in 2012 intellectueel nogal overladen aan. Op een boot reisde het publiek – als passagiers van Noachs ark én verre verwanten van de rouwende ruziemakers uit Fellini’s E la nave va – mee naar het Amsterdamse havengebied, waar het een schitterende, ‘evolutionaire’ ensembledans bijwoonde.

Dat tweede deel in de havenloods was het waard om als theatervoorstelling hernomen te worden. Net als in de oerversie zit het publiek nu aan twee kanten van een ‘loopplank’ waarop kapitein/gastheer Kurt Vandendriessche, Greco en zes dansers in plechtige stoet de urn met as van een overleden operadiva volgen.

Vanaf daar begint de energie zich te roeren; sensueel golvend vanuit het lichaamscentrum, uitwaaierend naar de periferie. Eén voor één nemen de dansers Greco’s bewegingen over; ze vallen, reiken, spreiden de armen en creëren hun eigen zwenkkracht.

Opnieuw is het volgen van de energie (meer dan de passen zelf ) fascinerend. Op hoeveel manieren kan een synchrone groepsdans zich door individuele lichamen laten bepalen? Staccato, gebonden, fel, lyrisch, los of juist strak, versplinterd of samenkomend in een kluwen – het proces blijft boeien, ook al ontbreekt een duidelijke structuur. Maar in deze nieuwe versie, ontdaan van de nodeloze bootreis, stoort dat aanmerkelijk minder.