Santander moet het van Europa hebben

Begin 2012, toen de hoog oplaaiende eurocrisis het internationale vertrouwen in Spanje naar een dieptepunt joeg, lanceerde Santander een grote reclamecampagne. In paginagrote advertenties in de internationale zakenpers legde de bank uit dat ze amper nog afhankelijk was van de Spaanse thuismarkt. Dankzij de expansie naar landen met opkomende economieën kon de bank de problemen in eigen land probleemloos het hoofd bieden. Santander klinkt dan wel Spaans, er was geen reden voor paniek.

In een jaar kan veel veranderen, bleek gisteren bij de presentatie van Santanders cijfers over het vierde kwartaal van 2013. Terwijl het bloeden op de Spaanse en Europese markt is gestelpt, zorgen nu juist de activiteiten in de opkomende markten voor zorgen. De nettowinst in Brazilië, de belangrijkste markt voor Santander, daalde met 28 procent tot 1,58 miljard euro.

Deze groeivertraging in Zuid-Amerika wordt enigszins gecompenseerd door het herstel in Europa. Santander boekte een nettowinst van 4,37 miljard euro, 90 procent meer dan in 2012. Dit resultaat werd behaald ondanks dalende netto-inkomsten (25,9 miljard euro, wat 13 procent minder is dan vorig jaar).

In Spanje boekte Santander met 478 miljoen euro een fors lagere winst – een daling van 45 procent. Toch is de bank positief over de thuismarkt. De bankensector is met Europese miljarden gestut en de Spaanse economie groeit dit jaar naar verwachting met 1 procent. Santander hoeft hierdoor minder af te schrijven op haar blootstelling aan de ingeklapte vastgoedsector. In het laatste kwartaal van 2013 reserveerde het ‘slechts’ 2,4 miljard euro voor slecht presterende leningen. Deze provisies zijn hiermee op het laagste niveau in twee jaar beland. Het percentage slechte leningen lijkt te stabiliseren rond 5,6 procent.

Santander profiteert ervan dat de onrust over de euro is geluwd. Dit uit zich in het afstoten van staatsobligaties. Tussen 2010 en 2012 gingen vooral Spaanse en Italiaanse banken zich te buiten aan carry trade: ze leenden tegen zeer lage rente van de ECB en kochten vervolgens staatsobligaties van hun eigen landen. Door de paniek over Italië en Spanje was de rente op die obligaties vele malen hoger dan de ECB-rente. Het verschil leverde banken miljarden op. Sinds het rustiger in de muntunie is, zijn de rentes op staatsobligaties gekelderd. Hun prijs, die omgekeerd evenredig beweegt, steeg juist. Santander verkocht de obligaties met forse winst. Die inkomsten zijn wel eenmalig; met de onrustige opkomende markten vragen analisten zich af waar in 2014 de winst vandaan moet komen. Op de Madrileense beurs stond het aandeel Santander de hele dag licht in de min.