Column

Rellen in Den Haag

De Haagse politie is racistisch en te gewelddadig, vindt het Actiecomité Herstel van Vertrouwen. Hun woordvoerder Yasmina Haifi was woensdag te gast bij Pauw & Witteman, samen met vier slachtoffers. Er werd een filmpje vertoond van een jongen die geschopt werd door een agent.

De politie zelf was uitgenodigd, maar niet gekomen. Benieuwd naar hun kant, belde ik gister met Wim Hoonhout, chef woordvoering van de politie Den Haag. Hij was blij dat ik belde, we spraken een half uur. De politie, zei hij, nam het comité heel serieus. Sterker: ze waren er al lang mee in gesprek, op hoog niveau. Maar het comité was tussentijds naar de ombudsman en de media gestapt. Het gesprek voortzetten op televisie? Daar had de politie wijselijk voor bedankt.

Hij had de uitzending ook gezien. Van alle genoemde geweldsincidenten, noemde hij de keerzijde. De jongen met de gebroken hand, bijvoorbeeld? Had zelf urenlang tegen de celdeur geslagen. Maar het filmpje dan, van de agent die een jongen schopt? Ja, maar je zag niet wat vooraf ging: de jongens die vrouwen uitschelden voor „kankerhoer”, de jongen die de (rossige) agent uitscheldt voor „rooie klootzak”. Die agent had trouwens zijn fout direct zelf gemeld; hij heeft nu een aantekening in zijn dossier. Enzovoorts.

Intussen werkt de Haagse politie keihard aan „multicultureel vakmanschap”, zei hij – anders dan sommige „links georiënteerde” raadsleden menen. Intussen was de misdaad in de Schilderswijk met veertig procent gedaald. En uit resultaten van Leidse wetenschappers bleek intussen „ondubbelzinnig” dat de Haagse politie geen structureel probleem heeft met geweld of discriminatie. Maar ja, wat doe je tegen beeldvorming?

Ik voelde intussen een column opkomen (‘Wat u niet hoorde bij Pauw & Witteman’), maar belde eerst nog met Yasmina Haifi van het burgercomité, en toen werd het toch weer ingewikkeld.

We spraken een uur. Ze had me geanonimiseerde klachten gemaild. Ze kreeg dagelijks nieuwe, vertelde ze, en dat was nog maar het topje van de ijsberg. Ze hadden meer beeldmateriaal. Ze vertelde over slecht getrainde, bange agenten, niet geëquipeerd voor de Schilderswijk, die de hele wijk als verdacht zagen.

„Je ziet de angst soms in hun ogen”, zei ze. „Voor die agenten is dit een oorlogsgebied.”

Het comité wilde via de media de druk opvoeren, want bij politie en gemeente ontbrak nog urgentie. Er was ook te weinig vertrouwen in de onafhankelijkheid van de politie bij de klachtenbeoordeling („keurt de slager soms zijn eigen vlees?”). Voor vertrouwensherstel moest er een onafhankelijke klachteninstantie komen, bijvoorbeeld. En: meer Turkse en Marokkaanse agenten. Meer sensitiviteit.

En zoals ik de frustratie snapte van de agent, die boeven vangt, maar racist wordt genoemd, zo snap ik de frustratie van de jongen die op weg naar school steeds wordt gefouilleerd. Dus eindig ik saai: beide hebben gelijk. Er is een welles en een nietes.

Maar intussen wordt de sfeer grimmiger. We moeten deëscaleren, zei Yasmina, „anders komen er rellen”. Ook Amnesty waarschuwde daarvoor, en onderzoeker Femke Kaulingfreks in NRC. Rellen in vredesstad Den Haag, zou het echt? Zolang deze patstelling voortduurt, wordt dat steeds reëler. Den Haag heeft een mediator nodig.