Ramses

Eén aspect uit het leven van Ramses Shaffy is in de televisieserie niet aan de orde gekomen. In 1955, ver voor zijn befaamde Shaffy chantant, heeft Ramses al iets vergelijkbaars op de planken proberen te zetten. De voorstelling heette Olé la Margarita, bedoeld als een soort musical. Op de toneelschool wilden ze er niet aan. Ramses vertrok.

Het gonsde in de stad. Nu zou er iets komen! Alle aanstormende talenten uit die tijd wilden daar graag aan meewerken. Ook ik, net twintig, tweedejaars leerling van de Kunstnijverheidsschool, moest en zou erbij zijn en fungeerde er als hulpje van de decorontwerper Wouter Keja, wat erop neerkwam dat ik er voor materiaal op uit werd gestuurd. Een onsje spijkers hier, wat schroeven daar.

Een stoet mensen deed auditie. Jacco van Renesse en Philippine Aeckerlin meldden zich. Henriette Klautz zong een aria. Femke Boersma, toen bekend van de Willem Parelfilm onder de naam Femke Talma, bracht het chanson Parlez moi d’amour. Hans van Manen, aangetrokken als choreograaf, en Carla Lipp deden een komisch balletnummer.

Al na een dag besloot men het idee van de musical los te laten, iedereen deed er zijn eigen act. David Waterman trad er op met zijn jongleernummer, onder de artiestennaam Dave Parker. Het betekende meteen zijn doorbraak. Frans Rafall deed er zijn befaamde dansact met immens hoge sprongen. De tekenaar Opland improviseerde een vlammende toespraak in zelfverzonnen Russisch.

Maar er kwam nauwelijks publiek, de zaal was telkens vrijwel leeg. Binnen een week kwam er aan deze voorstelling een roemloos einde.

De dagen na dit debacle zei men, toch met enige bewondering: „Die Ramses! Net van de toneelschool en meteen al zijn eerste flop.”