Pensioenfondsen kiezen voor optimisme, negeren advies DNB

De grote pensioenfondsen zijn eigenwijs. Vijf jaar na het begin van de financiële crisis rekken ze de regels van hun toezichthouder, De Nederlandsche Bank, een beetje op.

De twee grootste fondsen, ABP en Zorg en Welzijn, zijn weer financieel gezond en verhogen de pensioenuitkeringen – tegen het advies van de toezichthouder in. De metaalfondsen PMT en PME waren er eind vorig jaar nog niet helemaal bovenop, maar willen (vooralsnog) de pensioenuitkeringen niet verlagen om financieel aan te sterken.

Dat hebben de grootste pensioenfondsen van Nederland bekendgemaakt. Zij presenteerden vandaag als eerste hun jaarcijfers. Net als bij alle 350 pensioenfondsen die in 2008 door beleggingsverliezen in financiële nood kwamen, moest hun vermogen op oudjaarsdag weer op peil zijn. Ze hadden van DNB vijf jaar gekregen om financieel weer gezond te worden.

Nederlands grootste pensioenfonds ABP (2,8 miljoen deelnemers binnen de overheid en het onderwijs en 300 miljard euro vermogen) draait de korting van een half procent van vorig jaar weer terug. Zorg en Welzijn (2,5 miljoen deelnemers en 137 miljard euro vermogen) ziet ruimte voor bijna 1 procent indexatie, het verhogen van de pensioenen in lijn van loon- en prijsstijgingen om koopkracht te behouden.

DNB kan hier juridisch niet tegen optreden, want de fondsen voldoen aan de wettelijke eisen. Maar bestuurder Joanne Kellermann, verantwoordelijk voor het toezicht, waarschuwde eind vorig jaar nog voor overmoed. Herstelde fondsen die direct weer geld gaan uitgeven, hebben wat uit te leggen aan hun deelnemers, zei ze in een interview in Het Financieele Dagblad. „We hebben eerder jojogedrag gehad van fondsen die het ene jaar indexeren, om het jaar daarna te korten. Dat snappen deelnemers niet.”

Anders ligt het bij de metaalfondsen PMT (1,2 miljoen deelnemers en 48 miljard euro vermogen) en PME (630.000 deelnemers en 32 miljard euro vermogen). PMT voldeed eind vorig jaar net niet aan de financiële eisen van de toezichthouder, maar „acht het niet in het belang van zijn gepensioneerden en deelnemers om een tweede verlaging van de pensioenen door te voeren”, aldus een persbericht.

Het andere metaalfonds, PME, twijfelt nog of het pensioenen zal verlagen of niet. Het fonds had de financiën net niet op orde voor de jaarwisseling. Als het fonds de pensioenen met bijna 1 procent verlaagt, voldoet het aan de financiële eisen die DNB stelt. Maar het bestuur ziet dit als „uiterste noodmaatregel”.

Alle pensioenfondsen hebben nog tot medio februari de tijd om DNB te laten weten of ze pensioenen willen gaan verlagen of niet. DNB doet geen uitspraken over individuele pensioenfondsen, zegt een woordvoerder. Waarschijnlijk is wel dat de toezichthouder stappen gaat ondernemen. Fondsen die nog niet gezond zijn, maar ook niet willen korten, kan DNB verplichten met een ‘aanwijzing’ en zelfs een boete geven.

Het pensioen van een half miljoen gepensioneerden wordt vanaf april wel verlaagd. Zoals DNB verwachtte, voldoen circa 38 fondsen, bijna eentiende, nog niet aan de financiële eisen. Ook de 700.000 werkenden die bij deze fondsen pensioen opbouwen, gaan dat voelen, evenals de 1,3 ‘slapers’ bij deze fondsen, dat zijn mensen die nog pensioen hebben uitstaan bij een vorige werkgever. Deze fondsen verlagen de pensioenen gemiddeld met 1,1 procent. Dat is een beperkte verlaging, volgens DNB.

De afgelopen vijf jaar hebben veel fondsen de pensioenuitkeringen moeten verlagen om weer financieel gezond te worden. Vorig jaar april gingen bijvoorbeeld 66 fondsen over tot een verlaging van de pensioenen met gemiddeld bijna 2 procent en werden circa 1,1 miljoen gepensioneerden geraakt.

Aan indexatie zijn veel fondsen de laatste jaren ook niet toegekomen. ABP is financieel gezond, maar heeft sinds 2010 niet meer geïndexeerd en zal dat ook dit jaar niet doen. In diezelfde periode stegen de prijzen wel zo’n 6 procent.

Het pensioenfonds voor de bouw, bpfBOUW (795.000 deelnemers en 39 miljard euro vermogen) staat er van de grootste pensioenfondsen het beste voor. Maar zelfs dit fonds blijft „voorzichtig” en indexeert niet om toekomstige gepensioneerden niet te benadelen, stelt het in een verklaring.