Zweefslang ‘zwemt’ door de lucht

De paradijsslang zweeft als een ufo door het regenwoud. Na een kronkelige vlucht landt hij veilig op de grond. Biologen weten nu hoe de slang dit klaarspeelt: het geheim zit in de ribben. Door die uit te spreiden, genereert hij genoeg zweefvermogen om meters ver te komen.

De paradijsslang (Chrysopelea paradisi) is een Aziatisch reptiel uit een geslacht van vijf vliegende slangen. Ze worden ongeveer een meter lang en zijn een beetje giftig. Het zijn de enige dieren die zonder ledematen kunnen zweven: hun kronkelende lijven vormen één groot valscherm.

De vlucht van de paradijsslang is elegant, en wordt soms beschreven als ‘zwemmen door de lucht’. De slang houdt zijn kop relatief stijf, terwijl het achterlijf kronkelt. Als de paradijsslang zich van een hoogte van 10 meter lanceert, kan hij 14 meter verderop landen. Daarbij haalt hij een maximale zweefssnelheid van 36 kilometer per uur.

Het was biologen al eerder opgevallen dat vliegende slangen hun ribben spreiden. Nog geen tel nadat de slang springt of valt, is zijn onderzijde al afgeplat. Soms is de slang zo plat dat zijn hart een beetje naar buiten steekt. De staartpunt blijft rond.

Slangenonderzoeker John Socha en zijn collega’s keken naar de rol die de platte buik speelt bij het zweven. Met een 3D-printer maakten de biologen een plastic doorsnede, die ze testten in een ‘watertunnel’. Het slangenlijf bleek ongeveer zo aerodynamisch als een vliegtuigvleugel, maar alleen bij kanteling. Een levende paradijsslang verkrijgt kanteling door te kronkelen, denken de biologen. Zijn rug draait een beetje naar binnen.