Omsingeld door twintig Griekse agenten met getrokken pistolen

Als Patrick Dirksen (39) over de drie Nederlandse vliegtuigspotters leest die in de Verenigde Arabische Emiraten vastzitten op verdenking van spionage, gaan zijn gedachten meteen terug naar de herfst van 2001. Ook hij belandde toen in een cel, in het Griekse Kalamata, na een dagje vliegtuigspotten.

„Het was kort na de terroristische aanslagen van 11 september”, vertelt hij. „Ik deed sinds een jaar of tien aan spotten en had net een van mijn eerste buitenlandse luchtvaartreizen geboekt. „Samen met twaalf Britten en een Nederlandse vriend zou ik in Griekenland een paar dagen lang vliegvelden, vliegveldmusea en monumenten bezoeken.”

Vanwege de aanslagen waren de regels flink aangescherpt. Het was niet toegestaan foto’s te maken bij de militaire vliegbasis bij Kalamata. En dus lieten de groepsleden hun camera’s die dag in de bus liggen. Kort nadat één van hen een verrekijker uit zijn zak had getrokken, werd de groep omsingeld door twintig politieagenten met getrokken pistolen.

Op het politiebureau moesten de groepsleden hun riemen en schoenveters inleveren. De sfeer was lacherig, weet Dirksen nog. „Maar als je de volgende dag van de officier van justitie hoort dat er 25 jaar cel tegen je wordt geëist vanwege spionage, vergaat het lachen je snel. Ik kreeg een Griekse advocaat, maar was de taal niet machtig. Lang had ik geen idee wat mijn status was.”

Ruim vijf weken zat hij vast. Eerst in het politiebureau, later in de gevangenis. Dirksen deelde een cel met drie anderen. Een paar keer per dag mocht hij luchten. „Ik kon bellen met telefoonkaarten. Maar nooit langer dan een paar minuten, want er waren maar twee telefoons voor enkele tientallen gevangenen.”

Later werd de aanklacht afgezwakt van ‘zware spionage’ naar ‘lichte spionage’. Dirksen kwam op borgtocht vrij. Er hing hem nog altijd vijf jaar cel boven het hoofd. „Dan zit je niet lekker thuis op de bank”, verzekert hij. Het ministerie van Buitenlandse Zaken schoot de borgsom van 65.000 gulden voor en verzocht Dirksen en zijn vriend voorlopig niet met de pers te praten. „Dat was bijzonder frustrerend. We moesten echt op onze tong bijten.”

Van de Griekse rechter kreeg Dirksen vijf maanden later een straf van drie jaar onvoorwaardelijk. Omdat de stille diplomatie van het ministerie voor zijn gevoel slecht was uitgepakt, zocht hij de publiciteit. „Ik weet nog dat ik bij talkshow Barend en Witteman zat. Daar ontmoette ik topadvocaat Cees Korvinus. Hij heeft mij in contact gebracht met toenmalig LPF-leider Mat Herben. Herben was zelf ex-vliegtuigspotter.”

De verklaring van Herben werd tijdens het hoger beroep aangehaald door de officier van justitie. Dirksen is ervan overtuigd dat het een cruciale factor was bij de voor hem gunstige uitspraak: onschuldig, maar wel met de aantekening dat hij een overtreding had begaan. „Herben was de lijsttrekker van de een-na-grootste partij. En als ervaringsdeskundige verklaarde hij dat spotten een onschuldige hobby is in Nederland.”

Dirksen stoort zich aan de „gekleurde berichtgeving” over de drie Nederlandse vliegtuigspotters in de Verenigde Arabische Emiraten, die hij overigens niet persoonlijk kent. „Zo meldde het AD dat zij daar foto’s hebben gemaakt. Maar dat werd in ons geval ook geroepen. En zie wat voor grote gevolgen zo’n ‘detail’ kan hebben. Ik roep de media op geen voorbarige conclusies te trekken.”

Op de vraag of hij zich – als spotter – verheugt op de aanstaande nucleaire wereldtop in Den Haag, reageert Dirksen wat lauw. „Het leeft erg onder spotters, maar de beveiliging is enorm. Tegelijkertijd roept de politie ons op tijdens de top als extra ogen te fungeren. Dat voelt dubbel. Maar het zou mooi zijn als Iran naar de top komt, want dan komen ze waarschijnlijk in een oude Boeing 707. Een ge-wel-dig toestel.”