Minder sparen, minder schuld

Spaarzaamheid geldt als een Nederlandse deugd. ‘Wie spaart, heeft wat’ is maar een van de vaderlandse gezegdes en spreekwoorden waarin nut en noodzaak van sparen worden geprezen. Het overgrote deel van de Nederlandse werknemers spaart verplicht via zijn werkgever voor het pensioen. Inmiddels beheren de pensioenfondsen zo’n 1.000 miljard euro. Daarnaast sparen Nederlanders vrijwillig ook zelf. Inmiddels staat 325 miljard euro op spaarrekeningen bij banken. Maar juist in dat vrijwillige sparen constateerde De Nederlandsche Bank deze week een terugloop die beschouwd moet worden als een trendbreuk. Een breuk met het verleden die van harte moet worden toegejuicht.

In de tweede helft van 2013 hebben huishoudens elke maand meer geld van hun spaarrekeningen opgenomen dan zij op de rekeningen gestort hebben. Samen 7 miljard euro. Zo’n lange periode van geldopnames is niet eerder geconstateerd.

Wat mensen precies met hun spaargeld hebben gedaan, onttrekt zich deels aan de waarneming van de statistici, maar twee bestedingsvormen zijn duidelijk. Mensen halen ten eerste geld van de bank om hun krimpende koopkracht aan te vullen. Dit is een ‘normaal’ verschijnsel in een langdurige economische crisis, dat zich ook heeft voorgedaan in de ernstige malaise dertig jaar geleden.

De tweede besteding is de aflossing van bestaande schulden, met name van woninghypotheken. Daarmee helpen individuele burgers de schuldenlast te verminderen die Nederland internationaal bovenaan de verkeerde lijstjes zet. Dat zijn de lijstjes met landen waar huishoudens zich diep in de schulden hebben gestoken. Wie hoge schulden heeft, is financieel minder flexibel en loopt meer risico’s om zijn verplichtingen niet na te komen, zeker in economische crisistijd. Onze hoge positie op de verkeerde lijstjes kan internationale beleggers kopschuw maken om de Nederlandse staatsobligaties te kopen waarmee het kabinet het hardnekkige begrotingstekort moet financieren. Het verlies eind vorig jaar van onze zogeheten AAA-rating was een teken aan de wand.

Natuurlijk worden de aflossende schuldenaren ‘geprikkeld’ door verschillende, soms vervelende omstandigheden: de dalende huizenprijzen, de lage rente die sparen ontmoedigt én de fiscale vrijstelling tot 100.000 euro voor giften waarmee de ontvanger hypotheekschuld aflost. De banken verliezen weliswaar spaargeld, maar hun risico’s dalen door de aflossingen ook. Zij worden stabieler doordat de verhouding verbetert tussen de schulden van klanten en de waarde van de woningen die voor die schuld onderpand zijn.

Per saldo laten Nederlanders zien dat zij aan de keukentafel rationele beslissingen nemen over hun persoonlijke financiën. Politiek Den Haag moet de moraal van het verhaal erkennen: beperk regeldrift en vertrouw op de calculerende consument.