Min 20? Een Rus haalt z’n schouders op

Bij Russen binnenshuis loeit tussen 1 oktober en 1 mei de verwarming steevast op 23 graden Celsius. Niets aan te doen, want je kunt de Russische stadsverwarming nu eenmaal niet reguleren. Dus kleren uit en ’s nachts het slaapkamerraam open, ook al stuift de sneeuw woest naar binnen.

Ga je de straat op, dan kan het ineens 46 graden lager zijn, een temperatuursovergang die je als een scherp mes kan treffen. Zeker wanneer je daarna met de roltrap in de Moskouse metro afdaalt en de thermometer weer tientallen graden stijgt.

Weer buiten hoef je overigens niet bang te zijn om uit te glijden, want zodra het in de grote stad begint te sneeuwen, rukken de sneeuwploegen uit. IJs en sneeuw worden keurig door Centraal-Aziatische gastarbeiders op een hoop gegooid en door vrachtwagens afgevoerd naar smeltovens. Hoogstens moet je oppassen voor het strooizout: de chemicaliën zijn zo agressief dat ze op den duur je rubberzolen aanvreten.

Treinen en bussen trekken zich van de kou evenmin iets aan. Ze functioneren ’s winters optimaal. Vliegvelden hebben alleen te lijden onder sneeuwstormen.

Toch is kou de grootste vijand van iedere Rus. Het Siberische Tomsk heb ik bij min 20 graden Celsius gezien. Jakoetsk, in het Verre Oosten, bij min 38; ik hield het er op straat niet langer dan 5 minuten uit.

Bij min 50 is het oppassen geblazen: dan moet je geen brugleuning aanraken als je er niet aan vast wil vriezen. Maar behalve een enkele dronkenlap doet niemand dat dan.

Uitkijken geblazen is het ook in permafrostgebieden. Daar storten als gevolg van de klimaatveranderingen steeds vaker flatgebouwen in. Een westerling, die aan niets gewend is, schrikt daarvan. Een Rus haalt er zijn schouders over op en zegt: „Vsjo normalno.” Alles in orde. Dat krijg je in een land waar rampen tot de orde van de dag behoren.

Als ze niet echt hoeven, blijven Russen in de winter binnen. Hun huis is hun hol. Van grote raampartijen hoeven ze niet veel te hebben. Het leven is sowieso altijd aangenamer bij plus 23 dan bij min 23 graden.

Voor westerlingen is ook dat wennen. Kom je bij iemand op bezoek gekleed in een dikke trui, dan is de kans groot dat hij of zij je in een zomerjurkje of bloot T-shirt ontvangt. Alles uit is dan het eerste wat in je opkomt. Al was het maar uit solidariteit.