Magisch reizen met slaven van de wind

Kijk eens naar de vroeg 19de-eeuwse prent rechtsboven. Een futuristische visie op de luchtballon ‘La Minerve’. Als een compleet dorp moest het schip door de wolken zweven, met op het dek een ziekenhuis, een kerk en een personeelsverblijf. Op de voorplecht stond het huis van de kapitein en op het balkon speelde een dansorkest. In de buik van het schip sliepen de passagiers en om de bol heen liepen promenades om te kunnen flaneren. Als ballast bungelden onder het gevaarte nog een dokterswoning, toilethok en een ton voor water, wijn en voedsel.

Dit ontwerp van de Belgische natuurkundige en illusionist Etienne Robertson is maar één van de vele frappante illustraties in De wereld vanuit een luchtballon. Kunsthistoricus en jurist Robert Verhoogt (1971) schreef een veelomvattende cultuurhistorische ‘biografie’ van het gevaarte, met een zee aan Engelse citaten van ballonvaarders, wetenschappers, toeschouwers, journalisten en schrijvers. De talrijke reproducties in het boek laten uiteenlopende, aan de ballonvaart gerelateerde prenten, affiches en souvenirs (keramiek, meubels, waaiers, prullaria) zien, maar ook schilderijen van Goya, Manet, Redon, Delaunay en anderen. Niemand kon om de ballon heen.

Daarnaast kom je nog een mooie serie luchtfoto’s tegen van de Zwitser Eduard Spelterini, die – eenmaal freischwebend – als bariton de Toreodor-aria uit Bizets opera Carmen aanhief, terwijl hij onder zijn mand een acrobate aan een trapeze liet hangen – aan haar tanden. Spelterini legde begin 20ste eeuw scherp de Alpen vast, ruim vijftig jaar nadat collega Nadar in zijn hemelse doka nog worstelde met lange sluitertijden.

Klapwiekende monniken

Verhoogt begint bij het prille begin, bij Icarus, bij klapwiekende, middeleeuwse monniken, bij Leonardo da Vinci en bij 17de-eeuwse ontwerpers van zweefgevallen die de tekentafel nooit ontstegen. Pas in 1783 is het dan zo ver, de Franse broers Montgolfier laten in hun dorp Annonay de eerste heteluchtballon aan een ketting opstijgen. Internationale verbijstering alom, want ineens zweefde er iets in het luchtruim dat tot dan toe alleen god en de vogels toebehoorde. Kort daarna stuurde de Franse ingenieur Jacques Alexandre César Charles de eerste, met gas gevulde ballon, de Charlière, omhoog. In Parijs en omstreken kwamen honderdduizenden mensen op de been.

Zaten er in de mand tot dan toe alleen een konijn of wat pluimvee, het was de natuurkundige Jean-François Pilâtre de Rozier die als eerste mens vanuit het Bois de Boulogne nog in datzelfde jaar 1783 een proefvlucht met een Montgolfière durfde te maken – en later trouwens als eerste slachtoffer van de ballonvaart zou sneuvelen. Concurrent Charles liet het er niet bij zitten, hij dook de mand van zijn eigen Charlière in.

En toen kwam de wedren pas goed op gang: in 1785 dreef de geleerde Jean-Pierre Blanchard, alweer een Fransman, vanaf Dover in 2,5 uur als eerste het Kanaal over. Pas in 1844 lukte het negen man om in 75 uur een trans-Atlantische overtocht te maken. En in 1846 kondigde het Algemeen Handelsblad het plan aan om met een luchtballon, bevestigd aan een dromedaris, op zoek te gaan naar de bronnen van de Nijl – waar dus niets van terecht kwam.

De ballon was een vorm van toegepaste natuurkunde en een feestelijke goocheltruc, schrijft Verhoogt. Aan elke tak van wetenschap werd boven het wolkendek wel onderzoek gedaan. In de loop der jaren zweefde men ook steeds hoger en steeds verder over ‘the highway for mankind’. De toekomstvisioenen buitelden over elkaar heen, evenals het aantal commerciële opstijgingen.

Intussen kreeg de mens voor het eerst een vogelperspectief te zien, vandaar de uitvinding in 1787 door de Britse schilder Robert Barker van het panorama-doek met een horizon van 360 graden. Ontelbaar zijn in Verhoogts boek de euforische getuigenissen van het ultieme geluksgevoel om in ‘the awful stillness of silence’ te zweven, om ’s nachts de maan op de wolken te zien glinsteren, om de aarde als een zorgeloze landkaart waar te nemen, om over nachtelijk Londen te deinen, als over een Melkweg van goudstof.

Luchtmobiele brigade

De verwachtingen bleven hoog gespannen. De idealist dacht dat met de verovering van het luchtruim de eeuwige vrede op aarde zou neerdalen; de pragmaticus voorzag een soort ‘luchtmobiele brigade’, van waaruit vijandelijke linies konden worden bestookt, wat vanaf 1794 daadwerkelijk gebeurde; en dan was er de realist, die terecht weinig heil verwachtte van de ballon omdat die zich niet horizontaal liet besturen en als ‘een slaaf van de wind’ onvoorspelbare landingen maakte.

Bij ruim 100.000 ballonvaarten tussen 1783 en 1902 kwamen 62 mensen om. Ze verdronken na een landing in zee of stierven op een hoogte van 8.000 meter door zuurstofgebrek, zoals die twee onderzoekers in 1862 die manmoedig aantekeningen maakten van hun laatste stuiptrekkingen. Ook een tocht naar de Noordpool in 1897 liep noodlottig af. De drie avonturiers landden wel, maar konden niet meer opstijgen. Zo’n dertig jaar later werden hun lichamen gevonden.

Verhoogt is grondig te werk gegaan. Er trekt zoveel geschiedenis en zo’n lange stoet ballonbetrokkenen voorbij dat je na lezing vermoedt met dit ene boek alles wel zo’n beetje over deze 18de- en 19de-eeuwse rage in huis te hebben, hetgeen de bibliografie weerspreekt. Soms is de overdosis aan uitzinnigheid van de passagiers wat vermoeiend. Maar daar staan dan weer citaten van dichters en schrijvers tegenover; Multatuli, Emily Dickinson, Willem Bilderdijk, Mark Twain, Guy de Maupassant, Edgar Allan Poe en anderen. Zij hoefden geen meter op te stijgen om in de roes van de magische bovenwereld te geraken. Overigens zou de Eerste Wereldoorlog aan de vrolijke ballonblaasfeesten een abrupt einde maken.