Lichaam grootste tegenstander van de kopman

Robin Haase komt vandaag voor het eerst als kopman van het Nederlandse Davis-Cupteam in actie in de Wereldgroep. De tijd dat de 26-jarige tennisser van iets dergelijks onder de indruk raakt, ligt naar eigen zeggen ver achter hem. Hij is er wel van overtuigd dat een stunt in de landenwedstrijd zijn loopbaan een boost zou kunnen geven. „De Davis-Cup kan een carrière maken”, zegt hij in de Tsjechische stad Ostrava. „Ja, misschien de mijne ook wel.”

Het lijkt alweer een eeuwigheid geleden dat Haase in 2006 zijn debuut maakte in de Davis Cup. Het opkomende talent verloor destijds in Leiden kansloos van de Tsjechische kopman Tomas Berdych. „Achteraf moet ik bekennen dat ik er toen gewoon nog niet klaar voor was”, stelt Haase voor zijn treffen met Radek Stepanek. nu. „Davis-Cuptennis is iets wat je moet leren. Je speelt vijfsetters. Maar boven alles speel je als een team. Als je verliest stel je niet alleen jezelf, maar ook anderen teleur.”

Haase volgde de afgelopen jaren de weg van de geleidelijkheid. Hij boekte twee toernooizeges en stond in de zomer van 2012 even op de 33ste positie op de wereldranglijst. Maar meer dan eens wierpen blessures hem terug. Haase zucht: „Mijn lichaam is misschien wel mijn grootste tegenstander. Ik zou al mijn geld er zo voorover hebben om in een ander lichaam verder te gaan. Alleen als ik gezond en fit ben dan kan ik presteren. Dat ben ik vaak niet geweest. Met name mentaal in mentaal opzicht is dat zwaar.”

De nummer één van Nederland verlangt met smart terug naar die ene magische week in augustus 2011 toen hij het toernooi van Kitzbühel won. „Er kunnen allerlei dingen van invloed zijn op je spel. De buitenwacht heeft daar soms geen idee van. Als je privé niet lekker in je vel zit, dan werkt dat door. Maar destijds in Oostenrijk viel een week lang alles op zijn plaats. Het liep als een trein. Als ballen de netband raakten, dan vielen ze steeds goed. Het was als een roes.”

Het is voor Haase ongrijpbaar waarom dat supergevoel er opeens was en weer verdween. „Ze zeiden tegen mij: ‘Dat geluk dwing je af’. Maar zo is het volgens mij niet. Ik kan er alleen alles aan proberen te doen om zo goed mogelijk voor de dag te komen. Je moet het zo inrichten dat alles in balans is. Daar komt tegenwoordig ook ervaring bij kijken. De tijd dat een tiener een grandslamtoernooi wint is voorbij. Ik zou bijna willen zeggen: onmogelijk.”

Haase heeft met genoegen gezien hoe de 28-jarige Stanislas Wawrinka afgelopen zondag de Australian Open op zijn naam schreef. Voor hem een bewijs dat de tennissers tegenwoordig op latere leeftijd pieken. „In het verleden zag je dat tennissers eerder opgebrand waren. Maar de sport is veranderd. Je ziet nu dat je wel op je 31ste of 32ste nog mee kan doen. En voor mij geldt mogelijk ook dat mijn beste jaren nog voor me liggen.” Lachend: „ Ik hoop het in ieder geval.”

Het jaar 2014 bracht Haase tot dusver geen succes. Hij sparde met Roger Federer, veranderde van racket, maar de resultaten bleven uit. Drie keer op rij verloor Haase in de eerste ronde. Op de Australian Open gaf hij met kramp op. Haase blijft positief. „Ik vind het prima als de media kritisch zijn. Maar ze zijn vaak negatief. Dat is niet goed. Neemt niet weg dat een zege in de Davis Cup mooi zou zijn. Waarom zou dat niet kunnen? Als je op voorhand uitgaat van verlies, dan moet je thuisblijven.”