Kijkt u naar programma of zender?

Radioshow Giel! van de VARA geeft via de website 3FM door. Henk Hagoort, bestuursvoorzitter van koepelorgaan NPO, is tegen dit soort ‘aanbodkanalen’.

Voor het Centraal Station van Amsterdam vraagt een meisje in een zwart-wit jasje met een schrijfblok: „Wilt u Man Bijt Hond steunen?” Dat is een tv-programma. Zij zegt niet: „Wilt u lid worden van de NCRV?” Of: Wilt u de NPO steunen?” Ze noemt alleen het tv-programma, dat immers bekender is dan de vertoner.

Wil de publieke omroep één merk uitventen, of verkopen ze honderden losse tv-programma’s? Dat is een van de onderliggende vragen van een ruzie in omroepland over de websites. Henk Hagoort, bestuursvoorzitter van koepelorgaan NPO, heeft twee omroepen gesommeerd om hun websites te sluiten of aan te passen, dreigend met een strafkorting van vijftien procent van het budget. Dat kan miljoenen kosten, als ze niet luisteren.

De VARA-radioshows De Coen & Sander Show en Giel! geven via de websites zender 3FM door. Mag niet. De Wereld Draait Door (VARA) wil de clips uit de uitzendingen alleen op de eigen websites tonen. En de VPRO richt zomaar eigen websites op: VPROTV, Smaakmakers en Vrijplaats. Daarop wordt geëxperimenteerd. Sluiten, sommeert Hagoort. Ook de NOS is in overtreding, maar die kreeg geen sommatie. „Het is wel een aandachtspunt voor de NPO.” Op de website NOS.nl is Radio 1 te beluisteren. Mag eigenlijk niet van Hagoort: dat moet alleen via Radio1.nl.

De NPO vindt deze websites ‘aanbodkanalen’, en die mag je niet zomaar beginnen. Alleen de NPO mag dat. De omroepen maken de programma’s en de NPO verzorgt de kanalen waarop die worden uitgezonden. Henk Hagoort noemt de websites: „Eigen haventjes”. Dit probleem heet bij de NPO: „Ongecoördineerd media-aanbod” (OMA). De partijen praten nu over een oplossing.

Achterliggende kwestie is: wie is de baas in Hilversum? De publieke omroep ligt al een paar jaar onder vuur, de regering kortte het budget met miljoenen en eiste dat omroepen zouden fuseren. Niet alleen bij de regering heerst onvrede over het verzuilde bestel: al die verschillende omroepjes die voor zichzelf werken; dat kan efficiënter. De NPO ziet hierin een schone taak voor zichzelf. De NPO deelt het geld uit en bepaalt wat op tv komt. Dat is al veertien jaar zo. Nu trekt de NPO nog meer macht naar zich toe, tot onvrede van de verschillende omroepen. VPRO-directeur Van der Meulen: „We wilden samenwerken. Daaruit volgde dat we gingen integreren. En de volgende stap is dan de NPO het overneemt.”

Is dit een poging tot centralisatie van de NPO? Volgens NOS-directeur Jan de Jong is niemand de baas in Hilversum: „Daarom is werken daar zo woest aantrekkelijk en soms zo moeilijk. Deze ruzie was er niet geweest als we één organisatie zouden zijn. Maar dan zou het aanbod veel schraler zijn”. Voor De Jong, die nog geen brulbrief van Hagoort kreeg, is de websitekwestie geen halszaak: „Als wij via NOS.nl meer luisteraars naar Radio 1 trekken, zou dat toch een mooie bijvangst zijn? Het dondert niet wat men van de publieke omroep vindt, als men de publieke omroep maar vindt. Maar als de NPO dat niet meer wil, is het ook goed.”

Achter de machtskwestie ligt de vraag: waar moet Hilversum naartoe? Wil de publieke omroep een rol blijven spelen in de internationaliserende mediamarkt, dan is het handig om als eenheid op te treden. Een deel van de toekomst van de televisie ligt op internet. Je kun daar een paar grote ingangen bouwen, zoals de NPO wil. Of je kunt daarnaast allerlei verschillende zij-ingangetjes bouwen, zoals de omroepen willen. Hagoort wil dat de kijkers komen voor de zenders, voor de NPO, in plaats van voor losse programma’s. Nederland 1 gaat volgens de planning na de zomer NPO 1 heten. Hagoort legt uit: „De concurrentie neemt toe. Daarom moeten we onze krachten bundelen in een gezamenlijke NPO-omgeving. We willen de publieke omroep in zijn geheel makkelijk vindbaar en duidelijk herkenbaar houden voor ons publiek. Daar maken we afspraken over met de omroepen. Soms zit daar spanning op en daarover zijn we in gesprek.”

VPRO-directeur Lennart Van der Meulen: „Je kunt de concurrentie zo belangrijk vinden, dat je één merk maakt en veel dingen laat liggen. Dan word je ook zo’n mediamoloch.” Hij breekt een lans voor het experiment: „Internet is ideaal om te experimenteren met nieuwe vormen. Juist met dingen die nog niet rijp zijn voor de grote zenders. We proberen creatieve ruimte en vrijheid te behouden binnen de geoliede machine die de publieke omroep is geworden. Je kunt Hilversum voor tachtig procent organiseren. Gun ons dan die twintig procent vrijheid. Laat ons pielen”

Volgens Van der Meulen is het pluriforme omroepbestel, dat achterhaald lijkt, juist geschikt voor de „manier waarop mensen nu informatie vergaren”. Hèt publiek bestaat niet meer – als het al bestond. De omroep bedient nu een bonte verzameling subgroepjes, die samenkomen rond diverse tv-merken. Dat kan ‘Nederland 1’ zijn, maar ook ‘VPRO’, of ‘Giel Beelen’. Van der Meulen: „De hele markt zoekt naar gemeenschapjes, abonnees, om binding op te bouwen met je publiek. Dat doen wij dus goed.”

Jan de Jong van de NOS vat samen: „De VPRO zegt: het is een nieuwe wereld, dus we moeten op ontdekkingsreis. De NPO zegt: Dit is de nieuwe wereld en dit is de route. De NPO wil één portal, één sterk merk dat verlichting brengt. Ik denk: zolang de toekomst onbekend is, kun je beter meerdere wegen openhouden. Om met de VPRO te spreken: als je geen zolderkamertje meer hebt, waarop iemand zit te experimenten, dan heb je minder ontploffingen, maar er wordt ook minder ontdekt.”