Column

‘Ik ben niet corrupt’

Moeten we autoriteiten die beschuldigingen tegenspreken op hun woord geloven? Steeds vaker duiken ze vooral in tv-programma’s op om zich te verweren. Het is hun goed recht, maar het resultaat is vaak onbevredigend. Het gesprek kan gemakkelijk ontaarden in een onvruchtbare nietes-welles-dialoog. De autoriteit verdwijnt achter het zelf ontworpen rookgordijn.

Een fascinerend voorbeeld was het optreden van VVD’er Jos van Rey in het tv-programma WNL op zondag van 2 juni 2013. Van Rey, toen al afgetreden als wethouder van Roermond wegens verdenking van corruptie, kreeg ruimschoots de gelegenheid zich te verweren tegen een aantal aantijgingen. „Ik heb niets verkeerd gedaan”, riep Van Rey, „helemaal niet!”

Vorige week gaf de Volkskrant het telefoongesprek weer dat Van Rey op 24 september 2012 met partijgenoot Ricardo Offermanns voerde. Het gesprek was afgetapt door de rijksrecherche. Offermanns, toen nog burgemeester van Meerssen, was kandidaat voor het burgemeesterschap van Roermond, Van Rey was adviseur van de sollicitatiecommissie.

De tekst maakt ondubbelzinnnig duidelijk dat Van Rey vertrouwelijke informatie gebruikte om Offermanns zo goed mogelijk voor te bereiden op het sollicitatiegesprek. Ik volsta met het slot van het gesprek, als het bijna satire wordt.

Van R.: „Nou, dan krijg je op een gegeven moment een (euh hmmm) driehoekje neergelegd.” O.: „Hmmmm.” (bevestigend). Van R.: „En in dat driehoekje, daarin staat de (euh), boven staat daar de voorzitter van de raad, dan staat linksonder voorzitter van het college en rechts…(onverstaanbaar) het rijksorgaan. Waar bevindt u zich? De meesten zeggen: middenin, dus.” O: (onverstaanbaar). Van R: „Maar je maakt natuurlijk de mooiste indruk als je zegt: tussen (euh) de raad en het college, hè, want de raad is de baas. Dus het gaat meer richting de raad.” O.: „Jaja, zeker.” Van R.: „Nou, burgervader, dat weet je natuurlijk wel. […] Oké, je wordt ook gevraagd naar de aanbeveling commissie Sorgdrager-Frissen over het primus-secundussysteem.” O.: „Oké.” Van R.: „Weet je daar iets van of niet?” O.: „Nee, dat moet ik even opzoeken.” […] Van R.: „Dan heb ik het meeste gehad.” O.: „Oké. Nou dan weet ik even voldoende, Jos.” Van R.: „Ja, en dan zien we elkaar woensdag. En dan ga ik ervan uit dat het allemaal goed gaat.” O.: „We wachten maar eens even af, goed jongen.”

In genoemde aflevering van WNL op zondag zei Van Rey over deze kwestie: „Ik hoop dat Ricardo Offermanns zo snel mogelijk wordt gerehabiliteerd. Wat die man is aangedaan, kan niet.”

Inmiddels is Offermanns veroordeeld tot een taakstraf van 120 uur wegens passieve ambtelijke corruptie. Hij gaat in beroep, maar ik vermoed dat hij weinig kans heeft, tenzij hij kan aantonen dat de stem op dat bandje van een imitator is.

„Ik ben niet corrupt, ik heb nooit steekpenningen aangenomen”, zei Van Rey ook nog in dat programma.

Exact dezelfde ontkenning hoorde ik deze week van de gewezen wielerbobo Hein Verbruggen in het nieuwe tv-programma Eén op één. Het is een programma waarin getracht wordt de waarheid via een vraaggesprek te achterhalen.

Aan de interviewers (Kockelmann, Jinek) zal het niet liggen, die zijn vaardig genoeg, ik vrees alleen dat de methode niet zo geschikt is. Misschien sprak Verbruggen de waarheid, misschien ook niet. Aan het einde van het programma waren we daarover niets wijzer geworden.