‘Humor is van levensbelang’

Ljoedmila Oelitskaja:‘Kan literatuur de samenleving veranderen? Het droevige antwoord is: nee.’ Foto Basso Cannarsa

‘Troost u zich niet met de onjuistheid van de tijd. Zijn morele onjuistheid maakt ons nog niet juist, zijn onmenselijkheid volstaat niet om, door het er niet mee eens te zijn, mens te zijn.’ Dat schreef Boris Pasternak op 9 juli 1952 aan Varlam Sjalamov, de auteur van Berichten uit Kolyma, die tijdens zijn jarenlange straf in de Goelag vooral bezig was met ‘mens blijven’. Ljoedmila Oelitskaja koos het citaat als motto voor haar nieuwe roman Een Russische geschiedenis. „Pasternak en Sjalamov waren slachtoffers van het zeer wrede systeem in ons land en realiseerden zich hoe groot de minachting was voor de menselijke waardigheid in onze samenleving”, stelt de schrijfster, een van de meest gelezen auteurs van Rusland, op zachte, weloverwogen toon aan haar werktafel.

Het sneeuwt in Moskou. Ik heb mijn bemodderde schoenen in het halletje achter de geluidwerende, gecapitonneerde voordeur mogen verruilen voor een paar gereedstaande slofjes. „We hebben geen zelfrespect”, vervolgt Oelitskaja. „En dat is essentieel: wie zichzelf respecteert, respecteert immers ook de ander. De Duitse Grondwet van na de Tweede Wereldoorlog schrijft voor dat ieder mens recht heeft op waardigheid. Deze is onschendbaar, schrijft ook de Europese Grondwet voor. In Rusland blijft het belang hiervan helaas nog steeds onderbelicht.”

In Een Russische geschiedenis neemt een leraar Russisch zijn drie beste leerlingen mee op literaire wandelingen door het Moskou van de jaren vijftig en laat ze dingen zien die niet in de schoolboekjes staan. Hij leidt ze naar ‘een ruimte waar de gedachte werkte, waar de vrijheid woonde, de muziek en allerhande kunsten’ die als tegengif dienden om de ‘walgelijke dingen van ons leven het hoofd te bieden’. De excursies aan de hand van de Russische klassiekers betekenen voor de drie hoofdpersonen in het boek het afscheid van hun kindertijd en een inwijding in de volwassenheid. Ze leren zelfstandig denken en ontwikkelen zich op eigen, onafhankelijke wijze. De een weigert het onrecht in de Sovjetmaatschappij te accepteren, de ander sluit compromissen met de KGB, de derde vertrekt naar het Westen.

Leraar

Oelitskaja heeft haar roman gebaseerd op levensverhalen van bekende en minder bekende dissidenten onder het voormalig Sovjetbewind. De bevlogen leraar Russisch die zijn leerlingen de vrije wereld laat zien, is gemodelleerd naar schrijver Joeli Daniël (1925-1988), legt ze uit. „Na zijn terugkeer uit de Tweede Wereldoorlog gaf Daniël Russische literatuur op een middelbare school. Hij publiceerde zijn werk, een grote aanklacht tegen het Sovjetregime, in de samizdat (ondergronds vermenigvuldigde en verspreide teksten) en in het buitenland. In 1966 werd hij veroordeeld voor anti-Sovjetpropaganda. Zijn oud-leerlingen bleven hem na zijn vrijlating niettemin zijn leven lang opzoeken.’’ Oelitskaja leerde Daniël in de jaren tachtig kennen tijdens theevisites bij hem thuis. „Een herseninfarct had zijn gezichtsvermogen en zijn geheugen aangetast. Uit angst je met een verkeerde naam aan te spreken, zei hij ‘dierbare vriend’, ‘oude makker’, of ‘lieve schat’. Tot het laatst wist hij zijn waardigheid te behouden.” Zelf had Oelitskaja niet het geluk van een goede leraar. Wel vond ze als puber een poëziebundel van Pasternak: „Zijn gedichten waren een openbaring, alsof de hemel openbrak en ik een enorme ruimte binnentrad. Het betekende mijn inwijding in de literatuur, het afscheid van mijn jeugd en het begin van mijn volwassen worden.”

Oelitskaja, van huis uit biologe en genetica, verloor haar baan op het lab wegens het overtypen en verspreiden van de destijds verboden roman Exodus van Leon Uris. Ze verwerkte haar ervaringen en die van anderen in de levensverhalen van de drie hoofdpersonen uit Een Russische geschiedenis. De enige die duidelijk herkenbaar is en onder haar eigen naam wordt opgevoerd is dichteres Natalja Gorbanevskaja. In augustus 1968 wandelde ze met haar kinderwagen over het Rode Plein om een spandoek tevoorschijn haalde met de tekst: ‘Handen af van Tsjechoslowakije’. Ze werd gearresteerd, veroordeeld en mishandeld in een van de beruchte psychiatrische inrichtingen. Oelitskaja was al jong bevriend met haar. „Ik móest haar wel bij de naam noemen. Iedereen kent haar. Het leven werd haar onmogelijk gemaakt en ze is in 1975 naar Parijs geëmigreerd.”

Oelitskaja treurt om de begin december onverwacht overleden Gorbanevskaja en memoreert haar gastvrijheid: „Natalja maakte de avond voor haar overlijden als altijd soep, gaf haar vrienden te eten, schreef in haar dagboek, ging naar bed, legde haar handen onder haar wangen en werd niet meer wakker.”

Haar karakter heeft ze deels ook in Micha, een van de drie hoofdpersonen, gelegd. „Hij heeft een goede baan maar kan geen onrecht accepteren. Dat betekent zijn ontslag, waarna hij politiek actief wordt door voor een literair blad te schrijven. Maar hij is onvoorzichtig en wordt gearresteerd. Micha is de enige die niet corrupt is, niemand verraadt, maar als de Sovjets hem dwingen een uitreisvisum naar het Westen te accepteren, voelt hij zich schuldig en gaat ten onder aan het onrecht dat hem wordt aangedaan.”

Met Een Russische geschiedenis, in Rusland verschenen in een gebonden uitgave en een pocketeditie in twee delen, heeft Oelitskaja, een monument voor de dissidentenbeweging opgericht, al zijn het geen heiligen. Ze liegen, bedriegen en verraden elkaar maar worden nergens veroordeeld op hun gedrag, hun wijze van ‘mens zijn’. Ze lacht met een blik van understatement: „Dat heeft me jaren gekost! De ideale, onfeilbare mens bestaat niet. De dertigers van nu beschuldigen mijn generatie van de huidige slechte staat van ons land. Wij zouden de Sovjet-Unie aan het wankelen hebben gebracht met als gevolg dat Rusland er slechter aan toe is dan voorheen. Dat kan ik niet accepteren, ik vond het mijn plicht over mijn generatie te schrijven. Iets meer begrip voor de aard van de angst van toen lijkt me op zijn plaats. De Sovjetmens was voor alles bang en zwaar gefrustreerd. We waren niet vrij, we werden bedreigd. We snakten naar menselijke waardigheid, naar zelfrespect, naar vrijheid. De innerlijke vrijheid van de jongeren van nu is te danken aan de generatie van de jaren zestig die dat proces is gestart.”

Abstracte kunst

Het creatieve element en niet de boodschap staat voorop in haar werk, vervolgt ze met een blik op de wanden, vol gehangen met abstracte kunst op papier. Maar voor Een Russische geschiedenis heeft ze een uitzondering gemaakt. Net als toen ze tijdens de anti-Poetinmanifestatie in maart 2012 in Moskou voorop liep en ze het proces tegen Pussy Riot bijwoonde. „Ik vond aanvankelijk dat ze hun protestactie beter buiten de kathedraal hadden kunnen houden. Maar ze bereikten hun doel en droegen de consequenties van hun daad. Daar heb ik respect voor. Ik ben schrijver, ik hou van protest met een origineel, grappig trekje. Onze humorloze, domme overheid begrijpt daar niets van.”

Angst maar ook humor zijn belangrijke elementen in Een Russische geschiedenis. „Humor is van levensbelang. Het bevrijdt je van de angst. De lach en de angst zijn twee onverenigbare grootheden, die komen nooit bij elkaar.”

Het is even stil. Ze kijkt naar de hoge toegangspoort van het karakteristieke Stalin-flatgebouw. „Ik hou van mijn land, ik hecht belang aan de toekomst, dus als ik de huidige opinie enigszins kan veranderen, zal ik dat doen.” Met een bescheiden budget van de Bibliotheek voor Buitenlandse Literatuur heeft ze de uitgave van zestien leerboeken voor middelbare scholieren samengesteld. „Als uitgangspunt voor de serie gold dat mensen verschillend kunnen zijn. We hebben daarom gekozen voor thema’s als een betere behandeling van buitenlanders, vrijheid van meningsuiting en homoseksualiteit.”

De minister van Cultuur weigert de boeken in iedere schoolbibliotheek te leggen. Vandaar de voor Russische begrippen teleurstellende oplage van zesduizend exemplaren. „We zijn erfelijk belast”, aldus de voormalige genetica. „De repressie in ons land gaat terug tot ver voor de Sovjettijd en dat vlak je niet zomaar uit. Het systeem verandert, maar intussen regeert er nog steeds iemand die onder het Sovjetbewind carrière heeft gemaakt. De Goelag Archipel van Solzjenitsyn is in ons land kennelijk slecht gelezen. Hoe is het anders te verklaren dat onze natie, die deze tragedie aan den lijve heeft ondervonden, iemand met een KGB-achtergrond tot president kiest? Dat is ook het antwoord op de vraag of literatuur iemands leven of een samenleving kan veranderen: nee. Een droevige conclusie. We bevinden ons in een foetusfase. Deze groeit, maar krijgt nog geen vorm, er is meer tijd nodig. En dan hoop ik in de toekomst op een regering die niet alleen voor het geld kiest, maar over enig moreel besef beschikt.”