Hoe overleef ik... als staatssecretaris?

OVERLEEFDE WEL: Fred Teeven (Justitie, VVD). Foto David van Dam

Frans Weekers gaf toe dat er fouten waren gemaakt. Bij burgers die onterecht geen toeslag hadden ontvangen. Bij frauderende Bulgaren die onterecht wel een toeslag hadden gekregen. Bij de Belastingtelefoon, die zelden bereikbaar was. En de staatssecretaris van Financiën moest stotterend bekennen dat hij zelf van dit alles niet goed op de hoogte was. In het debat met de Tweede Kamer dat hem woensdagavond tot aftreden dwong, raakte Weekers gaandeweg steeds verder verstrikt in de materie en verspeelde zijn toch al schaarse krediet bij de oppositie, zijn eigen VVD en zijn ambtenaren.

De affaires binnen de Belastingdienst zijn allemaal vervelend, maar genoeg bewindspersonen hielden bij vergelijkbare problemen wel stand. Opvallend genoeg zijn het in Rutte II niet de ministers, maar vooral de staatssecretarissen die stuntelen. Co Verdaas (Landbouw, PvdA) moest na ruim een maand vertrekken door verkeerd declaratiegedrag in zijn vorige baan als gedeputeerde. Wilma Mansveld (Spoor, PvdA) en Fred Teeven (Justitie, VVD) overleefden spannende confrontaties met de Kamer. En Jetta Klijnsma (Sociale Zaken, PvdA) heeft het permanent moeilijk. Toch konden zij, tot nu toe, blijven zitten.

Waarom sneuvelde Frans Weekers waar anderen standhouden? Drie overlevingstips voor bungelende bewindspersonen.

1. Weet waar je het over hebt

Hoe meer Weekers woensdagavond om feitelijke informatie werd gevraagd, hoe minder hij van het toeslagenprobleem en zijn eigen departement leek te begrijpen. Toen de staatssecretaris stond te stamelen, kreeg hij subtiel een briefje aangereikt van zijn ambtenaren. Weekers las het en zei dat het beter was als hij niet ging „improviseren”. Het werd pijnlijk duidelijk dat hij het dossier slecht kende, zich matig op het debat had voorbereid en zich niet uit de situatie kon redden.

Hoe anders deed partijgenoot Fred Teeven dat toen hij in april vorig jaar verantwoording af moest leggen voor de dood van de Russische asielzoeker Aleksandr Dolmatov, die was overleden in vreemdelingendetentie. Als de officier van justitie die hij voorheen was, had de staatssecretaris van Justitie alle details van de kwestie opgespoord. Hij kende de finesses van automatiseringssystemen en de exacte chronologie van wat er gebeurd was. Daarmee toonde hij de Kamer dat hij grip had op de materie en op zijn departement.

2. Speel het spel met de Kamer

Deemoed wil de Kamer. Een bewindspersoon die onder vuur komt, moet zich een beetje laten vernederen. Alle fouten van zijn ambtenaren zijn staatsrechtelijk immers zijn verantwoordelijkheid, dus hij moet door het stof: door alle schuld op zich te nemen, beterschap en volledige openheid te beloven, en de Kamerleden te allen tijden serieus te nemen.

Weekers gaf weliswaar fouten toe en roemde tot ongeloofwaardigheid aan toe de professionele organisatie die hij leidt, maar hij kon het niet laten aarzelend en laconiek op de kritiek te reageren. Zo beschuldigde hij Kamerleden ervan „met allerlei getallen te goochelen” en was hij niet ruimhartig genoeg in het beloven van onderzoeken en verbeteringen.

Wat Wilma Mansveld februari vorig jaar deed, was het andere uiterste. Toen was gebleken dat op haar ministerie een kritisch rapport over ProRail voor de Kamer was achtergehouden, kondigde ze niet alleen een onderzoek aan, maar zelfs „disciplinaire maatregelen” tegen de schuldigen op haar ministerie van Infrastructuur en Milieu. Dat bedreigde haar positie in de Kamer nog sterker, want die ambtenaren zou ze als bewindspersoon juist moeten afschermen. Haar werd als nieuweling vergeven waar Weekers niet meer mee weg zou zijn gekomen.

3. Bouw gezag en krediet op

De ene bewindspersoon kan zich nu eenmaal meer permitteren dan de andere. Door een sterk politiek profiel of aantoonbare successen uit het verleden bijvoorbeeld. Weekers mocht in 2010 staatssecretaris worden nadat hij als Tweede Kamerlid jarenlang loyaal Mark Rutte had gesteund, onder andere in diens strijd met Rita Verdonk. Maar hij bouwde niet het profiel op van crimefighter Teeven of Jetta ‘het sociale gezicht van de PvdA’ Klijnsma. Die kunnen binnen hun partij op onvoorwaardelijke steun rekenen.

Weekers kreeg als zelfbenoemd fraudebestrijder vorig jaar zelfs al een motie van wantrouwen te verwerken vanwege de zogenoemde Bulgarenfraude. Dat kostte hem veel gezag. Net als het uitlekken van interne frustraties van medewerkers van de Belastingdienst. En de reclamezuil die de van corruptie beschuldigde partijgenoot Jos van Rey tijdens de laatste verkiezingen aan hem cadeau deed. Ook het gestuntel in de Eerste Kamer, samen met Klijnsma, bij het verdedigen van de pensioenplannen eind vorig jaar, deed zijn reputatie geen goed.

Geleidelijk verspeelde Frans Weekers niet alleen zijn krediet bij de oppositie. Ook zijn eigen ambtenaren konden of wilden hem tijdens het debat niet meer redden met de informatie waar de Kamer om vroeg. En uiteindelijk liet ook zijn eigen VVD hem vallen.

In theorie heeft een bewindspersoon alleen de steun van de coalitie nodig, maar woensdag ontbrak het zelfs daar aan. Partijgenoot Helma Neppérus schoot hem niet één keer te hulp. Fractievoorzitter Halbe Zijlstra had zijn handen al van de staatssecretaris afgetrokken. En uiteindelijk zag ook premier Rutte in dat Weekers’ positie niet meer houdbaar was.