Handboek voor politicus onder vuur

Frans Weekers gaf toe dat er fouten waren gemaakt. Bij burgers die onterecht geen toeslag hadden ontvangen. Bij frauderende Bulgaren die onterecht wel een toeslag hadden gekregen. Bij de Belastingtelefoon, die zelden bereikbaar was. Bovendien moest de staatssecretaris van Financiën stotterend bekennen dat hij zelf van dit alles niet goed op de hoogte was. In het debat met de Tweede Kamer dat hem woensdagavond tot aftreden dwong, raakte Weekers gaandeweg het spoor bijster en verspeelde zijn toch al schaarse krediet bij de oppositie, zijn eigen VVD en zijn ambtenaren.

Leden van het kabinet zijn staatsrechtelijk verantwoordelijk voor alles wat er op hun ministerie gebeurt, maar ze kunnen onmogelijk overal grip op houden. Soms weegt de verantwoordelijkheid zo zwaar dat de positie van een minister of staatssecretaris onhoudbaar is, zoals bij de Schipholbrand of de IRT-affaire. Maar bij kleinere bedrijfsongevallen kan een bewindspersoon zich meestal redden. De affaires binnen de Belastingdienst zijn allemaal vervelend, maar niet van dien aard dat Weekers woensdag geen schijn van kans had.

Opvallend genoeg zijn het in Rutte II niet de ministers, maar vooral de staatssecretarissen die in opspraak raken. Co Verdaas (Landbouw, PvdA) moest na ruim een maand vertrekken door verkeerd declaratiegedrag in zijn vorige baan als gedeputeerde. Wilma Mansveld (Spoor, PvdA) en Fred Teeven (Justitie, VVD) overleefden spannende confrontaties met de Tweede Kamer. En Jetta Klijnsma (Sociale Zaken, PvdA) heeft het permanent moeilijk. Toch konden zij, tot nu toe, gewoon blijven zitten.

Waarom sneuvelde Frans Weekers waar anderen standhouden? Vier overlevingstips voor bewindspersonen in moeilijkheden.

1Weet waar je het over hebt

Hoe meer Weekers woensdagavond om feitelijke informatie werd gevraagd, hoe minder hij van het toeslagenprobleem en zijn eigen departement leek te begrijpen. Toen de staatssecretaris stond te stamelen, kreeg hij subtiel een briefje aangereikt van zijn ambtenaren. Weekers las het en zei dat het beter was als hij niet ging „improviseren”. Het werd pijnlijk duidelijk dat hij het dossier slecht kende, zich matig op het debat had voorbereid en zich niet spontaan uit de situatie kon redden.

Hoe anders deed partijgenoot Fred Teeven dat toen hij in april vorig jaar verantwoording af moest leggen voor de dood van de Russische asielzoeker Aleksandr Dolmatov, die zelfmoord had gepleegd in vreemdelingendetentie. Als de officier van justitie die hij voorheen was, had de staatssecretaris van Justitie alle details van de kwestie opgespoord. Teeven heeft bovendien een feilloos geheugen. Hij kende de finesses van automatiseringssystemen en de exacte chronologie van wat er met Dolmatov gebeurd was. Daarmee toonde Teeven de Tweede Kamer dat hij grip had op de materie en op zijn departement.

2 Speel het spel met de Kamer

Deemoed wil de Tweede Kamer. Een bewindspersoon die onder vuur komt, moet zich een beetje laten vernederen. Alle fouten van zijn ambtenaren zijn staatsrechtelijk immers zijn verantwoordelijkheid, dus hij moet door het stof: door alle schuld op zich te nemen, beterschap en volledige openheid te beloven, en de Kamerleden te allen tijde serieus te nemen.

Weekers gaf weliswaar fouten toe en bleef voor zijn ambtenaren staan, maar hij kon het niet laten aarzelend en laconiek op de kritiek te reageren. Zo beschuldigde hij Kamerleden ervan „met allerlei getallen te goochelen” en was hij niet ruimhartig genoeg in het beloven van onderzoeken en verbeteringen.

Wat Wilma Mansveld februari vorig jaar deed, was het andere uiterste. Toen was gebleken dat op haar ministerie een kritisch rapport over ProRail voor de Tweede Kamer was achtergehouden, kondigde ze niet alleen een onderzoek aan, maar zelfs „disciplinaire maatregelen” tegen de schuldigen op haar ministerie van Infrastructuur en Milieu. Dat bedreigde haar positie in de Kamer nog sterker, want die ambtenaren zou ze als bewindspersoon juist moeten afschermen. Haar werd als nieuweling vergeven waar Frans Weekers niet meer mee weg zou zijn gekomen.

3Wees van onbesproken gezag

Zodra er aan je integriteit wordt getwijfeld, ben je weg. Co Verdaas nam zelfs niet de moeite om zich in de Tweede Kamer te verdedigen toen een maand na zijn aantreden bekend werd dat hij in zijn vorige baan had gesjoemeld met declaraties.

Limburger Weekers heeft zich een diverse keren moeten verantwoorden voor zijn innige relatie met partijgenoot Jos van Rey, de man die hem naar Den Haag haalde en nu van corruptie wordt beschuldigd. Van Rey had Weekers tijdens de laatste verkiezingscampagne een reclamezuil van duizenden euro’s cadeau gedaan. De staatssecretaris had Van Rey geholpen bij het oplossen van een persoonlijke belastingkwestie. En er werden vragen gesteld over de verplaatsing van een belastingkantoor naar Roermond, waar Van Rey wethouder was. Dat waren toen nog geen redenen om het vertrouwen in hem op te zeggen, maar de akkefietjes werden niet vergeten.

4Bouw krediet en gezag op

De ene bewindspersoon kan zich nu eenmaal meer permitteren dan de andere. Door een sterk politiek profiel of aantoonbare successen uit het verleden bijvoorbeeld. Weekers mocht in 2010 staatssecretaris worden nadat hij als Tweede Kamerlid jarenlang loyaal Mark Rutte had gesteund, onder andere in diens strijd met Rita Verdonk. Maar hij bouwde niet het profiel op van crimefighter Teeven of Jetta ‘het sociale gezicht van de PvdA’ Klijnsma. Die kunnen binnen hun partijen op bijna onvoorwaardelijke steun rekenen.

Weekers, die van fraude bestrijden zijn voornaamste missie had gemaakt, kreeg vorig jaar al een motie van wantrouwen te verwerken vanwege de fraude met toeslagen door Bulgaren. Dat kostte hem veel gezag. Net als het uitlekken van interne frustraties van medewerkers van de Belastingdienst. En het gedoe met Jos van Rey. Ook het gestuntel in de Eerste Kamer, samen met Klijnsma, bij het verdedigen van de pensioenplannen eind vorig jaar, deed zijn reputatie geen goed. De incidenten stapelde zich op. Weekers werd gezien als de zwakste schakel in het kabinet, daar heeft de Tweede Kamer vaak weinig medelijden mee.

Geleidelijk verspeelde Frans Weekers niet alleen zijn krediet bij de oppositie. Ook zijn eigen ambtenaren konden of wilden hem tijdens het debat niet meer redden met de informatie waar de Tweede Kamer om vroeg. En uiteindelijk liet ook zijn eigen VVD hem vallen.

Weekers was misschien niet schuldig aan alle problemen waar hij verantwoordelijk voor was. Maar hij werd ook niet langer in staat geacht ze op te kunnen lossen.