NRC checkt: ‘Geweld tegen homo vooral door blanke man’ ‘Dus: dat het vaak gaat om Marokkanen is een mythe’

De aanleiding

‘Anti-homogeweld vooral door blanke man’, kopten onder andere De Telegraaf en het Algemeen Dagblad vorige week. Ze schreven dit naar aanleiding van het politierapport ‘Anti-homogeweld in Nederland’. Hieruit bleek dat 62 procent van de verdachten van geweld tegen homo’s alleen de Nederlandse nationaliteit heeft, en 17 procent de Marokkaanse nationaliteit (eventueel samen met de Nederlandse). „De oververtegenwoordiging van Marokkaanse jongens blijkt een mythe”, concludeerde Joop.nl. Deze stelling leidde tot commentaar op onder andere GeenStijl en De Dagelijkse Standaard, waar men deze conclusies in twijfel trok.

Waar is het op gebaseerd?

Het politierapport is gebaseerd op de aangiften van geweld tegen homo’s van 2009 tot en met 2013. Het ging om 769 incidenten. Van 379 van die incidenten waren verdachten bekend; in totaal ging het om 533 verdachten.

En, klopt het?

Op het eerste gezicht lijkt dit een makkelijke vraag. 62 procent van de verdachten heeft alleen een Nederlands paspoort, dus wordt anti-homogeweld voornamelijk door autochtonen gepleegd.

Maar klopt dit wel? Hoe komt het dan dat een onderzoek van de Universiteit van Amsterdam uit 2009 naar anti-homogeweld in Amsterdam de conclusie trok dat autochtonen en Marokkanen beiden 36 procent van de verdachten uitmaakten? Volgens socioloog Laurens Buijs, een van de onderzoekers van het UvA-rapport, ligt het aan de methodologie. De politie heeft alleen gekeken naar nationaliteit en geboorteland, terwijl de UvA-onderzoekers zo nauwkeurig mogelijk de etniciteit van de verdachten hebben getracht te achterhalen.

Tussen nationaliteit en etniciteit bestaat een belangrijk verschil. Een Nederlands paspoort betekent nog niet dat je autochtoon bent. Er zijn veel tweedegeneratieallochtonen die alleen een Nederlands paspoort hebben terwijl ze door het CBS nog wel tot de allochtonen worden gerekend – ze hebben immers minstens één ouder die in het buitenland is geboren.

Dat nationaliteit en etniciteit niet hetzelfde zijn, blijkt bijvoorbeeld als je kijkt naar het geboorteland van de verdachten. 5 procent van hen is in Suriname geboren. Onder hen zijn er blijkbaar zo weinig met een Surinaams paspoort, dat deze groep niet eens apart wordt genoemd bij de nationaliteiten. Zij tellen dus mee als Nederlanders.

Het CBS laat weten dat 45 procent van de allochtonen alleen een Nederlands paspoort heeft. Onder Marokkanen ligt dit percentage veel lager: van hen heeft slecht 4 procent alleen een Nederlands paspoort. In het geval van de Marokkanen is het verschil tussen nationaliteit en etniciteit dus minder groot.

Er is nog een andere reden waarom we deze cijfers voorzichtig moeten interpreteren. Van de slachtoffers van anti-homogeweld doet slechts een heel klein deel aangifte. Precieze cijfers ontbreken, maar volgens een onderzoek van EénVandaag uit 2006 deed 97 procent van de slachtoffers géén aangifte (overigens moeten we dit percentage met een korreltje zout nemen – het is moeilijk vast te stellen hoe vaak er geen aangifte wordt gedaan, zegt onderzoeker Laurens Buijs). Bij de delicten waarvan wel aangifte wordt gedaan, wordt slechts in de helft van de gevallen een dader gevonden.

Ten slotte moeten we nog checken of de oververtegenwoordiging van Marokkaanse jongens onder verdachten van anti-homogeweld inderdaad een mythe is. 17 procent van de verdachten had de Marokkaanse nationaliteit. Het totale percentage Marokkanen onder de verdachten kan nog iets hoger liggen, aangezien 4 procent van de Marokkanen alleen een Nederlands paspoort heeft. Van de bevolking is volgens het CBS 2 procent Marokkaans, dus er is wel degelijk – anders dan Joop.nl stelde – een oververtegenwoordiging van Marokkanen.

Conclusie

Autochtonen vormen inderdaad de grootste groep onder de verdachten van anti-homogeweld. Hun dominantie in de statistieken moet wel genuanceerd worden: veel mensen die door het CBS als allochtoon worden beschouwd, tellen in het politierapport mee als autochtoon omdat ze alleen een Nederlands paspoort hebben.

Dat anti-homogeweld vooral door blanke mannen wordt gepleegd, is in absolute zin waar (ze vormen de grootste groep), maar in relatieve zin niet: autochtonen vormen 79 procent van de Nederlandse bevolking en slechts 61 procent van de verdachten van anti-homogeweld. Dit deel van de stelling is dus half waar.

Dat de oververtegenwoordiging van Marokkaanse jongens een mythe is, klopt niet. Als je het aandeel Marokkanen onder de verdachten afzet tegen het percentage Marokkanen onder de bevolking, blijkt dat ze nog steeds oververtegenwoordigd zijn in de groep verdachten van anti-homogeweld. Dit deel van de stelling is dus onwaar.