Gelouterd Pussy Riot knokt door

Nadezjda Tolokonnikova (links) en Maria Aljochina in Amsterdam. „De tijd in de gevangenis was zwaar.” FOTO Olivier Middendorp

Ze zijn veranderd sinds ze twee jaar geleden in Moskou terechtstonden. En het is vooral hun blik die opvalt: de twee opstandige jonge meiden van vrouwenpunkgroep Pussy Riot, die met provocerende optredens tegen Poetin demonstreerden, zijn serieuze jonge vrouwen geworden. Sinds Nadezjda Tolokonnikova (24) en Maria Aljochina (25) in december onverwacht amnestie kregen, zijn ze zelfs internationale sterren op wereldtoernee. Na Singapore volgde Parijs, en na Amsterdam, waar ze minister Timmermans van Buitenlandse Zaken spreken en deelnemen aan een mensenrechtenfestival, gaan ze naar Dublin, Stockholm en New York. Daar treden ze op met Madonna, al zingen ze er niet. Want na bijna twee jaar strafkamp voor het houden van hun punkprotest in de Moskouse Christus-Verlosserkathedraal willen ze zich alleen nog inzetten voor de mensenrechten.

„We hebben in het kamp zoveel ellende gezien dat we onze ogen daar niet voor kunnen sluiten”, zegt Aljochina. Sinds hun vrijlating zet ze zich dan ook samen met Tolokonnikova in voor verbetering van de situatie in de Russische gevangenissen, waar de ingezetenen in mensonterende omstandigheden leven. „We zouden dolgraag een bezoek aan een Nederlandse gevangenis brengen, om die in ons eigen land als voorbeeld te stellen”, zegt Tolokonnikova.

Hun tijd in het strafkamp was zwaar, benadrukken ze. De gevangenisdirectie gedroeg zich uiterst onaangenaam. Aljochina: „Als je in een strafkolonie zit, voer je permanent oppositie. Dat is heel anders dan wanneer je gewoon de keus hebt om naar een demonstratie te gaan of niet. In het kamp zit je permanent op een protestplein.”

Volgens Aljochina en Tolokonnikova danken ze hun plotselinge vrijlating – ze hoefden nog maar twee maanden te zitten – slechts aan het feit dat Poetin zijn imago wilde verbeteren, toen in december in reactie op de toenemende repressie in Rusland tal van buitenlandse regeringsleiders afzegden voor de Olympische Spelen in Sotsji. „Hij heeft ons en Chodorkovski alleen daarom vrijgelaten”, zegt Tolokonnikova. „Maar de deelnemers aan het Bolotnaja-protest van mei 2012 – die vijf tot zes jaar gevangenisstraf kregen voor een vreedzaam protest, terwijl het de politie was die er het eerst op sloeg – zitten nog altijd vast. Ook zij zijn politieke gevangenen.”

Gevraagd of koning Willem-Alexander naar Sotsji moet, zegt Tolokonnikova:

„Het is jullie koning. Jullie moeten dat zelf beslissen. Maar alle Nederlanders die we tot nog toe gesproken hebben zijn tegen zijn bezoek. Dat zou aanleiding voor de koning en de hele delegatie moeten zijn om er nog eens goed over na te denken of ze wel moeten gaan. Het volk is tegen.”

Aljochina: „Anderzijds zou het goed zijn als die delegatie ziet hoeveel geld deze Olympische Spelen de Russische begroting en dus het Russische volk hebben gekost. Ook zijn er tal van woonhuizen verwoest. Daar zou de koning eens met Poetin over moeten praten.”

Net als in het Westen zijn de twee ook in Rusland sterren. „Iedereen wil met ons op de foto”, zegt Aljochina. En Tolokonnikova: „Op de staatstelevisie wordt gezegd dat het volk ons haat. Maar daar hebben we nog niets van gemerkt. Eerder voelen we ons door het volk gesteund. En dat is slecht nieuws voor de staat.”

Bang voor Poetin zijn ze niet. Aljochina: „Voor ons is het allemaal heel interessant wat er gebeurt”. Tolokonnikova vult haar aan: „Gevaarlijk is het in Rusland namelijk voor iedere gewone burger die zich met politiek bezighoudt.”