Eén vlokje sneeuw krijgt Amerika klein

De weg naar het Washington Monument (bijna onzichtbaar in de verte) is verlaten, Amerikanen blijven veilig binnen voor het winterweer. Foto AFP

De onmetelijkheid van Amerika boezemt ontzag in, en een klein beetje angst. Altijd als ik naar de westkust vlieg en de bergen, bossen en maïsvelden onder me zie wegglijden, denk ik: het land is te groot om echt te bevatten. Amerikanen voelen dat en zoeken krampachtig naar manieren om hun land klein en overzichtelijk te houden. „O, kom je uit [stad]? Ik ben eens in [stad 500 kilometer verderop] geweest!” Je dacht dat ze dat alleen bij Europeanen doen, maar onderling gaan de gesprekken precies zo.

Het is deze angst voor het onbedwingbare continent, denk ik, die Amerikanen zo geobsedeerd maakt met het weer. Dat is een bron van voortdurende angst. In Washington is het al weken ijskoud, en er ligt een mooi pak sneeuw. Dit heeft de stad en haar inwoners volkomen ontregeld. Na de eerste sneeuwvlokken kwam het openbare leven tot stilstand. Overheidsgebouwen sloten, de scholen gingen dicht, bijna niemand stapte de auto in. Wie wel ging rijden, deed dat stapvoets – veel gevaarlijker dan gewoon doorrijden. Ik dacht dat de buurtkinderen de lege straten zouden gebruiken als sleebaan, maar zag bijna geen kind buiten.

Na een paar dagen mochten de wanhopige ouders uit mijn buurt hun kinderen weer naar school sturen. De directrice van een preschool in Washington moest haar school sluiten van de lokale overheid, en verontschuldigde zich daarvoor. Ze komt uit de staat New York, dicht bij de Canadese grens, en laat graag merken dan ze in Washington maar watjes zijn. Obama, uit Chicago, klaagde hier in 2009 ook al over, toen de school van zijn dochters sloot. „Weet je waarom? Omdat er wat ijs ligt. In Chicago gaan de scholen nooit dicht.” Inmiddels zijn de scholen weer open. Nog altijd wordt er op basisscholen in de pauze niet buiten gespeeld. Een kind kan door een sneeuwbal worden geraakt.

Meteen na de eerste sneeuwvlok kwamen de apocalyptische bijnamen weer op, net als in 2010, tijdens de laatste sneeuwstorm: Snowmageddon, Snowcalypse. De officiële naam, Polar Vortex, bekt ook al zo lekker, zei komiek Stephen Colbert. Het klinkt nét een beetje wetenschappelijk, en nét een beetje griezelig. En misschien is die angst wel terecht. Een ijskoude noordenwind raast in de winter altijd ongestoord over de platte Midwest en kan soms stevig huishouden aan de oostkust. Woensdag werd de zuidelijke stad Atlanta overvallen door een sneeuwstorm, Leon genaamd. Auto’s stonden langer dan vijftien uur in de file, niemand wist zich raad met rijden door de sneeuw. Mensen verlieten hun auto en overnachtten in winkels. Anderen liepen kilometers langs de vluchtstrook naar huis. Er lag 6 centimeter sneeuw.

Amerikanen discussiëren overdag over American exceptionalism, het idee dat de VS inherent superieur zijn aan andere landen. Maar ’s avonds gaan snel de gordijnen dicht en The Weather Channel aan. Zou het weer ook andere landen zo fundamenteel ontwrichten? Amerika is een supermacht die tot stilstand komt door wat sneeuw.

Een paar jaar geleden praatte ik met Bernard Mergen, auteur van Weather Matters, over de Amerikaanse weerobsessie. Volgens Mergen kan een Amerikaan niet met de elementen in het reine komen. Hij wíl de wereld overheersen, maar krijgt maar geen vat op het weer. „Amerikanen willen het leven onder controle hebben.” Omdat het weer zich niet laat controleren, botsen ze tegen hun eigen onmacht op. „Die eigen onmacht fascineert hen mateloos.”

The Weather Channel is het venster op de boze buitenwereld. Mergen noemt het een soapkanaal, waar stormen en depressies een naam en een echt karakter krijgen („Leon was weer heel gemeen vandaag.”) De hele dag tonen kaarten wat er kán gebeuren, lekker griezelen! We kijken tv en wachten tot het gaat dooien – vermoedelijk einde van de week. Tot die tijd blijven we binnen, voor de zekerheid.