Column

Een dolletje met een islamitische strijder

Jihadisten met gevoel voor humor kom je in de media zelden tegen. Des te fascinerender was het interview van Nieuwsuur met de Nederlandse Syrië-ganger Yilmaz, een broodmagere jongen met een baard, een open gezicht en grote ogen, die van een onbekende locatie in Syrië rustig vertelde waarom hij ervoor gekozen heeft zich in de burgeroorlog te storten. „Je kan toch niet blijven toekijken hoe honderden, duizenden mensen worden afgeslacht? Hoe kan je nou thuis blijven zitten?”

Deze Yilmaz, die eigenlijk commando had willen worden, deed in Turkije zijn dienstplicht en was daarna beroepsmilitair in het Nederlandse leger. Nu is hij een van de vele buitenlandse vrijwilligers (7.000 volgens de baas van de Amerikaanse inlichtingendiensten) die meevechten in Syrië.

Yilmaz leidt andere strijders op. In Nieuwsuur was te zien hoe hij schietinstructie geeft, maar ook hoe hij via skype, met zijn machinegeweer en een familiezak M&M’s binnen handbereik, een wat lacherig gesprek voert met familie thuis. Hij klaagt wat over de kwaliteit van de verbinding in Syrië („We hebben hier Ziggo nodig, hahaha!”), en vraagt waarom zijn gesprekspartner thuis in de keuken zit, waarop die weer vraagt of Yilmaz zich in Syrië soms laat uitbetalen in M&M’s – kortom, een dolletje, ergens in een uithoek van het land dat onafwendbaar ten onder gaat in de chaos van een alles verwoestende burgeroorlog.

Na enige tijd zegt de interviewer: „Een serieuze vraag, die veel mensen thuis bezig houdt...” Waarop de Yilmaz de zin met een grote grijns afmaakt: „...ben je getrouwd?” Maar dan wordt hij weer serieus, en antwoordt hij op de échte vraag: of hij deel uit maakt van Al-Qaeda. Yilmaz geeft toe dat „de broeders van Al-Qaeda” zeker in Syrië meevechten, maar hij ontkent met enige omhaal van woorden uiteindelijk dat hij iets met ze te maken heeft. Hij wil graag het beeld rechtzetten dat in Nederland van Syrië-gangers bestaat, zegt hij, het beeld dat het allemaal geradicaliseerde, gestoorde en emotionele types zijn. Ook zouden we niet bang hoeven zijn dat hij kwaad in de zin heeft als hij ooit nog terugkomt naar Nederland. En trouwens: „Teruggaan is geen deel van ons perspectief. Nederland en Europa zijn een afgesloten hoofdstuk.” Helemaal overtuigend klinkt dat niet.

Wat deze uitzending van redacteuren Roozbeh Kaboly en Jan Eikelboom zo bijzonder maakt, is niet zozeer dat een voormalige Nederlandse militair bij de Syrische opstandelingen te zien is. Het is de persoon van Yilmaz, met zijn rustige bevlogenheid en vooral zijn alledaagse herkenbaarheid, die indruk maakt. Je zou in de tram zo een praatje met hem aanknopen. Je zou niet gek opkijken als hij bleek te werken in het bejaardenhuis van je tante.

De man heeft duidelijk talent voor media-optreden. In de beste propagandatraditie heeft hij foto’s van zichzelf met kleine kinderen op internet geplaatst. Maar ook een filmpje waarop hij glunderend met wapens en medestrijders achter in een pickup-truck zit, snel rijdend door een Syrisch landschap. De oorlogsromantiek spat er van af.

Gestoord, verbitterd of emotioneel lijkt deze Syrië-ganger niet. Wel naïef en verblind door zijn overtuiging. Hij wil de Syrische bevolking helpen, maar maakt zich er kennelijk geen zorgen over dat álle strijdende partijen in Syrië zich schuldig maken aan allerlei gruwelijkheden tegen burgers. En dat de gewapende bijdrage van hem en zijn medestrijders het vuur van de oorlog nog verder opstookt. Yilmaz wil de Syriërs helpen, zegt hij, en hij weet ook wat het beste voor ze is: een islamitische staat. Stel je voor dat je als Syriër niets van zulke extreme ideeën moet hebben, en je ziet die gemotiveerde Hollandse jongen die naar je land is gekomen om de fundamentalistische strijders een handje te helpen. Dan komt hij vast een stuk minder innemend over.