Debacle met Polare is geen verval van de leescultuur

Niet voor het eerst lijkt het einde nabij voor het boekhandelconcern Polare. Ondanks herstructureringen en naamsveranderingen weet het bedrijf zijn ambitie om een twintigtal megaboekhandels in Nederland succesvol te exploiteren niet waar te maken. Bij andere (dreigende) winkelfaillissementen, zoals bij de juweliersketen Siebel, is in de berichtgeving vooral sprake van bedrijfseconomische factoren. Geen mens beweert dat armbanden, ringen en horloges niet meer van deze tijd zijn, dat mensen elkaar tegenwoordig liever iPads, smartphones of andere gadgets cadeau doen. Maar in de commentaren over het dreigende faillissement van Polare heeft menigeen zijn cultuursociologische interpretatie klaar: het is afgelopen met de boekencultuur. De traditionele boekenmarkt zou met zijn laatste stuiptrekkingen bezig zijn. Voor zover mensen nog lezen zouden ze dat liever op een tablet of e-reader doen.

Zeker gaat er aantrekkingskracht uit van apocalyptische verhalen, maar wie de eigentijdse geschiedenis van boekhandel en uitgeverij in Nederland langer volgt, ontkomt niet aan waarnemingen die een ander verhaal vertellen. Het gaat om de volgende vier punten.

1Volgens een recent rapport van het Economisch Bureau Nederland van ABN Amro daalde sinds het begin van de economische crisis in 2008 het omzetvolume in de zogeheten non-food detailhandel met bijna 40 procent. Het boekenvak deed het minder slecht. Het omzetvolume in het algemene boek (zonder school- en studieboeken) daalde ‘slechts’ een kleine 20 procent. Niettemin is dat een forse aderlating. Boekhandels en ook uitgeverijen die deel uitmaken van een extern (door banken of investeringsmaatschappijen) gefinancierd concern hebben meer moeite om met een dergelijke realiteit mee te bewegen dan middelgrote en kleine zelfstandige bedrijven, die hun winst uit voorgaande jaren als buffer voor slechtere tijden kunnen gebruiken. De meeste Polarewinkels zouden als onafhankelijke boekhandel beter af zijn geweest.

2Het Nederlandse boekenvak wordt sinds decennia heen en weer geslingerd tussen tijden van concernvorming en tijden waarin diezelfde concerns in de problemen komen en weer in kleinere eenheden uiteenvallen. Noties als too big to fail worden telkens gelogenstraft. Eerder is het omgekeerde het geval. Sommige bedrijven zijn too big to succeed, aangezien ze voor hun investeringen en exploitatie een kredietbehoefte hebben die slechts op de kapitaalmarkt te bevredigen valt. Maar dan moeten ze ook gehoorzamen aan de wetten die daar gelden, vooral qua winstgevendheid. Dat zet de aloude ‘interne subsidiëring’ onder druk, waarmee boekhandels en uitgeverijen dankzij de vaste boekenprijs de winst op de ene activiteit gebruiken om andere, culturele waardevolle activiteiten mogelijk te maken. Bovendien trekt die grootschalige, kapitaalgeoriënteerde context het soort types aan die denken dat met hun avontuurlijke aanpak in het boekenvak in korte tijd veel geld te verdienen valt. Ze vergeten dat boekhandels en uitgeverijen er vaak lang over doen om een positie te bereiken, waarin alle inhoudelijke en bedrijfsmatige ambities tot een bepaalde hoogte zijn opgebouwd, zodat kwalitatieve criteria en een duurzaam commercieel model met elkaar in evenwicht zijn. De nieuwe eigenaren van Polare hadden daar het geduld of de belangstelling niet voor.

3In sommige commentaren over Polare wordt gesuggereerd dat consumenten de voorkeur geven aan e-books of dat men geen tijd meer wil besteden aan het lezen van ‘een heel boek’. Inderdaad is sprake van meer concurrentie dan ooit tevoren in het besteden van schaarse vrije tijd. Maar er zijn in 2013 toch nog altijd 41 miljoen algemene boeken verkocht. Het aandeel e-books in de omzet bedroeg slechts 3,2 procent. Na jaren van optimistisch gepraat van digitale goeroes ziet het er nog steeds niet naar uit dat Nederland massaal overstag gaat voor het digitale lezen, laat staan dat er op dit punt van een revolutie sprake zou zijn. Ook dit kan het acute probleem voor Polare dus niet zijn.

4Wat beslist een ongunstige achtergrondfactor is, is dat de overheden in dit land er alles aan lijken te doen om het openbare bibliotheekwerk te verminken. Bezuinigingen en beleidsmatige dwalingen verstoren het primaire proces van de openbare bibliotheek: het toegankelijk maken en overdragen van de geschreven cultuur. Gevoegd bij de toch al precaire positie van het lezen van boeken in primair en secundair onderwijs is dat een sluipende ondermijning van de intellectuele en culturele vooruitzichten voor toekomstige generaties. Maar het is onzin om te beweren dat de huidige problemen van Polare daardoor zijn veroorzaakt.

De conclusie is onontkoombaar dat het noodlot van Polare vooral te maken heeft met riskante financiële operaties en gebrek aan inhoudelijke vakkennis bij de nieuwe eigenaren. Het lijkt erop dat het businessmodel van een vele verdiepingen tellende mega-boekhandel, ondergebracht in één groot, door banken gefinancierd concern, niet langer houdbaar is. Totaalboekhandels zijn te vinden op het internet, maar in een fysieke winkel willen mensen geïnspireerd worden en door deskundige en attente boekverkopers worden geholpen. Daar heb je geen 3.000 vierkante meter voor nodig.

In een land waar zoveel mensen lezen en zoveel interessante boeken worden geschreven, moeten alle tussenpersonen die als bemiddelaar een boterham willen verdienen hun meerwaarde bewijzen. Slagen ze daar niet in, dan werkt de boekenmarkt als iedere andere markt: wie zijn schulden niet kan betalen ligt eruit. Dat is treurig voor de boekverkopers van Polare die hun eigenaren ook niet voor het uitkiezen hadden.

Even treurig is hoe in veel commentaren op het Polareverhaal een gretig soort anti-intellectueel enthousiasme te bespeuren valt, alsof het een onvermijdelijk cultuurverschijnsel is dat deze winkels omvallen. Er zijn in Nederland zo’n 1.500 boekhandels die dagelijks met hartstocht het tegendeel bewijzen.