‘De markt kan een ontketend beest zijn’

Minister Ploumen: „Als je iets vanuit overtuiging doet, kun je meer dan je denkt.” Foto Robin Utrecht

Op de Rai in Amsterdam is de Modefabriek, een halfjaarlijkse beurs waar veel Nederlandse modewinkeliers hun collecties inkopen, in volle gang. Lilianne Ploumen (51) wipt binnen voor een bliksembezoek. De PvdA-minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking wordt verwelkomd door Marieke Eyskoot, initiatiefnemer van Mint, een beursje voor duurzame mode dat voor de vijfde keer onderdeel uitmaakt van de Modefabriek, en Bahareh Panjeh Shahi, eigenaar van Kiss and Tell. Kiss and Tell – dat een stand heeft op Mint – is een duurzaam, in India geproduceerd modemerk, en een van de Nederlandse bedrijven die een duurzaamheidssubsidie van Ploumens ministerie hebben gekregen.

Na het interview zal Ploumen – haar en make-up cameraklaar, grijs jurkje, hoge hakken – een korte speech geven op Mint, waarin ze de duurzame modeondernemers een hart onder de riem steekt: „Door de brede aandacht voor duurzaamheid zet Nederland een duidelijke trend.” En: „Ik ben er trots op zoveel koplopers op deze beurs te zien. Jullie tonen ons land van de beste kant.”

U bent de eerste minister die zich zo vaak expliciet uitlaat over de mode-industrie. Waarom is dat zo’n speerpunt voor u?

„Dat drong zich op door de rampen in Bangladesh, en de reacties die ik daarover kreeg. Mensen realiseren zich nu dat dat goedkope T-shirt voor hun kind misschien onder verschrikkelijke omstandigheden is gemaakt. En de ongelukken die zijn gebeurd, hadden voorkomen kunnen worden. Als je iets kunt doen, moet je het ook doen.”

Nederland is natuurlijk een klein land. Wat voor rol spelen wij?

„Wij spelen een relatief grote rol. Nederland is samen met Bangladesh voorzitter van de werkgroep die alle inspanningen coördineert om de brand- en gebouwveiligheid in de sector te verbeteren. Ik heb mijn EU-collega’s opgeroepen om samen hieraan te werken. De Duitsers doen bijvoorbeeld al mee. En omdat wij al meer dan veertig jaar een relatie hebben met de overheid van Bangladesh, luistert men ook wel naar ons. Als je iets vanuit overtuiging doet, en als je volhoudt, kun je meer dan je denkt. Dankzij ons is er bijvoorbeeld een hotline, waar arbeiders terecht kunnen bij misstanden, en worden vakbondsmensen getraind.”

CoolCat heeft vorige maand eindelijk het akkoord voor brand- en gebouwveiligheid ondertekend. Wat betekent dat?

„Dat betekent heel veel. Het is een bindend, internationaal akkoord. De 146 bedrijven die hebben getekend nemen samen verantwoordelijkheid voor de fabrieken. Er worden onafhankelijke inspecteurs aangesteld, en de bedrijven zorgen er samen met de fabriekseigenaren voor dat verbeteringen worden doorgevoerd als dat nodig is. Hier horen ook financiële commitments bij.”

Hoe voorkomt u dat zulke merken toch niet via de achterdeur op onveilige plekken produceren?

„Dat valt niet uit te sluiten. Er zijn pas 200 van de 1.500 fabrieken gecontroleerd. Er zijn nog steeds sweatshops. We hebben een heel lange weg te gaan, maar ik ben blij dat we onderweg zijn. Het akkoord is juridisch bindend, de merken die hebben getekend moeten inzicht geven. Het is in ieders belang dat het wordt nageleefd.

„Amerikaanse bedrijven hebben ook een akkoord, maar dat is niet bindend. Alle bedrijven die het Europese convenant hebben getekend, verdienen een compliment.”

Daarvoor moest wel eerst een meeuw op zijn hoofd schijten, zoals Coolcat-eigenaar Roland Kahn het uitdrukte, nadat u in november via het AD naar buiten had gebracht dat hij het akkoord niet had ondertekend.

„Ach, mannen zeggen weleens wat.”

Kahn, ook eigenaar van America Today, M&S en Sapph, spande een kort geding tegen u aan. Afgelopen vrijdag sprak u met hem, dezelfde dag kwam een persbericht naar buiten waarin CoolCat niet alleen geprezen werd om het tekenen, maar ook onder meer vanwege een eigen code of conduct. De dagvaarding werd ingetrokken. Hoe verliep het gesprek?

„Constructief en op de toekomst gericht. Er was vanuit beide partijen behoefte aan.”

Wat stelt een eigen code of conduct van een bedrijf als CoolCat eigenlijk voor?

„Het is goed dat een bedrijf dat heeft, maar het is belangrijk dat werknemers ook bij een een onafhankelijke partij aan de bel kunnen trekken.”

CoolCat komt wel heel positief naar voren in het persbericht.

„Roland Kahn heeft ook zijn kant kunnen toelichten.”

Is het niet raar dat een minister onder druk van een kort geding zo’n persbericht verstuurt?

„Er was al contact tussen Buitenlandse Zaken en CoolCat voordat het geding speelde.”

Kahn was niet de enige die kritiek had op uw methode van naming and shaming, waarbij ook Prénatal en Wibra werden genoemd als bedrijven die ‘aan de verkeerde kant van de lijn’ zouden staan.

„Als het duidelijk is dat bijna een hele sector zich wil inzetten, dan mag je best alle bedrijven oproepen om te tekenen. Van de drie bedrijven die ik heb genoemd, heeft alleen Wibra dat nog niet gedaan.”

Het minimumloon in Bangladesh is onlangs verhoogd van 28 naar 50 euro. Ik begreep dat dat eigenlijk weinig oplost, omdat bijvoorbeeld huren meteen zijn verhoogd.

„Belangrijker is dat niet alle fabrieken dat loon uitbetalen. De mensen op de Nederlandse ambassade zetten zich daar erg voor in. Maar het is duidelijk dat de hele sector in beweging is, nu de fabriekseigenaren worden aangepakt.

„Het is overigens niet nieuw dat geprobeerd wordt iets aan de problemen te doen. Het is wel voor het eerst dat er voortdurend druk ligt op zowel de fabriekseigenaren als de overheid van Bangladesh; onze mensen ter plekke hebben elke maand overleg met beide partijen. Dat moeten we volhouden. Als je een half jaar achterover leunt, zijn we weer terug bij af.”

Bangladesh heeft een heel gunstig invoertarief voor Europa. De VS hadden dat ook, maar hebben het als strafmaatregel losgelaten.

„Ja, maar niet dat voor textiel. Het was wel een strafmaatregel.”

Ziet u Europa dat ook doen als er te weinig verandert?

„Eurocommissaris De Gucht (Handel) heeft een aantal maanden geleden gezegd dat dat wel een mogelijkheid is. Voor Bangladesh zou dat tamelijk dramatisch zijn.

„De politieke situatie in Bangladesh is erg onrustig op het moment, en het rekruteren van inspecteurs loopt vertraging op. Soms kunnen de inspecteurs de fabrieken ook niet bereiken omdat er grootscheepse stakingen zijn. Dat ontslaat de overheid niet van de plicht om te zorgen dat die mensen hun werk veilig kunnen doen.”

Modemerken kunnen natuurlijk altijd uitwijken naar een ander lage-lonenland, als het te lastig wordt.

„Je wilt natuurlijk niet dat het een race to the bottom wordt. In Bangladesh is de situatie natuurlijk heel schrijnend, maar de misstanden komen ook op andere plekken voor. In India, China. In Cambodja is net een staking neergeslagen.

„Birma is een land dat nu ook vaak wordt genoemd als het gaat om goedkope productie. Een onderdeel van het akkoord in Bangladesh is dat als er problemen zijn in een fabriek, en die voor een tijdje gesloten moet worden, bedrijven verplicht zijn nog twee jaar af te nemen van die fabriek. Dus ze kunnen niet zomaar weg.”

Hoe vaak bent u zelf in Bangladesh geweest?

„Twee keer, als minister een keer.”

Schrok u?

„Ja, van het amateurisme in sommige fabrieken. Ik was in een fabriek die in grote haast uit de grond was gestampt door een een man die twee jaar daarvoor nog op de grote vaart zat en een graantje wilde meepikken van de booming textielindustrie. Hij wist van toeten noch blazen. Veel te kleine werkplekken, rommelig productieproces, gebrekkige veiligheidsmaatregelen. „Het is ook erg als je ziet hoeveel uren mensen moeten draaien om dat ene stikseltje aan een T-shirt te maken. Terwijl die vrouwen toch zeggen dat het beter is dan op het land werken. Maar ik heb ook fabrieken gezien die aan alle Nederlandse arbo-eisen zouden voldoen, en die hadden een gevulde orderportefeuille. Dus het kan wel. ”

Een ander probleem van de mode-industrie is het gebrek aan duurzaamheid.

„Ik ben daar optimistisch over. Er zijn op dat gebied ook veel problemen; veel vrouwen moeten bijvoorbeeld verven zonder handschoenen. Maar ook daar wordt hard aan gewerkt.”

Ik doelde ook op fast fashion: het snelle kledingconsumptiepatroon in het Westen, dat ervoor zorgt dat in lagelonenlanden steeds meer, sneller en goedkoper geproduceerd moet worden en in het Westen de kleding steeds gemakkelijker weggegooid. Goed beschouwd de oorzaak van veel problemen in Bangladesh.

„Dat is iets dat door de markt moet worden opgelost. De markt kan een ontketend beest zijn, maar heeft ook een corrigerende werking. Je ziet dat er de laatste maanden veel aandacht is voor duurzaamheid. In Nederland zijn relatief veel duurzame merken.”

Nog steeds opent Primark ook hier de ene na de andere vestiging. Zoveel besef is er niet.

„Ik vind het belangrijk dat goedkope kleding onder fatsoenlijke omstandigheden worden gemaakt. Primark heeft het akkoord overigens ondertekend. Hema, C&A en H&M ook, en zij gebruiken bovendien veel biologische katoen. Nog steeds is het marktsegment voor duurzame kleding niet heel groot, maar wel veel groter dan tien jaar geleden.”

Wat draagt u zelf?

„Eigenlijk alleen Nederlandse merken. Ik ben de minister van Handel, dus als ik naar het buitenland ga, wil ik dat iedereen zegt: ‘Oh, wat een leuke jurk.’ Dan kan ik zeggen dat ie uit Nederland komt. Deze jurk is van Kiss and Tell, maar ik draag ook LaDress, en tweedehands kleding.”

Duurzame modemerken kiezen er dikwijls voor om weer in Europa te produceren.

„De werkgelegenheid in Europa gaat me aan het hart. Maar mode is een wereldwijde industrie. Er werken vier miljoen mensen, vooral vrouwen, in de textielindustrie in Bangladesh. Het is onze verantwoordelijk dat ze hun banen kunnen houden en op een fatsoenlijke manier werken. Er zijn overigens veel duurzame merken die wel in Azië produceren.”

Wat is uw volgende stap?

„Eind 2014 moet de overheid in Bangladesh 800 inspecteurs hebben benoemd, dat is nu belangrijk. We letten ook op andere landen. In juni heb ik gesproken met vertegenwoordigers uit de textielsector van Birma. We moeten voorkomen dat dat land dezelfde lange weg moet afleggen als Bangladesh.”