De maand van de vorstelijke bijslaap

Een maîtresse heeft meer kans op culinaire hulde dan een wettige echtgenote. In het bijzonder geldt het voor de maîtresses van de Franse koningen in de 18e eeuw. Chefs vernoemden maar al te graag hun creaties naar de favoriete maîtresse van de koning.

Madame du Barry was na het overlijden van madame de Pompadour de favoriete maîtresse van Lodewijk XV. De vreugde die zij eraan beleefde was niet onverdeeld groot door de machtspolitiek, naijver en intriges aan het hof. Desondanks vertroetelde ze Lodewijk niet alleen culinair maar zorgde ze ook dat hij immer was voorzien van vers vrouwelijk schoon. Geen wonder dat Lodewijk in 1774 bezweek. Madame Du Barry eindigde in 1793 onder de guillotine. Maar haar naam leeft voort, in gerechten met bloemkool.

Vele bloemkoolsoepen dragen de naam Dubarry, maar ook quiches en de ons nog steeds zo vertrouwde gegratineerde bloemkool met kaassaus.

Kook de bloemkoolroosjes in licht gezouten water beetgaar. Giet ze af en laat ze in 70 gram gesmolten boter – madame du Barry zal niet graatmager zijn geweest - een kwartier zachtjes stoven. Keer ze halverwege. Verwarm de oven voor op 200 graden.

Smelt ondertussen 30 gram boter een zware steelpan. Roer met een houten pollepel de bloem erdoor en laat het mengsel al roerende twee minuten zachtjes pruttelen. Giet er in drie delen de melk bij, roer na elke toevoeging het mengsel glad. Laat de saus nog 2 minuten zachtjes koken, blijf roeren. Meng er van het vuur af 100 gram kaas door. Breng de saus op smaak met peper en wat nootmuskaat.

Schik de roosjes met de steeltjes naar beneden in een ovenvaste schaal. Bestrooi ze met kervel en overgiet ze met de saus. Bestrooi ze met de rest van de geraspte kaas. Gratineer de bloemkool goudbruin in ongeveer een kwartier in de hete oven. Het is weinig meer dan bloemkool met een papje, maar wel een vorstelijk papje.