De hete pen van de commissaris

Foto thinkstock

Met de brief, zo weten we al sinds de roman Les Liaisons Dangereuses (1782) demonstreren schrijvers hoe sterk de menselijke neiging is om woorden voor de werkelijkheid aan te zien. Het zal iets met de intimiteit van dat een-op-een van schrijver en lezende ontvanger te maken hebben.

Een nieuw voorbeeld hiervan is te vinden in Koude Oorlog aan de IJssel, een mooi uitgegeven brievenboek van zkv-man (zeer korte verhaal) A.L. Snijders en schrijver Erik Harteveld. In deze ‘roman in brieven’ wordt Pieter Kottier, een Nederlandse jongeman aan het begin in de jaren vijftig door brieven verleid door de Russische Klazina. Bij aanvang van de correspondentie zijn de twee nog vreemden voor elkaar. Zij is een weduwe, hij een ingenieur die in Overijssel aan de aanleg van de IJssellinie werkt, een bouwwerk dat het Westen moet beschermen bij een eventuele inval van de Sovjets.

De kern van het boek is door Harteveld geschreven. De brieven van Snijders aan het eind van het boek zijn in feite meer een nawoord, of misschien is het woord ‘commentaar’ hier beter op z’n plek, bij de door Harteveld neergezette liefdesgeschiedenis van Pieter en Klazina. Zoals Snijders zijn eigen zinnen van oudsher al ‘koud’ tegen elkaar aan zet, zo staat zijn bijdrage aan dit boek koud aan tegen die van Harteveld.

Hartevelds deel steekt slim en ontroerend in elkaar en is goed gedocumenteerd, waardoor het tijdvak en de cultuurverschillen helder naar voren komen. Pieter, een goedzak die uit Voskuils Bij nader inzien lijkt te zijn weggelopen, heeft niet door dat de brieven niet door Klazina zijn geschreven, maar door een Sovjet-commissaris met een vernuftige, hete pen. Die probeert bij Pieter informatie los te weken over de IJssellinie. Harteveld zal er iets mee hebben willen zeggen over de propagandamachinerie van de Sovjets, bij wie het woord immers ook zelden door de realiteit werd geruggesteund.

En toch, verdomd, ontvouwt zich voor het lezersoog wel degelijk een liefdesgeschiedenis, en geen geschiedenis van list en bedrog. Klazina bestáát, en hoewel ze de autoriteiten toestemming verleende om uit haar naam een nietsvermoedende Hollander om de tuin te leiden, krijgt ze Pieters brieven wél te lezen, en begint ze langzaam maar zeker voor hem te vallen.

Er klinkt hierdoor iets zeer hoopvols in het boek door, iets van liefde die sterker is dan de boze wil van een, en dat is heel belangrijk, tijdelijk systeem. Zoetsappig en naïef? Zeker, maar Harteveld krijgt het sentiment dat ermee gepaard gaat je hoofd in, wat het boek iets heroïsch en origineels geeft.

En al weet de lezer van Koude Oorlog aan de IJssel vanaf de eerste pagina’s dat Pieter er met boter en suiker ingaat, toch ga je in zijn verliefdheid mee. Je kan Pieter niet eens ongelijk geven wanneer hij halsoverkop de trein pakt naar de USSR. Je geeft je in zoverre gewonnen dat je net als hij geen stootblok wilt zijn waar de fictie tegen tot stilstand komt, en stemt stilzwijgend in met de woorden van Sovjet-agitator Parchomov: ‘Wat geloofd wordt, is waar.’