Bod te laag, Bol blijft onverkocht

Man met hoge baret, geschilderd door Ferdinand Bol, rond 1642. Foto: museum Gouda

Het schilderij ‘Man met hoge baret’, jarenlang het topstuk van Museum Gouda, heeft gisteren op een veiling van Christie’s in New York de minimumprijs niet gehaald. Het werk blijft daardoor vooralsnog onverkocht. Het veilinghuis had het schilderij van Ferdinand Bol (1616-1680) in haar marketingmateriaal aangeduid als een van de hoogtepunten van de veiling.

In januari van het vorige jaar moest het museum in Gouda het werk afstaan aan de erven van de gebroeders Jonathan en Nathan Katz, twee joodse kunsthandelaren die de oorlog overleefden door een schilderij van Rembrandt te verruilen voor uitreisvisa, voor henzelf en twintig familieleden.

De in totaal 21 erfgenamen eisten 189 kunstwerken van de Nederlandse overheid, maar de commissie die de regering bindende adviezen verstrekt over restitutieverzoeken, oordeelde dat alleen dit werk van Ferdinand Bol (1616-1680) terug moest. Van de overige werken konden de erven Katz niet overtuigend genoeg aantonen dat de handelaren Katz ze in de oorlog onvrijwillig hadden verkocht.

De erven brachten Bols ‘Man met de hoge baret’ naar de veiling, zo verklaarden ze, om de juridische strijd met de Nederlandse overheid te kunnen voortzetten.

Christie’s verwachtte dat het schilderij, dat Bol rond 1642 heeft geschilderd, ongeveer 2 miljoen dollar zou opleveren. Als ondergrens hanteerde het veilinghuis 1,5 miljoen dollar. Dat bedrag bleken bieders er niet voor over te hebben.

Directeur van Museum Gouda, Gerard Kleijn is daar hoogst verbaasd over. „Het is een topstuk. Het schilderij was niet alleen erg belangrijk voor ons, maar ook voor de collectie Nederland.” Het museum heeft „het geld niet” om het werk terug te kopen, zegt Kleijn. „Maar wellicht zijn er fondsen voor wie het schilderij nu binnen bereik komt. Dan gaat het in ieder geval niet verloren voor Nederland.”