Wie weet wie wat schreef? 12 Alles van waarde is weerloos 1 Denkend aan Holland zie ik breede rivieren traag door oneindig laagland gaan 2 Alles is veel voor wie niet veel verwacht 6 Een nieuwe lente en een nieuw geluid 4 Voor wie ik liefheb, wil ik heten 3 Wij waren achttien in getal 11 Maar jonge sla in september, net geplant, slap nog, in vochtige bedjes, nee. 13 Ik ben een God in ’t diepst van mijn gedachten 8 Als je goed om je heen kijkt zie je dat alles gekleurd is 7 Alleen in mijn gedichten kan ik wonen 5 Ik ken de droefenis van copyrettes, van holle mannen met vergeelde kranten, bebrilde moeders met verhuisberichten 10 wullah, poetry poet, let mi takki you 1 ding 9 Ik ben de blauwbilgorgel, Mijn vader was een porgel, Mijn moeder was een porulan, Daar komen vreemde kind’ren van. Raban! Raban! Raban! 14 Dit is de spin Sebastiaan. Het is niet goed met hem gegaan.