Vredesduif, een riskant beroep

Vaak verloopt het teloorgaan van vredesduiven geruisloos buiten beeld. Foto Thinkstock

Vanaf het pauselijk balkon losgelaten vredesduiven werden afgelopen zondag direct aangevallen door een geelpootmeeuw en een bonte kraai, nauwe verwanten van onze zilvermeeuw en zwarte kraai. Ze werden gegrepen en kwamen weer los, maar met onbekende afloop. De fanatiek nagezeten vredeverkondigers vluchtten hals over kop, nog wat dwarrelende veertjes achterlatend boven de menigte. Het voorspelt weinig goeds over te verwachten vrede in Oekraïne, waar de dieren voor vlogen.

De beelden staan in een inmiddels rijke traditie. Het is goedbeschouwd een wonder dat er nog vredesduiven bestáán. Ze hebben een riskant beroep. Een klassieker in het genre staat velen nog op het netvlies gebrand. Bij de opening van de Olympische Spelen in Seoul, 1988, kwam een massa vredesduiven harmonie afkondigen. In het stadion kozen ze de rustigste zitplaats. Hoog, en ver van het publiek: de mantel van de brander voor de Olympische vlam – die ontstoken werd. De halve wereld zat voor de tv te hopen dat een atleet met fakkel ze even zou waarschuwen, maar nee. Swoesj, sommige vredebrengers zag je nog achterover tuimelen in het verzengende vuur.

Bij kleinere operaties vergaat het de duiven ook niet goed. Neem het vredesfeest in Afghanistan, september 2009. Die hoopvolle plechtigheid heeft zoals we weten haar uitwerking niet gemist, maar de beelden waren toch raar. Iedereen kon zien dat de vogel in de eerder te harde of warme handen van een hoogwaardigheidsbekleder wijlen was – een ex-duif, in het idioom van Monty Python. Alsof er niets aan de hand was, wierp de man het dier het publiek in. Klont.

Dat negeren van een evident slechte afloop van een mooie daad is een groot talent van mensen – het is het gebáár dat telt. Voor het lot, of voor opperwezens die blijkbaar makkelijk te bedonderen zijn. Zo is er een filmpje van een Russische plechtigheid uit de sovjettijd waarbij geüniformeerde kinderen eindelijk die ene vredesduif los kunnen laten die ze al die tijd omklemden. Hoog in de lucht geworpen, stort het roerloze dier hard ter aarde, op het plaveisel van het plein. Voor iedereen zichtbaar, maar het protocol vereist dat de vogel vreugdevol wordt uitgezwaaid, en dat gebeurt dan ook. Zo staat een plein vol mensen een volstrekt denkbeeldige duif in het zwerk na te kijken en uit te wuiven. Het zou dus niet moeten verbazen als 80 procent van de aanwezigen op het Pietersplein niets bijzonders geregistreerd heeft.

Veel vaker verloopt het teloorgaan van deze vogels geruisloos buiten beeld. Als vredesduif gefokte tortels of lachduiven vliegen beroerd, en zijn niet zulke navigatiekunstenaars als de postduif. Ook als ‘liefdesduiven’ worden ze massaal verbruikt, bij op Amerikaanse leest geschoeide bruiloften. Zulke verhongerende zwerfduiven maken geen schijn van kans tegenover roofvogels, katten of auto’s. Meeuwen en kraaiachtigen zijn niet zulke eters van volwassen vogels, maar ze herkennen een makkelijke hap als ze die toegeworpen krijgen. Deze paus maakte aanschouwelijk wat eigenlijk vaak de afloop is voor de vredesduif.

Er is nog geen man overboord. Want ook als alles goed gaat, is het effect van de losgelaten vredesduif aanvechtbaar. De eerste grootse loslating die met destijds moderne media werd uitgebuit? Opening Olympische Spelen 1936, Berlijn.