Taxiritje

De fiets was kwijt/gestolen en dus verplaatste ik me een paar keer met de taxi, vaak van het bedrijf TCA. De chauffeurs van die organisatie maakten op z’n zachtst gezegd een ongelukkige indruk. Oorzaak waren de geringe verdiensten. Dat lag overal aan, behalve aan henzelf. Sterker nog: ze hadden een verplichte interne cursus gevolgd waarbij

De fiets was kwijt/gestolen en dus verplaatste ik me een paar keer met de taxi, vaak van het bedrijf TCA. De chauffeurs van die organisatie maakten op z’n zachtst gezegd een ongelukkige indruk. Oorzaak waren de geringe verdiensten. Dat lag overal aan, behalve aan henzelf. Sterker nog: ze hadden een verplichte interne cursus gevolgd waarbij ‘service aan de klant’ veel aandacht kreeg. „Lekker ruiken, normaal doen, niet omrijden en schone kleren aan”, zo vatte een chauffeur het geleerde samen. Even later schreeuwde hij me in het gezicht dat ik de letters TCA gerust als een keurmerk mocht beschouwen. Voor ons schoot een meisje door een rood licht.

Na het afrekenen schoot de taxi weg, met mijn mobiele telefoon nog op het dashboard

„Ik rem niet”, klonk het naast me.

Even later: „Mis, jammer.”

Amsterdamse humor.

Gisteren trof ik een chauffeur die al 26 jaar in het vak zat. In elk oor een gouden oorbel en een stropdas met gele beertjes. Onderweg stopten we bij Texaco, want ook een taxi moest wel eens tanken. Hij kwam terug met het nieuwtje dat bijna al zijn collega’s over de vrouw met die bril achter de kassa daar waren geweest.

„Je zou het niet zeggen, maar het is wel zo.”

De rit verliep gezellig, ik mocht raden hoeveel ritten hij die dag had gehad.

Twee, en dat was inclusief meneertje koekepeertje!

Na het afrekenen schoot de taxi weg, met mijn mobiele telefoon nog op het dashboard. Met de telefoon van de vriendin belde ik tien minuten later de serviceafdeling van TCA. Eerst een 2 toetsen, dan een 6 en daarna twintig minuten in de wacht.

Vanaf het uitgeprinte bonnetje las ik het taxinummer voor aan ‘de centralist’.

„Meneer is van de weg, die zit al in z’n privacy.” Ik vroeg wanneer ze meneer weer konden storen. Dat was onbekend.

„Of weet u niet wat privéleven is?”

Als hij mij was zou hij een gevondenvoorwerpenformuliertje op de website invullen.

Ik vroeg zijn naam. „Piet.”

En verder? „Nummer 36.”

Een half uur later probeerde ik het nog een keer. Als je de ‘1’ van ‘taxi bestellen’ indrukte, kreeg je Piet/nummer 36 sneller aan de lijn. Hij wilde niets doen en hij ging niets doen, maar ik kon wel een klachtenformuliertje downloaden, dan gingen ze daar de volgende dag ook naar kijken. En verder had ik die telefoon natuurlijk zelf laten liggen. Wat ze bij TCA niet konden, konden ze bij de politie Amsterdam-Amstelland tot mijn verbazing wel: de chauffeur bellen.

De chauffeur stond in een beige joggingbroek op de stoep voor zijn flat op me te wachten. Verontwaardigd omdat ik met de politie had gebeld. De telefoon kwam uit de joggingbroek met de mededeling dat het een geluk was dat ik een taxi van TCA had genomen, zoals bekend een keurmerk.