Slopers uit het paradijs

Een bidsprinkhaankreeftje van de soort Lysiosquillina sulcata zit verstopt onder het zand [1]. Hij wacht op een prooi. Tot die dichtbij is. Dan schiet de spitse voorpoot van het kreeftje razendsnel naar voren [2]; zo probeert hij de prooi te spiezen. Dat lukt niet altijd. In dit geval komt het blauwe visje met de schrik vrij [3]. Soms is het wel raak, zoals helemaal rechts [4]. Een koraaljuffertje is het slachtoffer. Foto’s Roy L. Caldwell/Science. Fotomontage NRC fotodienst

Ze zien er adembenemend uit, met de meest fantastische kleurencombinaties. Maar vergis je niet. Bidsprinkhaankreeftjes kunnen ook buitengemeen agressief zijn. Vooral de soorten met de keiharde en razendsnelle hamerklauwen. Aquariumliefhebbers waarschuwen er op internet voor. Pas op voor deze slopers. Voordat je het weet hebben ze je aquariumglas kapotgeslagen.

Hanne Thoen (30) heeft alleen maar bewondering voor de bidsprinkhaankreeftjes. Sinds drie jaar doet de Noorse promotieonderzoek aan deze tropische ongewervelden. „Het zijn verbijsterende dieren, met zoveel rare eigenschappen”, schrijft ze in een e-mail. Ze heeft net ontdekt dat de kreeftjes een in het dierenrijk uniek systeem hebben om kleuren te zien. Afgelopen vrijdag publiceerde ze erover in het wetenschappelijk tijdschrift Science, samen met drie collega’s. Daarover straks meer.

Eerst Thoen zelf. Ze heeft het gevoel dat ze in het paradijs terecht is gekomen, schrijft ze. Ze heeft mariene biologie gestudeerd in het vaak bewolkte en regenachtige Oslo. Nu zit ze aan de andere kant van de wereld. Ze werkt aan de universiteit van Brisbane, Australië. Veel van haar onderzoek doet ze zo’n duizend kilometer verder, op Lizard Island, onderdeel van de Great Barrier Reef. „Het is heerlijk om er te duiken en te snorkelen”, schrijft ze: wit zandstrand, turkoois water, en een ondiep koraalrif bevolkt door duizenden kleurrijke vissen, zeekatten, kreeftjes, anemonen. „Het moet wel een van de mooiste plekken op aarde zijn.”

In Australië komen 140 soorten bidsprinkhaankreeftjes voor. Je krijgt ze niet vaak te zien, schrijft Thoen, want veel soorten verstoppen zich onder het zand, wachtend op prooi. Of ze hebben zich teruggetrokken in hun holletje. Onderling ruziën ze vaak om de beste plekken.

Als je de bidsprinkhaankreeftjes indeelt op basis van hun voorpoten zijn er twee varianten, schrijft Thoen. „The smashers and the spearers.” Vertaald: de beukers en de spiezers. Vooral de beukers, met hun hamerklauwen, zijn agressief. Ze slopen slakkenhuisjes, mosselen, krabbenpantsers. Een vis die niet uitkijkt krijgt een ram op zijn kop en wordt, verdoofd, aan stukken gescheurd. „Als je twee beukers samen in een waterbak zet, eindigt het er meestal mee dat de een de ander doodt.”

Eerder hebben Amerikaanse onderzoekers de snelheid en kracht gemeten van de beukersoort Odontodactylus scyllarus. Geen dier mept zo hard en snel, ontdekten ze anderhalf jaar geleden. Vanuit stilstand kunnen de klauwtjes met een maximale snelheid van 83 kilometer per uur naar voren knallen. En niet één keer, maar duizenden keren. Want de klauwtjes hebben een speciale samenstelling waardoor ze extreem klapbestendig zijn. Aan de buitenkant zit een dun, maar hard laagje van hydroxyapatiet, het mineraal waaruit onze tanden en botten bestaan. Daaronder ligt chitine, het hoofdbestanddeel van pantsers van kreeftachtigen, dat als een soort schokdemper fungeert.

Nu terug naar die speciale ogen.

Ze zitten op een kort steeltje. Midden in de ogen loopt een band. In dat gedeelte concentreren zich de kleurgevoelige cellen. Bekend was al dat die cellen twaalf basiskleuren kunnen onderscheiden. Daarom was het idee dat bidsprinkhaankreeftjes veel beter kunnen zien dan bijvoorbeeld de mens. De kegeltjes in het menselijk netvlies zijn gevoelig voor maar drie basiskleuren, blauw, groen en rood. Maar zoals een drukker met slechts een paar soorten kleureninkt een rijk palet kan drukken, zo kunnen mensen met hun ‘beperkte’ kleurenzicht ook een totaalbeeld vormen met eindeloos veel kleurenvariaties. Bidsprinkhaankreeften blijken die complexe verwerking te missen, heeft Thoen nu aangetoond. De dieren kunnen helemaal niet zo goed zien. Ze onderzocht het bij een soort die betrekkelijk klein en verrassend bleek is, Haptosquilla trispinosa. De soort kan bijvoorbeeld nog wel puur geel en oranje herkennen, maar schakeringen daartussen niet. Ook met kleuren tussen blauw en groen hebben ze moeite.

Hoe de kreeft de informatie van zijn kleurgevoelige cellen verwerkt, is nog niet bekend. Wel is duidelijk dat de kreeftjes hun oogjes langzaam op en neer bewegen, en zo hun omgeving letterlijk scannen.

Heeft Thoen eigenlijk een favoriete bidsprinkhaankreeft? Niet echt, schrijft ze. „Ze hebben allemaal een verschillende persoonlijkheid. Sommige zijn echt gek en agressief, andere zijn vooral nieuwsgierig en interactief. Ik hou van ze allemaal.”