Prenten van straatventers in Westfries Museum

Leonard Bramer, Mosterd

Je hoort het hem roepen: ‘seef, seef’. Een zeventiende-eeuwse tekening toont een man met een ontzagwekkende hoeveelheid houten zeven op zijn rug. Uit zijn opengesperde mond rollen de woorden die onderaan het blad zijn geschreven. Van zulke straatkreten van venters, stadsomroepers en kwakzalvers moeten de steden destijds vol zijn geweest. De tekening maakt deel uit 66 bladen van de Delftse schilder Leonard Bramer (1596-1674), uit de Leidse Universiteitsbibliotheek. De serie wordt nu voor het eerst in haar geheel aan het publiek getoond in het Westfries Museum.

Alle bladen hebben een opschrift met het beroep of de bezigheid van de uitgebeelde persoon, of de manier waarop deze de waar aanprijst. ‘Hebdi wat te kuipen’ vraagt de man die tonnen maakt. De pamflettenverkoper brengt ‘wat wonders wat nieuwes’ aan de man, en met ‘sabbetje soet, vers en goed’ prijst de vissersvrouw twee manden vol haring aan.

Dergelijke series verschenen in de zestiende en zeventiende eeuw meestal als prentenreeksen. Of Bramers tekeningen ook bedoeld zijn geweest als ontwerpen voor een gedrukte versie is onbekend, maar de stijl waarin ze zijn uitgevoerd wijst daar niet op. De aantrekkelijke tekeningen zijn gemaakt op blauw papier in een schetsmatige stijl met nerveuze lijnen.

In een geval heeft de kunstenaar een grapje toegevoegd dat alleen met een uniek werk kan. De barbier scheert een elegante jongeman, die belachelijk wordt gemaakt als een flapje papier op de tekeningen wordt opgetild. Onder het hoofd van de klant verschijnt dan een schaapskop.

Bramer heeft lang in Italië gewerkt en die ervaring wordt soms zichtbaar. De achtergronden van zijn tekeningen bevatten meestal gebouwen in onbestemde Nederlandse steden, maar soms zuidelijke fantasiearchitectuur, zoals een klassieke zuilenstelling of een renaissancetempel.

Over dergelijke aspecten van de tekeningen zwijgt deze nogal eenzijdige expositie. De ingenieuze app op de iPad die de bezoeker te leen krijgt geeft vooral informatie over de uitgebeelde ambachten en beroepen.

Leonard Bramer zelf moet met zijn eigen beroepskeuze wel content zijn geweest. Terwijl de andere tekeningen noeste arbeid toont, is in het blad getiteld ‘Schilder’ alleen een assistent in de achtergrond van het atelier druk bezig. De kunstenaar zelf, in wie een zelfportret van Bramer vermoed kan worden, zit aan zijn ezel, prinsheerlijk een pijpje te roken.