Plunder, roof en handel

Death, debt and disaster. Dat zijn de drie grote oorzaken die kunst op de markt brengen. Maar oorlog en plundering zijn een nog grotere factor dan dood, scheiding en rampen. In de Tweede Wereldoorlog is veel kunst geroofd. Dit zorgt juridisch en ethisch nog altijd voor problemen en nieuws.

De verzameling die de bejaarde Duitser Cornelius Gurlitt in zijn appartement koesterde, is zo’n zaak. In België bleken deze week honderden door de nazi’s van Joden en anderen geroofde schilderijen in musea te hangen, zonder dat iemand ooit serieus onderzoek naar de afkomst had gedaan. In Nederland hebben we de zaak-Goudstikker gehad, over een in 1940 gestorven Joodse kunsthandelaar wiens erven uiteindelijk pas in 2006 een deel van zijn collectie terugkregen. Op morele gronden, niet omdat de overheid zich juridisch verplicht achtte.

Roofkunst van de nazi’s loopt het meest in het oog, maar ook de Romeinen versleepten al het nodige. De Spanjaarden namen ooit de Tuin der lusten van Jeroen Bosch uit Brussel mee naar Madrid. Napoleons legers bevrijdden schitterende kunst uit kloosters en na de Russische Revolutie raakten rijke Russen hun collecties kwijt. Nog voor Hitler kunst die hem niet aanstond liet veilen in Zwitserland, verkochten de Russen kunstschatten uit de Hermitage aan rijke Amerikanen.

Ook in koloniale verhoudingen is veel misgegaan. De plundering van het Zomerpaleis van de Chinese keizer bracht veel fraais op de westerse markt. Griekenland wil zijn Elgin Marbles terug. Moderne failed states en conflicten als nu in Afrika en de Arabische wereld zijn een kans voor de illegale kunsthandel en voor verzamelaars zonder scrupules.

Omdat het laatste woord daarover nog lang niet is gezegd, geven we in deze special van het Cultureel Supplement een overzicht van roofkunst in al haar aspecten. De nieuwe film Monuments Men, over de legereenheid die na 1945 geroofde kunst probeert terug te bezorgen bij de eigenaren, zal de aandacht voor roofkunst verder aanwakkeren.