Oppositie vergroot greep op Rutte II

Frans Weekers, opgestapt wegens gebrek aan bestuurlijke vaardigheid, stapt na het Kamerdebat in zijn dienstauto. Foto David van Dam

Oppositiepartijen die soms meeregeren en, ook soms, een staatssecretaris naar huis sturen.

Het kabinet-Rutte II opereert door zijn samenwerking met de ‘constructieve drie’ (‘C3’: D66, ChristenUnie, SGP) op onbekend staatsrechtelijk terrein, en gisteravond werd duidelijk waartoe dit toverballenverbond kan leiden: twee kleine christelijke partijen – samen acht zetels – die de facto staatssecretaris van Financiën Frans Weekers tot aftreden dwongen. Onvoorspelbaarheid als nieuwe werkelijkheid.

Weekers gaf „gebrek aan draagvlak” in de Tweede Kamer aan als motief om zijn portefeuille ter beschikking te stellen. Dit na een debat over het toeslagenstelsel waarin hij het ene zwakke moment aan het andere reeg.

Zo verspeelde hij de welwillende houding waarmee de coalitiefracties én de oppositiepartijen ChristenUnie en SGP aan het debat begonnen.

D66 had vorig jaar mei in het eerste debat over het toeslagensysteem, toen het ging om de zogenoemde Bulgarenfraude, het vertrouwen in de staatssecretaris al opgezegd.

Destijds bestond de C3 nog niet, en was de steun van CU en SGP – de enige twee oppositiepartijen die hem toen het voordeel van de twijfel gunden – voor Weekers genoeg om in functie te blijven.

VVD en PvdA kozen er gisteren voor de staatssecretaris te steunen, al was het niet volmondig. Dus formeel waren het in Weekers’ ogen alleen CU en SGP die de staatssecretaris zijn draagvlak ontnamen: het type onvoorspelbare wending dat hoort bij een coalitie die zelf niet weet in welke werkelijkheid ze eigenlijk leeft.

Maar naast deze formele werkelijkheid gebeurde gisteren iets anders. Een verschijnsel dat zich sinds het vertrek in 1999 van minister Hayo Apotheker, kortstondig minister van Landbouw in Paars II, niet meer voordeed: een bewindspersoon die werd afgeserveerd wegens openbare incompetentie.

Formeel staatsrechtelijke bezwaren (de Tweede Kamer onjuist of onvolledig inlichten) vormen al jaren het handigste alibi om bewindslieden weg te sturen. Gisteren niet.

Nadat informeel vanuit alle fracties – inclusief de VVD – klachten kwamen over Weekers’ zwakke optreden, was het Carola Schouten (CU) die in het debat, dus zeer openbaar, vaststelde dat de Tweede Kamer zo weinig vertrouwen in Weekers’ competentie had dat hij „onder curatele” was gesteld. Daarmee was het verhaal voor de Limburgse VVD’er definitief uit: weggestuurd wegens gebrek aan bestuurlijke vaardigheid.

Eerste reacties wezen er vanochtend niet op dat Weekers’ vertrek tot serieus sfeerbederf in de coalitie leidt. Maar feit is dat, in het algemeen, competentie een politiek gevaarlijk criterium is om het aanblijven van bewindspersonen mee te toetsen.

Ook de PvdA beschikt over enkele staatssecretarissen wier bestuurlijke kwaliteiten niet onbetwist zijn (Klijnsma, Mansveld), dus de gang van zaken van gisteren creëert daarmee een coalitierisico op termijn.

Tegelijk werd gisteren duidelijk dat de VVD en PvdA er de voorkeur aan geven de Weekers-crisis klein te houden. Geen geklaag bij de VVD over gebrek aan loyaliteit bij de PvdA. En daarop volgend een voorzichtig opereren bij het zoeken naar een opvolger voor Weekers. Graag alles in goed overleg.

Maar het toverballenverbond blijft een samenwerking die aan zichzelf moet wennen, en zelfs de keuze van een opvolger is zodoende geen uitgemaakte zaak meer. Vanzelfsprekend is het initiatief aan de VVD, de partij die Weekers leverde. Maar hebben de C3 zeggenschap over de keuze van de opvolger?

Opnieuw onbekend terrein. Typerend genoeg moesten ze bij één van deze partijen vanochtend even natrekken of ze zich hiermee moesten bemoeien. Antwoord na overleg: liever niet.