‘Op toneel geef ik alles wat ik heb’

Lies Pauwels speelt zichzelf (of niet?) in de monoloog ‘White Lies’ van Rob de Graaf Foto Fred Debrock

Zij is actrice, en spéélt een actrice. Allebei zijn ze Vlaams, 45 en voluptueus. In de monoloog White Lies van Rob de Graaf legt Lies Pauwels zogenaamd haar ziel bloot bij een auditie voor Lars von Trier. Wat ze vertelt lijkt persoonlijk, maar is het niet. Die spanning tussen waarheid en leugen blijft het hele stuk voelbaar.

Dat is precies wat Pauwels (Gent, 1968) met de solo beoogt. „Eerder speelde ik een monoloog van Herman Brusselmans met de thematiek: identiteit, presentatie, wat is waar en wat niet? Daarna wilde ik door op dat thema, maar nu met Rob de Graaf, die ik ontmoette toen ik in het door hem geschreven Freetown van Dood Paard speelde. Ik bewonder hem als auteur, en herken veel persoonlijke besognes in zijn teksten.”

De Graaf baseerde White Lies op persoonlijke gesprekken die hij met de actrice had. „Maar hij heeft mijn levensverhaal niet één op één naar toneel vertaald. Vaak inspireerde iets hem zijdelings. Van mijn angst voor vuur als kind heeft hij een anekdote over een brandende school gemaakt. Mijn fascinatie voor Von Trier en hoe die acteurs als speelbal schijnt te behandelen, leidde tot de auditiesetting, en een passage over de vrijheid versus de onderwerping.” Lacht: „Ik denk dat Rob wel vindt dat veel over mij gaat, maar zelf herken ik dat moeilijk terug. Er zit ook veel van Rob in. Die vrouw lijkt uit twee generaties afkomstig.”

Centraal in de tekst staan narcisme en egocentrisme, vrijheid versus verantwoordelijkheid, hoe moeilijk het is om oprecht te leven, de vraag hoe je jezelf neerzet, de rol die je speelt. „En als je het over narcisme wilt hebben, is een actrice natuurlijk een voor de hand liggend personage.”

Maar de thematiek is breder: „Kijk naar de hevige emoties die mensen via YouTube de wereld in slingeren. Is dat biecht? Therapie? Als ik mijn autobiografie moet aanboren om het over zulke zaken te hebben, ga ik dat niet uit de weg. En natuurlijk eigen ik mij het personage toe. Het is míjn energie, míjn kwetsbaarheid. Als actrice probeer ik transparant te zijn. Dat komt door mijn opvoeding in het improvisatietoneel, waarbij je ook altijd je hele persoonlijkheid inzet.”

Toen Pauwels zich voor Dood Paard in Freetown voor het eerst aan lange lappen tekst waagde, vond ze dat „doodeng”. „Daarvoor waren het altijd wat tekstregels, verdeeld over acht acteurs.” Maar het was een hit: Pauwels won de Colombina voor beste bijrol. „Misschien omdat ik besloot dezelfde vrijheid te nemen als ik bij het improvisatietoneel gewend ben. Ik wil niet te veel vastleggen en probeer op toneel zo open mogelijk te zijn. Toneelspelen moet genereus zijn. Dat ben ik in White Lies zelfs nog meer. Een heel uur lang geef ik alles wat ik in huis heb.”