Museum voor overzee gestolen schatten

De ‘Tuin der Lusten’ van Jheronimus Bosch (1480-1490) hangt nu in het Prado en werd ooit door Alva als oorlogsbuit meegenomen uit Brussel

‘Waar is het?” moet de hertog van Alva hebben gekvraagd toen hij in 1567 het paleis van Nassau in Brussel confisqueerde. ‘Het’ is het schilderij Tuin der Lusten, dat ook toen al gold als het beste werk van Jheronimus Bosch (1450-1516). Alva liet een huismeester van stadhouder Willem de Zwijger maandenlang martelen om achter de verblijfplaats van het drieluik te komen. Elk bot in zijn lichaam werd gebroken.

Eind 2015 opent in het Noordbrabants Museum in Den Bosch een grote tentoonstelling over de naar deze stad vernoemde schilder. In Den Bosch zelf is geen enkel origineel werk van Jheronimus Bosch te zien. Ook in de rest van Nederland zijn nauwelijks Boschen te vinden. Alleen Museum Boijmans Van Beuningen bezit er vier. De rest van de 30 à 40 werken die nu aan hem toegeschreven worden, is sinds de zestiende eeuw over de wereld verspreid geraakt, van Washington tot Wenen. De grootste collectie werken van Bosch is in Madrid te zien. De Spaanse koning Philips II was een hartstochtelijk liefhebber van de schilder; er hing zelfs werk van de ‘duivelskunstenaar’ in zijn slaapkamer. Het Prado heeft werken. Voor het eerst komen er in 2015 weer een paar terug naar Nederland. Nog niet bekend is welke schilderijen het zijn. Zeker is wel, dat Bosch’ beroemdste werk, de Tuin der Lusten, niet uitgeleend zal worden. Dat is nog nooit gebeurd.

Het drieluik is waarschijnlijk bij Bosch besteld door een graaf van Nassau. Door vererving is het in bezit van stadhouder Willem van Oranje gekomen. Het drieluik hing prominent in het paleis van Nassau in Brussel. Maar toen de hertog van Alva daar kwam zoeken, was het verstopt.

De Tuin der Lusten was oorlogsbuit. Maar campagne om het schilderij naar Nederland terug te krijgen is nooit gevoerd. De Tuin der Lusten is niet de Elgin Marbles of de Nefertiti van Nederland. Je zou misschien ook hier het argument kunnen gebruiken dat vaak wordt aangewend om die Griekse en Egyptische iconen in Londen of Berlijn te houden: daar zijn ze veiliger. Alva kwam naar Nederland tijdens de Beeldenstorm, waarbij in ieder geval één schilderij van Bosch, in een kerk in Gent, werd vernield. De schilderijen van Bosch die in de kathedraal in zijn eigen stad te zien waren, werden voor de Beeldenstorm Den Bosch bereikte in veiligheid gebracht, maar waar die werken daarna zijn gebleven, weet niemand. Misschien is het gewoon te lang geleden, of werd toen nog anders over oorlogsbuit gedacht. En ‘wij’ hebben de door Piet Hein op de Spanjaarden veroverde Zilvervloot ook niet teruggegeven.

Getrokken sabel

Die gedachten waren in ieder geval anders geworden in 1815. Toen haalde de directeur van het pas opgerichte Rijks Museum, Cornelis Apostool, 127 schilderijen terug uit het Louvre, die acht jaar eerder door de Fransen in beslag waren genomen, samen met duizenden andere kunstwerken en natuurhistorische verzamelingen. De Fransen brachten de mooiste kunstschatten van heel Europa naar Parijs, waar het Louvre werd ingericht als Musée central, dat niet veel later Musée Napoleon begon te heten. Alle Nederlandse dingen die de Fransen in 1795 meenamen waren daarvoor nog geen eigendom van de staat geweest, maar net als de Tuin der Lusten weer van een stadhouder, Willem V. Diens verzameling werd tentoongesteld in een speciaal daarvoor gebouwde Galerij aan het Buitenhof in Den Haag. Ook nu ging het om beroemde schilderijen, waaronder werk van Rembrandt, Jan Steen, Holbein, Breughel en Rubens. Apostool kreeg ze niet zonder slag of stoot mee. Vooral Potters Stier was zo geliefd bij de Parijzenaars dat dit grote doek alleen onder militaire begeleiding en met getrokken sabel het Louvre kon worden uitgedragen, zoals Gijs van der Ham schrijft in 200 jaar Rijksmuseum.

‘Napoleon’s Legacy’ heet nu het verschijnsel dat de plundering van kunstschatten door de Fransen in bijna alle beroofde Europese landen heeft bijgedragen aan de oprichting van een Nationaal Museum. In Nederland ligt het iets ingewikkelder: behalve het Rijksmuseum in Amsterdam kwam er ook een museum in Den Haag, het Mauritshuis, waar de door de Fransen geroofde schilderijen terechtkwamen.

Apostool heeft ook niet alle schilderijen terug weten te halen, sommige werden door de Fransen niet in het Musée Napoleon tentoongesteld, maar naar de provincie gestuurd en zijn daar uit het zicht van de Nederlanders verdwenen.

Lombokschat

Vooral in de negentiende eeuw werd de Nederlandse staat zelf een plunderaar, niet in Europa, maar in de koloniën in Oost en West. Exemplarisch is het verhaal van de Lombokschat. Deze schat was oorlogsbuit, van een vergeten oorlog om opium van Nederland tegen de radja van Lombok. Daarbij werden gouden munten, juwelen en andere kunstvoorwerpen meegenomen. Soms werden ze met hand en al afgehakt. Voor een deel is de buit uit Lombok in Nederland omgesmolten. Een ander deel werd tentoongesteld, vooral in het Museum voor Volkenkunde in Leiden. In 1977 is ongeveer de helft van de schat teruggegeven aan Indonesië. Moet de andere helft ook terug?

Schrijver Ewald Vanvugt pleit al jaren voor een Europees Museum van Overzee gestolen Schatten, in Amsterdam, een soort globale pendant van het Musée Napoleon, met als verschil dat de dingen die Napoleon roofde – althans in Europa – bijna allemaal zijn teruggegeven en veel van de overzeese spullen nog hier zijn. De herkomst van de stukken zou in dit museum niet verdoezeld worden, maar juist uit de doeken worden gedaan.

Zulke openheid zou eigenlijk voor alle roofkunst die niet meer wordt teruggegeven moeten gelden. Het Prado zou over de herkomst van de Tuin der Lusten bijvoorbeeld ook het hele verhaal kunnen vertellen. De beschrijving van de herkomst van het beroemde drieluik van ‘El Bosco’ is in Madrid niet volledig. Philips II kocht het op een veiling van het bezit van een onwettige zoon van de hertog van Alva, staat er op de website van het museum. Maar hoe die er weer aan kwam, blijft onvermeld.