Hoe de Russische elite vleugels gaf aan de strijd van Pussy Riot

foto ap

‘De gevangenis is niet de slechtste plaats voor iemand die nadenkt”, zegt Nadja (voluit: Nadezjda Tolokonnikova). Ze zit in een getraliede kooi en praat met de pers. Het is zomer 2012. Tot haar eigen verbazing bevindt de voorvrouw van Pussy Riot zich oog in oog met een peloton fotografen. Een enerverende rechtszaak is begonnen, die voor Nadja en medeactivist Maria zal uitmonden in twee jaar gevangenisstraf.

Welk ideaal drijft deze vrouwen? In 2007 begint Nadja op 18-jarige leeftijd een studie filosofie aan de Universiteit van Moskou. Zij sluit zich aan bij het avant-gardistische kunstcollectief Voina (oorlog) en doet – hoogzwanger – mee aan een publieke orgie in het Moskouse biologiemuseum. Geïnspireerd door feministische theorieën richt zij in 2011 Pussy Riot op: een groep van ‘performance artists’, verenigd door afkeer van Poetins Rusland.

Pussy Riot trekt ten strijde tegen de overheersing van mannen in de Russische cultuur, het verbod op ‘niet-traditionele seksuele relaties’ en archaïsche opvattingen over de rolpatronen van mannen en vrouwen. „In Rusland overheerst nog altijd het eeuwenoude stereotype dat vrouwen hun kinderen alleen opvoeden, zonder hulp van hun man. De Russisch-orthodoxe kerk en Poetin cultiveren dat beeld”, vertelt Nadja aan Der Spiegel.

Bij die feministische kritiek hoort een brede, links georiënteerde agenda: veroordeling van mensenrechtenschendingen, verzet tegen het inperken van de vrijheid van meningsuiting en van vereniging. Naar westerse begrippen zijn die idealen niet zo vernieuwend, maar voor Russische begrippen is de boodschap van Pussy Riot radicaal en hun presentatie is revolutionair.

En de oppositie van Pussy Riot gaat verder dan de strijd tegen de politieke elite rondom Poetin. De maatschappelijke verandering die zij voorstaan, is ook gericht tegen de macht van grote bedrijven en de ongeremde consumptiecultuur. „We zijn deel van een mondiale antikapitalistische beweging, die bestaat uit anarchisten, trotskisten en feministen”, laat Nadja vanuit gevangenschap optekenen.

Uit het Westen klinken bezorgde stemmen. Zijn we met onze steun aan Pussy Riot te voortvarend geweest? Zijn deze anti-kapitalisten, behalve anti-Poetin, niet ook anti-westers?

Als gedetineerde van IK-14, een voormalige Goelag-gevangenis in de Russische deelrepubliek Mordovië, voert Nadja een briefwisseling met de Sloveense filosoof Slavoj Zizek. De inhoud, volledig gepubliceerd in het Duitse Philosophie Magazin, geeft een uniek inzicht in de revolutionaire wortels van haar verzet. De voedingsbodem is een diep gevoelde wens tot maatschappijverandering, zonder utopisch vergezicht. ‘Wij zijn de kinderen van Dionysus, die rondzeilen in een ton en geen enkele autoriteit erkennen. Wij bieden geen ultieme waarheid: onze missie is te bevragen’.

Anti-westers is haar visie niet: ‘Vrijheid vormt het centrum van onze ideologie, en ons concept van vrijheid is een westers concept’.

Opvallend is dat Nadja, schrijvend vanuit de naaifabriek waar zij moet werken, geenszins onderdoet voor ‘theoriepaus’ Zizek. Terwijl Zizek informeert naar de condities van haar gevangenschap, legt zij zich geheel toe op hun discussie over de beteugeling van het kapitalisme. Met meer persoonlijke details waren haar brieven waarschijnlijk niet door de gevangeniscensuur heen gekomen – die condities zijn namelijk erbarmelijk. In de naaifabriek maakt Nadya werkdagen van 07.30 uur ’s ochtends tot 00.30 uur ’s nachts; ze mag blij zijn met vier uur slaap. Aan collectief badkamerbezoek probeert zij zich te onttrekken, uit afkeer van de vernederingen die ze daar moet ondergaan.

In september 2013 lukt het Nadja een aanklacht tegen de omstandigheden van haar gevangenschap naar buiten te smokkelen, die via The Guardian in veel media verschijnt (waaronder nrc.next). Uit protest tegen de slaafse behandeling van ingezetenen gaat ze in hongerstaking. Ze wordt overplaatst naar een ander kamp. Drie maanden later is zij, evenals medestander Maria, weer op vrije voeten.

Pussy Riot bestaat niet langer. De protestkunstenaars hebben hun bivakmutsen afgezet, om hun gezichten te laten zien als politiek activisten. Hun nieuwe missie: vechten voor de mensenrechten van Russische gedetineerden. Van marginale protestkunstenaars zijn zij uitgegroeid tot internationaal bekende, mediagenieke dissidenten.