Gouden tijden voor malafide antiquairs

De Egyptische archeoloog Monica Hanna in Abu Sir Al Malaq: „Je ziet honden spelen met menselijke botten. Het is heel macaber.” Foto Shawn Baldwin

Essam al-Sakkat, een 36-jarige slager uit de stad Malawi in Opper-Egypte, was nietsvermoedend naar de afspraak in Giza vertrokken in september vorig jaar. Hij dacht dat hij eindelijk een koper had gevonden voor de kunstvoorwerpen die hij in augustus had gestolen uit het museum van Malawi.

Maar de koper bleek een undercover politieman te zijn. Die liet Al-Sakkat alle dertien stukken in zijn bezit tentoonspreiden alvorens hij hem arresteerde. In de buit bevond zich onder meer een standbeeld van Jehuty, de god van de wijsheid.

Vermoedelijk was het ook Al-Sakkat die de politie later naar een bergplaats ergens in Kairo leidde waar een standbeeld van een zuster van Toetanchamon werd teruggevonden. Het beeld, pronkstuk van het Malawi Museum, was in drieën gebroken. De plundering van het Malawi Museum op 14 augustus 2013 was geen alleenstaand geval. Volgens het ministerie van Antiquiteiten zijn sinds het begin van de Egyptische revolutie in 2011 zo’n tweeduizend kunstvoorwerpen gestolen, waarvan een duizendtal nog altijd kwijt is. Vermoedelijk zijn het er veel meer: alleen al in Malawi ging het om zo’n duizend objecten.

Een mummie in de waterput

Buitenlanders in Kairo krijgen geregeld telefoontjes uit plaatsen als Beni Suef. Het verhaal gaat meestal als volgt. Een arme boerenfamilie is per ongeluk op een mummie gestoten onderin de waterput van hun huis. Ze willen hem niet aan de politie geven want die is corrupt. Of de buitenlander soms niet geïnteresseerd is?

„De volgende keer bezorg je mij hun nummers”, zegt Monica Hanna beslist. De 30-jarige archeoloog heeft haar levenswerk gemaakt van het beschermen van het Egyptisch erfgoed. Daags na de plundering van het museum trok zij in haar eentje naar Malawi om er onder het geweervuur een veertigtal voorwerpen en de brokstukken van andere in veiligheid te brengen. Ze confronteerde ook jongeren die vuurtjes stookten met mummies en die een zwaar beeld uit het derde millennium voor Christus door de stoffige straat rolden. Dat dit ook hun erfgoed was, zei Hanna, en dat ze niet het recht hadden.

Maar de meute was boos over de gewelddadige ontruiming van de zitactie van de aanhangers van de afgezette president Morsi. Het erfgoed kon ze niets schelen. Hanna stelde vast dat de kinderen geleid werden door oudere mannen, die het vuur openden en haar op de vlucht dwongen. „Bij alle diefstallen en illegale opgravingen in Egypte heb je twee soorten daders”, aldus Hanna. „Er zijn de arme dorpelingen die het doen voor brood op de plank. En er zijn de georganiseerde bendes die precies weten wat ze willen; ze hebben gespecialiseerd materiaal en ze zijn gewapend. Vaak werken ze in opdracht. Voor malafide antiquairs zijn dit gouden tijden: er heerst chaos en de politie is afwezig. Later zie je die objecten opduiken op eBay, of bij antiquairs in de Golflanden of in Oost-Europa. We zijn nu aan het proberen om een moratorium van vijf jaar af te dwingen voor de verkoop van objecten uit Egypte in de VS en in een later stadium hopelijk ook in Europa.”

De tenen van farao Thoetmosis III

Hanna’s hele leven staat in het teken van het erfgoed van haar land. Als 14-jarig meisje raakte ze tijdens een schoolreis naar het Egyptisch Museum in de ban van de egyptologie. Ze kreeg de directie zover dat ze na school mocht helpen schoonmaken. Later, toen ze in haar eerste jaar egyptologie zat, mocht ze mummies restaureren: de tenen van farao Thoetmosis III, kindmummies. Toen de opstand tegen Mubarak uitbrak, zou ze eigenlijk promotieonderzoek beginnen aan de Humboldt-universiteit in Berlijn. Maar ze kon niet lijdzaam toezien hoe het Egyptisch erfgoed aan zijn lot werd overgelaten. „Ik ben teruggekeerd om aan de kaak te stellen wat er gebeurde.”

Vorige week vrijdag was Hanna er als eerste bij toen het Islamitisch Museum in Kairo zwaar beschadigd werd door een bomaanslag bedoeld voor het politiehoofdkwartier aan de overkant van de straat. In 2011 hielp ze al met het redden van de boeken in de bibliotheek van het Wetenschappelijk Instituut in Kairo, die vlam had gevat tijdens de straatrellen: zo’n 150.000 boeken, driekwart van het totaal, gingen verloren.

Visboerderij op vindplaats

Het is niet altijd zo spectaculair. Veel van Hanna’s aandacht gaat naar illegale opgravingen in Egypte. In Abu Sir Al Malaq bijvoorbeeld, waar satellietbeelden van Google laten zien dat er nu 300 procent meer gaten zijn dan voor de revolutie. Soms gaat het om dorpelingen die land opeisen. Haar volgende trip gaat naar de provincie Sharqiya waar iemand een visboerderij inrichtte op een archeologische vindplaats.

Straks gaat ze naar New York om de SAFE Beacon-prijs in ontvangst te nemen, een jaarlijkse prijs voor individuen die zich inzetten tegen plunderingen en de zwarte markt in antiquiteiten. Ze is blij dat daar geen geld aan verbonden is. „Dan zouden ze mij kunnen beschuldigen dat ik een spion ben voor buitenlandse mogendheden.”

Bedreigingen van bendes

Hanna’s werk wordt haar niet in dank afgenomen. Ze krijgt regelmatig bedreigingen. Die komen van de georganiseerde bendes die geld verdienen aan de handel in antiquiteiten, maar ook van de plaatselijke overheden, zegt ze. „In Egypte krijg je geen applaus als je aanklaagt dat anderen hun werk niet doen. Ik had laatst een onderhoud met de minister. Hij was niet geïnteresseerd in het museum van Malawi. Hij wilde vooral dat ik zou zwijgen omdat mijn werk de autoriteiten een slecht imago geeft.” Daarom is zij een rechtszaak begonnen tegen de minister. „We willen zijn ontslag omdat hij nagelaten heeft om de Wet op de antiquiteiten in de praktijk te brengen. Het is onze coup, zeg maar.”

Samen met drie andere vrouwen vormt Hanna nu de Egypt’s Heritage Task Force. De andere drie blijven anoniem. „Ik ben sowieso de spreekbuis geworden van iedereen die wel wil praten maar dat niet durft. De buitenlandse egyptologen zijn bang om hun vergunning kwijt te raken, de Egyptische zijn bang voor hun baan.”

Ze heeft de commissie mogen toespreken die de nieuwe Egyptische grondwet heeft geschreven. „Artikel 50 zegt nu dat de staat verplicht is om het erfgoed te beschermen. Er moet wel nog een wet komen om dat in de praktijk te brengen. Ik ben voorzichtig optimistisch.”

Over haar eigen carrière is ze minder optimistisch: ze heeft iedereen die kan beslissen over haar toekomst tegen zich in het harnas gejaagd. Hanna heeft zich daarbij neergelegd. „Het erfgoed van Egypte is mij meer waard dan mijn eigen carrière.”