Gevaarlijke afhankelijkheid

De verbintenis die FC Twente is aangegaan met het investeringsfonds Doyen Sports is opnieuw een bewijs dat voetbalclubs in toenemende mate afhankelijk worden van externe financiers. Doyen Sports, gevestigd op Malta, de financiers zijn onbekend, investeert in de club in ruil voor een deel van de opbrengst van toekomstige transfers. Voor Nederland wellicht bijzonder, elders al vaker gebruik.

Desondanks is het goed dat de KNVB onderzoek doet naar deze constructie. Al zal het niet verbazen als zij niet in strijd blijkt met de licentieregels die voor voetbalclubs gelden. Het is niet fraai dat de betrokken spelers zelf niet weten dat een deel van hun marktwaarde handel voor derden blijkt te zijn. Maar ze hebben er verder niet zoveel last van; dat hun club de transferopbrengst – in feite het bedrag dat de nieuwe werkgever moet betalen voor een nog doorlopend tijdelijk arbeidscontract – met andere partij moet delen, gaat niet ten koste van hun soms riante salaris.

De vraag is daarnaast in hoeverre een voetbalclub nog baas in eigen stadion is. De investeerder heeft er belang bij dat de speler op het juiste moment tegen een zo’n hoog mogelijk bedrag wordt verkocht. Dikwijls, maar niet altijd, heeft de club hetzelfde belang. Transferopbrengsten zijn voor veel clubs een bron van inkomsten waar ze niet buiten kunnen. Het geldt als een financiële blunder als een speler ‘gratis de deur uitloopt’ omdat hij zijn contract gewoon uitdient en daarna transfervrij is. Soms prefereren spelers dat, met als gevolg dat de club waarbij ze in dienst zijn druk op hen uitoefent die soms de vorm van chantage aanneemt: ze worden gewoon niet meer opgesteld. Een derde partij voert die druk allicht nog op.

Het probleem bij de voetbalclubs is breder dan de invloed van een investeerder die aan transfersommen wil verdienen. Neem Vitesse dat feitelijk in handen is van een Russische ondernemer die nauwe zakelijke contacten heeft met de eveneens Russische eigenaar van de Engelse club Chelsea, Roman Abramovitsj. Het resultaat is dat Vitesse, de op een na oudste betaald voetbalclub van Nederland en huidige nummer twee in de eredivisie, een doorgangshuis is. Vooral voor spelers die Chelsea (nog) niet goed genoeg vindt en die of naar die club zullen terugkeren of worden doorverkocht. Vitesse intussen leeft zwaar boven zijn stand, zoals bleek uit de deze week gepubliceerde jaarcijfers: een tekort van 24,5 miljoen euro. Eigenaar Alexander Chigirinsky dekt dit af. Tot hij er een keer genoeg van heeft. Wat blijft er dan over van Vitesse? Er zijn meer voorbeelden van clubs die zich financieel afhankelijk van derden hebben gemaakt. Dat kan leiden tot tijdelijk succes. Of tot hun ondergang.