Elgin Marbles: geroofd of gered?

De Elgin Marbles zijn honderden antieke marmeren beelden en panelen uit de vijfde eeuw voor Christus. Die zijn rond 1801 gesloopt van de Griekse tempel het Parthenon op de Akropolis in Athene. Ze zijn naar Engeland verscheept. Dat gebeurde in opdracht van de Schot Thomas Bruce, de zevende lord Elgin. Hij was de Britse ambassadeur in Constantinopel. Hij had toestemming van de Turkse overheid, die toen over Griekenland heerste, om de beelden te verschepen, zei hij. Tegenwoordig wordt getwijfeld of hij echt toestemming had.

De Grieken willen de Elgin Marbles terug. Al decennia. In 2009 openden ze het Akropolis museum, met een speciale ruimte waar ze in kunnen. Maar de Britse overheid wil ze niet teruggeven. De Elgin Marbles zijn opgesteld in speciale zalen in het British Museum, gratis toegankelijk voor iedereen, en worden goed geconserveerd. Ze zijn sinds 1816 Brits bezit, omdat lord Elgin, in geldnood, ze toen verkocht aan de overheid. De Britse premier Cameron zei vorig jaar nog, na protesten, dat hij niet van plan is de beeldengroep terug te geven. Zowel Britse als Griekse actiegroepen ijveren voor de teruggave.

De meningen zijn verdeeld. Zo schreef de classicus Anton van Hooff in 2009 in NRC Handelsblad dat de Grieken niet moeten zeuren: „Elgin heeft ook voor de Grieken artistiek erfgoed bewaard.” Elgin wilde aanvankelijk alleen schetsen en afgietsels maken van de beelden, maar toen hij hoorde dat de meeste klassieke beelden kapotgemaakt werden door de Grieken en Turken om bouwmateriaal van te maken, besloot hij de echte beelden op eigen kosten naar Engeland te brengen. De Britse dichter lord Byron, tijdgenoot van Elgin, sprak er al schande van. Hij schreef onder meer een spotvers op lord Elgin, wiens neus aangevreten was door de gevolgen van syfilis:

Noseless himself, he brings home noseless blocks

to show at once the ravages of time and pox.

(Zelf neusloos, brengt hij neusloze blokken (marmer) thuis,

tegelijk de schade tonend die tijd en syfilis veroorzaken.)