Eisen aan missie Kunduz waren in de praktijk niet uitvoerbaar

Politieagenten poseren in Kunduz met hun diploma, waarvoor ze werden getraind door Nederlandse marechaussees. Bij de politie in Kunduz werken nu 32 vrouwen. ANP

Ze waren in de praktijk niet uitvoerbaar, de strenge eisen die de Tweede Kamer drie jaar geleden stelde aan de Nederlandse politietrainingsmissie in het Afghaanse Kunduz. De wens van de Kamer „vergde een onevenredige inspanning van de Nederlandse militairen ter plaatse en leidde af van de kerntaken”.

Deze harde conclusie trekt het kabinet in de eindevaluatie van de afgelopen zomer beëindigde missie. De ervaring in Kunduz onderstreept dat landen „terughoudend” moeten zijn bij het opleggen van beperkingen (caveats) aan hun in internationaal verband opererende troepen, stellen de meest betrokken ministers.

Dankzij de nu bekritiseerde aanvullende voorwaarden, die vooral door GroenLinks werden geëist, kreeg het minderheidskabinet van VVD en CDA onder leiding van premier Rutte begin 2011 een meerderheid in de Tweede Kamer om opnieuw militairen naar Afghanistan uit te zenden. Eén van de eisen van toenmalig GroenLinks-fractievoorzitter Jolande Sap was dat Afghaanse politieagenten die door Nederlanders werden getraind, onder geen beding mochten worden ingezet voor gevechtstaken.

Om dat te kunnen controleren, werd een systeem opgezet om agenten na hun opleiding te kunnen volgen. Dit leidde in de praktijk tot problemen omdat het niet mogelijk bleek na te gaan waar de opgeleide agenten zaten, schrijft het kabinet nu.

Ook over de eis om alleen agenten te trainen die in de provincie Kunduz waren gestationeerd, zijn de ministers achteraf niet te spreken. Als agenten voor de hele noordelijke regio getraind hadden mogen worden, was er doelmatiger gebruik gemaakt van de Nederlandse trainers en de door Duitsland beschikbaar gestelde middelen.

Uiteindelijk werden in de 2,5 jaar dat Nederland aanwezig was 410 agenten opgeleid. Het ging hier om trainingen van 8 weken. Ook kregen 139 onderofficieren een opleiding. De totale kosten van de missie, waar ongeveer 550 militairen bij waren betrokken, werden aanvankelijk geraamd op 281 miljoen euro. Omdat onder andere eerder met de missie is gestopt dan voorzien, is de aanwezigheid in Kunduz 66 miljoen euro goedkoper uitgevallen.

Een andere doelstelling van Nederland was het versterken van de justitiesector in de regio, zoals het verbeteren van de rechtspraak. In hoeverre dit tot resultaat heeft geleid, kan het kabinet niet zeggen. „De verklaring hiervoor is dat het tijd kost voordat het vertrouwen in het rechtsysteem gaat groeien”, aldus de ministers in hun eindevaluatie aan de Tweede Kamer.

Ze zijn wel tevreden over de „geïntegreerde aanpak” waarbij militairen samenwerkten met hulpverleners.