De Kom wint VSB-prijs met ‘tropische poëzie’

Antoine de Kom bij de uitreiking van de VSB Poëzieprijs. Foto ANP

In de poëzie van Antoine de Kom klinkt „een nieuw geluid, waar wel nood aan is”. Zo motiveerde de jury van de VSB Poëzieprijs 2014 gisteren in Rotterdam de toekenning van de belangrijkste Nederlandse prijs voor een dichtbundel (ter waarde van 25.000 euro) aan De Koms Ritmisch zonder string: „Door een zintuiglijke en krachtige beeldtaal, vermengd met slang en folklore, worden in Ritmisch zonder string vele werelden welhaast tastbaar.”

‘Tropische’ poëzie noemt De Kom (1956) het zelf, in de dubbele betekenis van dat woord. „Tropisch heeft te maken met keerkringen en hitte, en de intensiteit die daaraan verbonden is. Ik heb wortels in Suriname én Nederland en mijn poëzie ontstaat in de leemte daartussen. Nederlandse poëzie is behoorlijk blank. Ik probeer andere kleuren binnen te halen”, zei hij vanmorgen telefonisch.

Maar ook slaat tropisch op het woord ‘troop’, de figuurlijke uitdrukking. „Als je dat ‘tropische’ centraal stelt, is mijn poëzie per definitie oneigenlijk, voortdurend veranderend van identiteit. Daarom tref je er ook grote vormvariëteit in aan, die haaks staat op de traditie van de Nederlandse poëzie.”

De Koms poëzie werd, met dank aan zijn wereldse taal en onderwerpen, geprezen om zijn engagement. Aan de uitreiking ging een opiniestuk vooraf van NRC-criticus Arie van den Berg, die ‘engagement’ en ‘aan de wereld appelleren’ „geen poëtische criteria” noemde, waarna het bestuur van de VSB-prijs hem een „gedateerde visie op dichtkunst” verweet.

Volgens De Kom zijn „de critici van NRC in paniek geraakt”. „Niet alleen omdat ze belangrijk werk hebben miskend maar ook omdat ze het vanuit een vooroordeel terzijde hebben gelegd. Zij hebben nu het nakijken. Als ik criticus was met een betrekkelijk conservatieve smaak, zou ik het soort poëzie dat ik schrijf ook verfoeien. Het zou te ver weg liggen.”

Zou de prijs helpen die smaak te beïnvloeden? Dat niet, vindt De Kom: „De vernieuwing komt vanuit de poëzie, zolang de poëzie maar de ruimte krijgt. De codes en normen van de beoordelaars zullen wel weer eens worden bijgesteld. Poëzie leeft als ze van tijd tot tijd sterft.”

Maar engagement – dat woord gebruikt De Kom zelf met een lichte aarzeling. „Het klinkt naar bekentenispoëzie en daar ben ik wars van. Ik zie mijn engagement alleen als geworteld zijn in de wereld. Een gedicht moet niet in de richting van een maatschappelijke of politieke boodschap worden getrokken. Dan is het geen poëzie meer, maar een pamflet. Poëzie maak je niet, het dringt zich op.”

Wel dient zijn lezer te weten dat De Kom de kleinzoon is van de Surinaamse nationalist Anton de Kom, én dat hij de echtgenoot is van mensenrechtenactivist Lilian Gonçalves-Ho Kang You. Die biografische feiten worden achterop de bundel vermeld. „De eerste cyclus is opgedragen aan mijn vrouw, en die gedichten snap je meteen beter als je mijn achtergrond kent. Het feit dat Anton de Kom mijn grootvader is, is voor mij bepalend. Daardoor ben ik strak gebonden aan het gegeven van de slavernij. Een gedicht mag dan een spel zijn, maar er zit ook oud venijn onder. Dat probeer ik om te werken en te laten doorklinken, en misschien kan de schoonheid van de taal ertoe bijdragen het kwaad in rook te laten opgaan.”

Dat bedoelt De Kom allerminst vrijblijvend. „Mijn poëzie heeft veel met Suriname te maken, met een president die weigert zich voor een rechter te verantwoorden voor de meest verschrikkelijke misdaden. Ik loop een zeker risico. De ultieme bevestiging van de betekenis van mijn poëzie zou misschien zijn wanneer ik ergens in een goot aangetroffen word. Wat ik schrijf heeft geen politieke strekking, maar kan wel iets blootleggen. Het is een spel met een monster.”