Dat zootje eurosceptici gaat echt niet winnen in mei

illustratie Hajo

Al maandenlang waarschuwen EU-politici ons voor de Europese verkiezingen in mei. Voorzitter José Barroso van de Europese Commissie voorspelde laatst ‘een festival van ongegronde verwijten tegen Europa’, als gevolg van de ‘opkomst van het extremisme van extreem-rechts en van extreem-links’ over de hele EU.

Media sloten zich bij deze politieke boodschappen aan met stukken over de aanstaande Europese apocalyps. In Nederland ligt de nadruk op de herrijzenis van Geert Wilders en zijn PVV, na de teleurstellende nationale verkiezingen in 2012. In alle peilingen is de PVV ondertussen de grootste partij in Nederland en in sommige zelfs groter dan de huidige coalitiepartijen tezamen. De meeste internationale media verwijzen bijna uitsluitend naar de opkomst van het Franse rechtse Front National (FN) onder de nieuwe leider Marine Le Pen. De groeiende populariteit van haar partij zou te vergelijken zijn met die van andere extreem nationalistische partijen overal in Europa. Daarnaast zijn er – zoals zo vaak – verwijzingen naar de Crisis van de jaren dertig en een terugkeer van het fascisme.

De meeste berichtgeving blijft vaag over de precieze electorale kracht van ‘anti-Europese populisten’ – een van de Europese elite afkomstige politieke term die de ultralinkse, ultrarechtse, populistische en hard eurosceptische partijen bij elkaar zet. In columns wordt beweerd dat het ‘ongebreidelde rechtse populisme’ aanzienlijke winst zal boeken en belangrijk wordt in het nieuwe Europese Parlement. Het anti-Europese kamp zou een kwart tot een derde van alle 766 zetels gaan behalen. Men vreest een Amerikaans scenario, waarin ‘Europese Tea Parties’ een impasse in het EP en zo in de EU kunnen afdwingen.

Maar deze voorspellingen worden zelden logisch onderbouwd. Mijn eigen voorspellingen, grotendeels op basis van de uitslagen van de laatste nationale verkiezingen en aangepast aan recente opiniepeilingen, laten vrij kleine winsten zien. De ultrarechtse partijen halen waarschijnlijk maar zo’n 40 zetels en dat is minder dan de 44 bij de Europese verkiezingen van 2009. Niet meegerekend een aantal partijen die ten onrechte in de categorie ultrarechts zijn gezet, zoals de Finnen Partij en de United Kingdom Independence Party (UKIP). Die reken ik tot de amorfe groep van ‘anti-Europese populisten’ en die staan vaak nog feller tegenover elkaar dan tegenover de EU. Ze zullen naar schatting zo’n 125 zetels behalen (circa 16 procent), tegen de 92 van nu. Dat lijkt een aanzienlijke toename, van ongeveer een derde, maar bijna 20 zetels komen van één partij, de Italiaanse Vijfsterrenbeweging (M5S), die behoort tot de minst eurosceptische van dit zootje ongeregeld.

Deels komen deze voorspellingen uit de foute veronderstelling dat economische crises tot grote verkiezingswinst voor antisysteempartijen leiden. Deze theorie berust op het specifieke geval van de Duitse Weimarrepubliek, waar de NSDAP van Adolf Hitler tijdens de crisis grote winst boekte en toetrad tot een coalitieregering die een einde aan het democratische bewind maakte. Maar Weimar-Duitsland was eerder de uitzondering dan de regel.

Er zijn minstens vier redenen waarom ultrarechts in 2014 geen grote overwinning zal boeken. Economische crises leiden niet automatisch tot meer steun voor ultrarechtse en andere antisysteempartijen. Een recente studie naar rechtse partijen in de jaren dertig heeft uitgewezen dat het effect van de economische crisis het grootst was ‘in landen met een vrij korte geschiedenis van democratie, met bestaande extremistische partijen en met een kiesstelsel dat een lage drempel voor parlementaire vertegenwoordiging opwierp. Het was vooral het grootst waar slechte economische omstandigheden mochten blijven voortbestaan’. Zo’n ‘perfecte storm’ bestaat maar in enkele Europese landen, met name Griekenland.

Ten tweede vielen de vorige Europese verkiezingen in 2009, toen voor de meeste inmiddels zwaarst getroffen landen de crisis ook al werkelijkheid was. Het is niet waarschijnlijk dat de kiezers spectaculair meer steun voor ultrarechts zullen laten zien dan in vergelijkbare economische omstandigheden vier jaar terug, ook al brachten de reddingsoperaties meer onvrede.

Ten derde hebben de anti-Europese populisten een geloofwaardige politieke partij nodig om hun harde euroscepsis overtuigender te uiten dan de zachte euroscepsis van een aantal gevestigde partijen, zoals de Britse Conservatieven. De succesvolste partijfamilie die de harde euroscepsis tot uiting brengt is ultrarechts. Toch hebben maar 12 van de 28 EU-lidstaten op het ogenblik een ultrarechtse partij in hun nationale parlement. Bij de ultralinkse en andere anti-Europese populisten is de situatie nog minder indrukwekkend.

In de vierde plaats bevinden de meeste geloofwaardige ultrarechtse en anti-Europese populistische partijen zich in de kleinere EU-lidstaten, zoals Nederland, die maar een beperkt aantal zetels in het EP hebben. In Duitsland (97) is ultrarechts niet geloofwaardig (de NPD worstelt met een faillissement en interne strijd) en bestaat nog maar pas een onbeproefde eurosceptische partij. Italië (73) heeft alleen de regionale ultrarechtse partij, de Lega Nord, die door schandalen aan geloofwaardigheid verloor, terwijl de zacht eurosceptische populistische M5S, goed is voor bijna de hele groei van de anti-Europese zetels. Groot-Brittannië heeft de zwakke ultrarechtse British National Party, die bij de verkiezingen van 2009 haar beste landelijke uitslag behaalde, maar daarna door interne strijd en financiële problemen irrelevant werd. En ondanks de media-aandacht zal de UKIP het record van 16,5 procent van de stemmen in 2009 moeilijk kunnen evenaren, laat staan overtreffen. Spanje (54) en Polen (51) hebben geen geloofwaardige ultrarechtse partij en evenmin een geloofwaardige anti-Europese partij. Uiteindelijk is Frankrijk (74) de enige grote EU-lidstaat met een geloofwaardig en populair ultrarechts, waarschijnlijk goed voor bijna 50 procent van alle ultrarechtse zetels in het volgende EP.

Maar Frankrijk en Nederland zijn eerder uitzondering dan regel. Daarmee zijn veel generalisaties op grond van het specifieke geval van het FN in Frankrijk in de internationale media, of de PVV in de Nederlandse media, even misplaatst als de historische generalisaties op grond van de NSDAP in de Weimarrepubliek. Verwacht in mei geen grote winst van ultrarechts.