Biatlon in Zweden: dat zal de familie Sloof zijn

Het haar van Chardine Sloof is wit als ze het stadion in glijdt, na weer een trainingsrondje. Niet dat het sneeuwt, dat heeft het al dagen niet gedaan in Tsjechië. Machines draaien op volle toeren om het parcours van een goede nepsneeuwlaag te kunnen voorzien. Door de gefabriceerde vlokken is de piste hard en glad. Dat is in het voordeel van de drie Nederlanders die vandaag aan de start verschijnen van de EK biatlon. Ze moeten het hebben van hun techniek, van glijden. Qua kracht komen ze nog niet mee met de top.

‘Ze’ zijn één familie: Joël (25), Luciën (23) en Chardine (21) Sloof. Ze zijn elkaars broers, zus, vrienden, concurrenten, trainingsmaatjes, en samen zijn ze alles wat Nederland te bieden heeft op het gebied van biatlon, een sport die langlaufen en schieten combineert. Maar bovenal zijn ze op elkaar aangewezen.

Chardine, de jongste telg, is de bekendste van het stel. Ze won twee jaar geleden twee gouden medailles bij de WK voor junioren. Voor Nederland uniek in het biatlon, een sport die internationaal veel aanzien geniet. In Sotsji waren de kaarten voor de olympische biatlonwedstrijden als eerste van alle evenementen uitverkocht. Deze EK heeft Chardine, als alles meezit, kans op een medaille. Maar ook haar broers zijn talentvol en draaien mee in de wereldbeker.

Als Nederlanders ontlenen ze hun carrière als biatlonatleten aan Zweden. Daar verhuisde het gezin Sloof in 1999 naartoe, omdat vader Ed en moeder Sary het leven daar gezonder vonden. In het dorp Torsby was weinig te doen, maar de omstandigheden voor biatlon zijn ideaal: de grootste biatlonclub van Zweden is er gevestigd, er is een indoor skitunnel en een sportgymnasium. De drie kinderen blijken allen talent te hebben voor de sport, vooral voor het schieten. Zo rolt de hele familie het biatlon in.

Terwijl zijn kinderen inschieten in het Tsjechische stadion vertelt vader Ed over zijn besluit zijn kroost te gaan coachen. Als autodidact leert hij zichzelf het vak. Maar zijn autoriteit was niet vanzelfsprekend. „Joël weigerde naar me te luisteren”, zegt hij. „Joël kreeg op het sportgymnasium les van voormalige olympische biatlonatleten.” Dat verandert als Joël van school afgaat. „Toen moest ik wel dingen van mijn vader aannemen”, zegt Joël.

Voor Luciën en Chardine was het vanzelfsprekender dat hun vader ook hun coach was. „Hij was er altijd bij”, zegt Chardine. „Dus dat ging automatisch.” Nu heeft Ed Sloof zijn baan te danken aan de prestaties van zijn dochter. Dankzij haar wereldtitels wilde de Nederlandse Ski Vereniging (NSkiV) geld investeren om hem te kunnen betalen als bondscoach.

Op hun beurt zijn de drie kinderen financieel afhankelijk van hun ouders. „Het is een dure sport”, zegt Chardine. „Alleen een standaardwapen kost al snel drieduizend euro.” Ze woont net als Luciën nog bij haar ouders thuis. Tijd om geld te verdienen voor een eigen plek hebben ze niet. Joël verdient zijn huur door tijdens de zomer, op zijn enige wekelijkse vrije dag, veertien uur lang kaas naar pizzeria’s te brengen, als werk voor zijn ouders.

Met de hulp van de kinderen verkopen de ouders Nederlandse kaas op de markt. „Zo redden we het altijd met zijn vijven”, zegt Joël. „Zonder onze ouders hadden we al veel eerder financiële ondersteuning moeten zoeken en die is er niet.”

De drie sporters moeten geld toeleggen op hun sport. In ruil voor tweeduizend euro contributie aan de NSkiV krijgen ze tijdens het seizoen reiskosten en huisvesting vergoed. Dat betekent niet dat ze zich veel luxe kunnen permitteren. De familie is met een gehuurd busje naar Tsjechië komen rijden, met achterin de ski’s die nu de muren van hun houten kleedkamer annex waxcabine bekleden.

De financiële ondersteuning hadden ze alle drie wel kunnen krijgen als ze in hun jeugd hadden gekozen voor de Zweedse selectie. Maar daarover werd niet lang getwijfeld. „We zijn 100 procent Nederlands”, zegt Luciën. „Dat zie je alleen al aan alle pindakaas en hagelslag die wordt ingevlogen.”

Dit seizoen was de familie voor het eerst tijdelijk gescheiden. Maar één man mag namens Nederland mag uitkomen in het wereldbekercircuit. Daarom deed Luciën noodgedwongen mee aan de lageraangeschreven IBU-Cup „Dat was anders”, zegt hij. „Je moet alles alleen doen, dat is wel ongezellig.”

In voorbereiding op de EK zijn ze weer in elkaars gezelschap. Ze gaan dagelijks van hotel naar de piste om te trainen, en keren dan terug naar hun hotel om te eten, te rusten en een tv-serie te kijken op de laptop. Tijd voor een sociaal leven is er niet. „Er is maar één sociale kring overgebleven en dat is biatlon”, zegt Joël.

Voor de broers – ook nog kamergenoten – is het soms frustrerend altijd met elkaar te zijn. Tijdens de training, tijdens wedstrijden, met een computerspelletje, altijd is er eentje beter. „Ik wil echt niet van mijn broer verliezen, ook niet tijdens de training”, zegt Joël. „Dat gebeurt regelmatig”, reageert Luciën direct met een glimlach. „In de zomer is Luciën beter op de rollerski’s, in de winter Joël op de ski’s”, zegt Chardine diplomatiek.

Buiten het seizoen vormen de drie elkaars motivatie. Biatlon is geen sport van snelle resultaten. De inhoud die nodig is voor het langlaufen vergt jaren training en dus veel geduld. Gedurende de zomer, waar ze een haat-liefdeverhouding mee hebben, trainen ze samen twee keer per dag, zes dagen in de week. „Zodra de laatste wedstrijd is geweest mag het van mij gelijk zomer zijn”, zegt Luciën. „Dan kun je de grootste stappen maken in je ontwikkeling. Maar drie maanden elke dag twee keer trainen is mentaal heel zwaar. Dan is het fijn dat je een trainingsmaatje hebt.”

Eigenlijk is het een paradox. Terwijl ze elkaar alles gunnen, willen ze het liefst zelf presteren. „Natuurlijk ben ik jaloers op de gouden medailles van Chardine”, zegt Joël. „Maar dankzij haar prestaties is er meer aandacht vanuit Nederland voor de sport gekomen en is er financieel meer mogelijk geworden.”

Dit jaar komen de Spelen nog te vroeg. Om voor Nederland uit te mogen komen moeten atleten bij de wereldtop horen. Met behulp van een vierjarenplan van hun vader Ed willen ze dat bereiken, en in 2018 samen uitkomen tijdens de Spelen in Pyeongchang in Zuid-Korea. Daar willen ze elk individueel een goede prestatie neerzetten. Het pad er naar toe leggen ze samen af. „Als je een goede prestatie neerzet, verdien je de aandacht”, zegt Joël. „Maar gaat het over biatlon, dan is het logisch dat we als familie gezien worden. Want iedereen weet wie de Nederlanders zijn: dat is de familie Sloof.”