Affaire-Goudstikker leent zich voor film

Still uit de documentaire Goudstikker, erfenis op drift

Het verhaal van de Joodse kunsthandelaar Jacques Goudstikker (1897-1940 ) leent zich voor een Hollywoodfilm; een dramatisch epos over kunst, oorlog, liefde, dood en, uiteindelijk, gerechtigheid.

Op de vlucht voor de nazi’s verongelukt Goudstikker in mei 1940 op zee. Op het vrachtschip SS Bodegraven stort hij ’s avonds laat in het vrachtruim. Rond die tijd verkopen zijn medewerkers zijn voorraad – 1.113 waardevolle werken – aan de Duitse koopman Aloïs Miedl, die veel doorverkoopt aan Hermann Göring. Officieel gebeurt dat vrijwillig, maar de prijs is onredelijk laag. Weduwe Desi Goudstikker is niet gekend in de verkoop en heeft nooit haar goedkeuring gegeven. Na de oorlog komen 300 werken terug naar Nederland. Ze belanden in de rijkscollectie en worden verspreid over Nederlandse musea. Een klein deel wordt geveild.

Na de oorlog claimt Desi Goudstikker bij de Nederlandse overheid haar bezit terug, maar ze stuit op tegenwerking. Na zeven jaar procederen stemt ze in 1952 in met een bescheiden compensatie, waarbij ze afstand moet doen van al haar rechten. Later zegt ze in Vrij Nederland dat ze zich „ten zeerste benadeeld” voelde. Maar ze ontbeerde het geld en het uithoudingsvermogen om de Nederlandse staat te blijven bevechten.

In 1996 meldt Marei von Saher (1945) zich, Goudstikkers schoondochter. Desi en haar zoon, Von Sahers echtgenoot Edouard, zijn dan net overleden. Von Saher begint een procedure tegen de Nederlandse staat waarin ze meer dan 200 werken opeist. Maar de staat beroept zich op de schikking uit 1952 en weigert de werken terug te geven. Na tien jaar procederen in februari 2006 willigt de Nederlandse regering alsnog het grootste deel van de claim in.

Piet Hein Donner, de toenmalige minister van Justitie, zegt dat het hier slechts „een gebaar” betreft, gedaan uit „morele overwegingen”. Juridisch stelt de overheid de Von Sahers niet in het gelijk. Musea in Nederland moeten afstand doen van geliefde schilderijen. Zij spreken van een „aderlating”.

Een jaar later al laat Von Saher meer dan honderd werken veilen in New York, Londen en Amsterdam. De opbrengst, 12,4 miljoen euro, gaat voor een groot deel naar de advocaten. Verschillende musea kopen later hun verloren kunstwerken terug. Zo verwerft het Dordrechts Museum ‘zijn’ riviergezicht van Jan van Goyen dankzij een inzamelactie. Het Rijksmuseum verwerft De ontdekking van Amerika (1550) van de Haarlemmer Jan Mostaert, dat lange tijd in het Frans Hals Museum had gehangen. Een publiekslieveling van Museum Gouda, Kind op sterfbed (1645) van Bartholomeus van der Helst, wordt door Von Saher aan het museum geschonken.