‘Voedselhulp stokt net buiten Homs, mensen eten gras’

Een kapotgeschoten buitenwijk van de Syrische stad Homs, waar volgens recente berichten mensen sterven van de honger. Foto Reuters

De toestand in het centrum van de belegerde Syrische stad Homs is zo wanhopig dat de bewoners gras eten en sterven bij gebrek aan voedsel en medicijnen. Dit blijkt uit een skypegesprek van de BBC met een inwoner van de zwaar gehavende oude stad. Daar hebben opstandelingen zich al bijna twee jaar verschanst.

Het wrange voor hen is dat hulporganisaties van de Verenigde Naties, waaronder Unicef, amper tien kilometer verderop hulpgoederen klaar hebben staan. Maar zolang de Syrische regering en de rebellen geen akkoord hebben bereikt komen de hulptransporten de oude stad niet in.

De onderhandelingen hierover op de Syrische vredesconferentie in Genève zitten nog muurvast. Voor veel Syriërs is het overleg over hulp voor Homs uitgegroeid tot een lakmoesproef voor het vredesberaad. Een complicatie hierbij is dat veel opstandelingen het gezag van de onderhandelaars in Genève, ook die namens de oppositie, niet erkennen.

De laatste restjes voedsel die over waren van vóór het beleg zijn op. „Als we niet sterven bij een bombardement of beschietingen, sterven we van de honger of de kou”, vertelde Baibars Altalawy (24) de BBC maandag. „We eten nu alles wat uit de grond komt: planten, zelfs gras. We plukken het en koken het met wat water op een houtvuurtje, want gas hebben we niet.”

Maar dit onvrijwillige dieet leidt tot ernstige spijsverteringsproblemen en buikpijn. „Enkele dagen geleden stierf een oudere man binnen zes uur nadat hij gras en blaadjes van een struik had gegeten”, aldus Altalawy. „Velen zijn gestorven omdat we niet de juiste apparatuur of medicijnen hebben om hun levens te redden. De medische toestand is niet beter dan de humanitaire. Wanneer iemand gewond raakt, bidden we tot God om zijn pijn te verlichten want we kunnen hem niet behandelen of voedsel geven.”

Ook de watervoorziening is karig. In september meldde een arts aan een Australische krant dat er slechts water uit vervuilde putten is. Mensen wassen zich in rioolwater. Stroom is er al anderhalf jaar niet meer.

Hulpverleners van onder meer het Wereldvoedselprogramma van de VN zeggen niet te weten hoeveel mensen er nog in de oude stad van Homs verblijven, maar er zitten ook nog vrouwen en kinderen. Sommige schattingen spreken van 3.000 mensen.

Homs, de derde stad van Syrië hoort tot de zwaarst getroffen plaatsen in het door oorlog verscheurde Syrië. Zo’n 700.000 mensen zijn door het beleg uit hun huizen verdreven en bivakkeren in al dan niet zwaar beschadigde openbare gebouwen en tenten buiten de gevechtszone. Maar de vluchtelingen genieten wel steun van internationale hulporganisaties.

Dit weekeinde leek een akkoord over hulp aan de belegerden binnen bereik. De regering van president Bashar al-Assad zei bereid te zijn de vrouwen en kinderen te laten gaan. Maar de opstandelingen vertrouwen de regering niet en eisen dat het hele beleg wordt opgeheven voordat ze de vrouwen en kinderen laten gaan.

„Er zijn sluipschutters die de komst van hulp verhinderen”, verklaarde de Syrische minister van Informatie Omrane al-Zohbi gisteren. „Zelfs de vrijwilligers (die willen helpen bij de hulp) zijn bang naar binnen te gaan.” De VN-bemiddelaar voor Syrië, Lakhdar Brahimi zei gisteren in Genève dat de Syrische autoriteiten nog geen toestemming hebben verleend voor de hulpkonvooien om naar de oude stad te gaan.